Nicolas Colsaerts ontpopte zich als de evenknie van de sterspelers in de Europese Tour... tot hij te maken kreeg met een inzinking. Het soort inzinkingen dat hij volgens sommige waarnemers al te vaak krijgt, maar misschien is dat wel de prijs die hij betaalt om te leren meedraaien aan de absolute top.
...

Nicolas Colsaerts ontpopte zich als de evenknie van de sterspelers in de Europese Tour... tot hij te maken kreeg met een inzinking. Het soort inzinkingen dat hij volgens sommige waarnemers al te vaak krijgt, maar misschien is dat wel de prijs die hij betaalt om te leren meedraaien aan de absolute top. Op 6 augustus begon hij aan de laatste dag van de EnterCard Scandinavian Masters in Malmö. De Belg stond toen samen aan de leiding met de lieveling van het thuispubliek, de Zweed Robert Karlsson. De eerste twee dagen had Colsaerts indrukwekkend sterk gespeeld, met telkens 67. De zaterdag kreeg hij het moeilijk, maar sleepte toch nog een 73 uit de brand. De zondag liep het dan helemaal verkeerd, toen hij een 79 sloeg op de par 72 van de Barseback G&CC en een eerste overwinning in de Europese Tour meteen mocht vergeten. Natuurlijk was hij na afloop diep ontgoocheld, zoals zijn manager Vincent Borremans ons vertelde: "Na de eerste negen holes van zondag stond hij twee slagen boven de par, maar op de volgende drie kon hij de schade beperken door telkens de par te spelen. Maar dan, op de dertiende hole, liep het helemaal verkeerd. Op diezelfde par 4 waarop hij in de vorige drie ronden twee keer de par had gespeeld en een bogey had geslagen. Deze keer joeg hij zijn drive gewoon links van hem in het bos. Ze vonden zijn bal daar terug, zodat er twee mogelijkheden waren: de green proberen te bereiken, want er was inderdaad een opening waarlangs hij kon slaan, of de bal met een chip opnieuw centraal op de fairway brengen. Hij koos voor het eerste om geen slag te verliezen, maar hij sloeg te kort en sukkelde zo in een bunker. Daar raakte hij pas uit met een viervoudige bogey." Een blik op het aantal putts per ronde toont aan dat Colsaerts de eerste twee dagen heel goed putte, en daarna iets minder goed: 24 putts voor een score van 67 de eerste dag, en daarna 25 voor 67, 30 voor 73 en 32 voor 79. In theorie had hij dus voor de overwinning kunnen spelen, als hij de laatste twee dagen evengoed had geput als de eerste twee, temeer omdat hij niet moest onderdoen voor de winnaar op het gebied van de op reguliere manier bereikte greens: 11, 12, 13 en 10. Maar er zijn ook cijfers die een minder fraai beeld opleveren, zoals het aantal keer per ronde dat hij vanaf de afslag de fairway bereikte, zonder de pars 3 mee te rekenen: 3 keer op 8, 8 op 14, 9 op 14, 5 op 14 en...1 op 14. "Klopt", zegt Borremans. "Daar knelt inderdaad het schoentje. Nicolas worstelde met zijn swing, vooral de laatste dag. En hij slaagde er niet in om die helemaal alleen op de practice te corrigeren. Het toernooi toonde goed aan dat Nicolas zelf zijn swing moet leren bijsturen, als hij begint te twijfelen. Zelfs als dat betekent dat hij twintig meter minder ver zal slaan." John Baete