Ambtenaren staan open voor prestatiegerichte vergoedingen, zo bleek onlangs uit een peiling van de Vlerick Leuven Gent Management School. Een kern van 26 % blijft uitsluitend opteren voor een vast salaris. Maar één op drie wil gerust tot 20 % van de volledige wedde laten afhangen van voordelen en bonussen die op basis van competentie, verdienste en verantwoordelijkheden worden toegekend.
...

Ambtenaren staan open voor prestatiegerichte vergoedingen, zo bleek onlangs uit een peiling van de Vlerick Leuven Gent Management School. Een kern van 26 % blijft uitsluitend opteren voor een vast salaris. Maar één op drie wil gerust tot 20 % van de volledige wedde laten afhangen van voordelen en bonussen die op basis van competentie, verdienste en verantwoordelijkheden worden toegekend. Evaluatie en controle kunnen dus wel degelijk de civil servants van dit landje motiveren. En laat het nu precies daar zijn dat het schoentje knelt. In een aantal onfrisse dossiers die onlangs bij de administratie de kop opstaken, blijkt telkens een opvallend gebrek aan prestatiemeting en systematische opvolging aan de basis van diverse wanpraktijken te liggen. De voorbije dagen werd de topman van de Regie der Gebouwen, samen met twee medewerkers, aangehouden. Het gerecht speurt naar mogelijke corruptie, vervalste openbare aanbestedingen en kartelvorming. Enkele dagen daarvoor kwam het hoofd van de Staatsveiligheid in opspraak, na een vernietigend rapport van het Comité I. En begin december werd de top van het FANC (Federale Agentschap voor Nucleaire Controle) als gevolg van een interne doorlichting collectief 'onbekwaam' verklaard. In het eerste geval blijft de ambtenaar tot nader order aangehouden. In het tweede geval kreeg de ambtenaar een uitwijkbaan aangeboden op het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (VLD). En in het derde geval kunnen de directeur-generaal en zijn adjunct 'wegens hun grote expertise' overstappen naar een adviseursfunctie met behoud van wedde. In geen enkele van die kwalijke dossiers geeft de regering blijk van een strenge en doortastende aanpak. Tenzij op één vlak. De Regie der Gebouwen valt onder de voogdij van de federale minister van Financiën, Didier Reynders (MR), en voor de liberalen is het gerechtelijk onderzoek nu het gedroomde alibi om de overheidsgebouwen die de Regie onder haar beheer heeft, te verkopen aan de privésector. Dat vastgoed zou ondergebracht worden in een bevak die later naar de beurs kan. Die 'optimalisering van het gebouwenbeheer met een private partner' past in de bredere aanpak voor een efficiëntere overheid, één van de tien werven die de premier nog in deze regeringsperiode tot een goed einde wil brengen. Maar eigenlijk is de hele operatie niets meer dan een platvloerse truc om de begrotingskas van 2006 te spekken met 565 miljoen euro extra inkomsten. Over het verdere reilen en zeilen van de Regie - een van de belangrijkste Belgische vastgoedagentschappen - na de privatisering wordt met geen woord gerept. Er zijn al diverse pogingen ondernomen door politici om het overheidsapparaat efficiënter en prestatiegericht te maken. Sinds 1991 staat bij de Vlaamse Gemeenschap het programma Beter Bestuurlijk Beleid in de steigers. En op federaal niveau werd tot voor kort alle hoop gesteld in Copernicus. Alleen al voor dit laatste project werd tussen 2000 en 2002 voor 62,5 miljoen euro (2,5 miljard oude Belgische franken) aan managementexpertise en consultancy ingekocht. Het heeft nauwelijks geholpen. De beoordeling van loopbanen en loonschalen op basis van prestatie en competentie werd vakkundig teruggeschroefd door PS-ministers zoals Marie Arena en nu Christian Dupont. Iedereen die met fraude of gesjoemel op het werk te maken heeft, weet dat er drie redenen zijn waarom iemand een scheve schaats rijdt. Eén: persoonlijke geldproblemen of maatschappelijke druk, bijvoorbeeld schulden die iemand tot de rand van de wanhoop drijven. Twee: suboptimale of slechte interne controle, een gebrekkig management of een laks auditcomité. Drie: een werknemer die vindt dat hem ten onrechte een loonsverhoging of promotie wordt onthouden. In alle drie de gevallen zijn responsabilisering, begeleiding en controle de cruciale toetsstenen. Een goed uitgebouwd hr-beleid - dat meet, weet, motiveert en evalueert - kan veel onheil voorkomen. Ook de ambtenaren zelf zijn daar vragende partij voor, dat bewijst de peiling van Vlerick. Het vergt echter een competente politieke leiding om dit alles in goede banen te leiden. Piet Depuydt