De Vlaming Dany Jacobs (44 j.) is associate dean geworden aan de Nederlandse TSM Business School, het gezamenlijke managementsinstituut van de universiteiten van Twente, Groningen en Eindhoven. Jacobs, die ook nog bijzonder hoogleraar innovatie en externe organisatie is aan de Technische Universiteit Eindhoven, is een autoriteit op het gebied van clusters, kenniseconomie en innovatiebeleid. Hij maakte naam met het boek De economische kracht van Nederland van 1990, een onderzoek naar de sterke sectoren en specialisatiepatronen van onze noorderburen, naar het v...

De Vlaming Dany Jacobs (44 j.) is associate dean geworden aan de Nederlandse TSM Business School, het gezamenlijke managementsinstituut van de universiteiten van Twente, Groningen en Eindhoven. Jacobs, die ook nog bijzonder hoogleraar innovatie en externe organisatie is aan de Technische Universiteit Eindhoven, is een autoriteit op het gebied van clusters, kenniseconomie en innovatiebeleid. Hij maakte naam met het boek De economische kracht van Nederland van 1990, een onderzoek naar de sterke sectoren en specialisatiepatronen van onze noorderburen, naar het voorbeeld van Competitive Advantage of Nations van Michael Porter. "Managementopleidingen moeten inhaken op veranderingsprocessen in de bedrijven zelf, dan pas hebben ze er iets aan," zo ziet Jacobs zijn nieuwe opdracht. Jacobs, afkomstig van Brugge, studeerde arbeidssociologie aan de KU Leuven en aan de Universiteit van Amsterdam, en was een tijd secretaris van de Vereniging van Vlaamse Studenten. Daarna werkte hij een jaartje voor de Antwerpse volkshogeschool Elcker-Ik waar hij onder meer een voordrachtenreeks organiseerde rond de VEV-staat. "De apotheose was een debat tussen toenmalig De Morgen-hoofdredacteur Paul Goossens en René De Feyter, gedelegeerd bestuurder van het VEV toen," zegt Jacobs met ietwat zelfspot. "In de volkshogeschool deed ik het leukste werk - dat is altijd mijn criterium geweest - terwijl de anderen vele uren draaiden in het tweedekansonderwijs en alfabetisering. Dat was niet vol te houden." In 1982 werd hij onderzoeker aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, waar hij promoveerde op onderzoek naar de regulering van de West-Europese staalindustrie. "Wist je dat de EGKS aanvankelijk een poging was om een wereldwijd staalkartel, dat had bestaan in het interbellum, verder te zetten? Beide waren trouwens gevestigd in hetzelfde gebouw van Arbed in Luxemburg, en hadden dezelfde administratie." Vanaf 1988 tot 1997 werkte hij voor het Nederlandse TNO Studiecentrum voor Technologie en Beleid, waar zijn "Porter-studie" over Nederland tot stand kwam. Hij specialiseerde zich toen niet alleen in sectoronderzoek, maar verschafte ook strategisch advies aan bedrijven en hielp hen bij het opzetten van clusterprojecten. Zijn boek Het kennisoffensief van 1996 werd uitgeroepen tot Boek van het Jaar '97 door de Nederlandse Orde van organisatiekundigen en -adviseurs. Jacobs schrijft ook columns voor NRC Handelsblad en Trends. Hij reist graag. "Hoe verder, hoe beter. Ik heb Latijns-Amerika afgereisd, de Kilimanjaro beklommen, en Vanuatu bezocht, een eilandengroep in de Stille Zuidzee met 130 verschillende plaatselijke talen op amper 150.000 inwoners." Jacobs woont en werkt al jaren in Nederland. Valt dat mee? "Hier heb ik veel minder last om te werken zoals ik nu eenmaal functioneer. In Vlaanderen moet je steeds op je woorden letten. Nooit deed hier iemand moeilijk over het feit dat de auteur van de Porter-studie over Nederland een Vlaming was. Nederlanders hebben wel een wat tobberige cultuur. Het is alsof ze willen horen dat het slecht gaat. Naast wat er beter kan, wijs ik hen af en toe op wat er goed gaat. Als je daarmee je kost verdient, is dat toch een mooie job?"