Door hans brockmans
...

Door hans brockmans"Israël is voor de buitenwereld dikwijls synoniem voor bommen en zelfmoordcommando's", zucht Ido Aharoni van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, die het 'merkmanagementteam' leidt. "Het is mijn taak om het merk Israël positief bij te sturen. We willen Israel in de wereld plaatsen als een coole en verdraagzame natie." Een loodzware opdracht. Nog geen twaalf uur na het interview met deze diplomaat in Tel Aviv, vielen er negen burgerslachtoffers toen de Israëlische marine het hulpkonvooi voor Gaza overmeesterde. Niet dat Israël zijn koelbloedigheid verliest na zo'n imagocatastrofe. "De internationale commotie over het scheepskonvooi beïnvloedt onze economie amper", reageert Rachel Roei-Rothler van het Israëlische ministerie van Industrie, Handel en Arbeid zonder blikken of blozen. "Ook vroeger bleef het economische front erg rustig terwijl het militaire in beroering was. Onze financiële kracht weegt op tegen de politieke onzekerheid." Enkele dagen eerder gaf de ambassade van Israël in Brussel het boek Start-Up Nation uit met een zeer merkwaardige grafiek. Die toont aan dat de buitenlandse hightechinvesteringen in het land recht evenredig toenemen met het aantal bommen dat op de hoofden van de Israëli's terechtkomt. Ter illustratie, in 2006 vuurde Hezbollah 4228 raketten af op Israël. Dat jaar investeerde Warren Buffett voor het eerst in een niet-Amerikaans bedrijf: 4,5 miljard dollar in de machineproducent Iscar. Dat bevindt zich op een industrieterrein in Galilea, 10 kilometer van de grens met Libanon, dat al eerder werd getroffen door de bommen. Het duurde een korte tijd om zich aan te passen aan de heropleving van het conflict, zei Eitan Wertheimer, de voorzitter van het bedrijf, toen. Hij bouwde een kinderdagverblijf dat bestand was tegen bommen en wilde bewijzen dat het bedrijf het in moeilijke omstandigheden beter deed dan normaal. "We namen geen nutteloze risico's en hebben geen enkele levering gemist. Voor onze klanten in de rest van de wereld is er geen oorlog." Een deel van Iscar is trouwens zelf het product van de oorlog. Vliegtuigmotorenfabrikant Iscar Blades (nu Blades Technology) werd in de jaren zestig opgericht op vraag van de luchtmacht. Tot 1967 was Frankrijk de belangrijkste wapenleverancier van Israël, maar president Charles de Gaulle besloot tot een wapenembargo om de Arabieren te paaien. De Amerikanen namen de rol van de Fransen over, maar het leerde de Israëli's ook een les. "De nood om een eigen industrie uit te bouwen", zeg de grootste durfkapitalist van Israël, Yossi Vardi. "De Gaulle en de Arabische boycot zijn de vaders van de Israëlische hightech." Het Israëlische leger heeft sinds zijn stichting een apart wetenschappelijk korps dat nieuwe wapens en elektronische militaire apparatuur ontwikkelt. Het leger heeft een belangrijk wetenschappelijk budget, los van de publieke onderzoeksinvesteringen, de grootste ter wereld per capita, trouwens. "Het totaalbedrag voor militair onderzoek en ontwikkeling is echter een militair geheim", zegt Oded Distel, die de overheidsorganisatie Israel NewTech leidt. "Maar deze investeringen hebben een spin-off naar de industrie. Die kan apparatuur afleveren die zich heeft bewezen op het slagveld. Een commerciële troef." Niet alleen de technologie, maar ook de ex-militairen vinden hun weg naar de burgereconomie. In de elite-eenheden 8200 en Talpiot worden achttienjarige jongens en meisjes gedrild met de modernste technieken, ook over management. Er zijn speciale jobaanbiedingen 8200 only. Talpions lagen aan de basis van beursgenoteerde hightechbedrijven als Nice Systems, Biological Signal Processing en Compugen, maar ook van het Amerikaanse Strategic Defense Initiative ('Star Wars'). "Ook luchtmachtpersoneel vindt gemakkelijk zijn weg naar de hightechbedrijven", weet Haim Shani, zelf een gewezen luchtmachtofficier en oprichter van Unitronics dat op Euronext noteert (zie kader Israëlische robots parkeren auto's). "Mijn eigen dochter vervult er momenteel haar diensplicht. Ze wordt van 's morgens zes tot 's avonds laat tien uur permanent ondergedompeld in een bad met de modernste technologie. Twee jaar lang. Het is de beste opleiding om me ooit op te volgen. Of om een eigen bedrijf te starten natuurlijk." Volgens Roei-Rothler heeft de legerdienst in een oorlogssituatie inderdaad een weerslag op de ondernemingszin. "De dienstplicht kneedt ook de houding van ondernemers. Wie een oorlog heeft meegemaakt, staat scherper. Je pleegt geen zelfmoord als het even slecht gaat met je bedrijf. Die wil tot overleven is de kern van ons ondernemerschap. Dat geldt trouwens ook voor de economie in haar geheel. Die bouwde in de loop der jaren niet alleen weerstand op tegen de economische crisis, maar ook tegen de geopolitieke situatie." Dat zijn geen loze woorden. IMD World Report, dat de competitiviteit van de landen onderzoekt, plaatst Israël steevast bij de top voor de weerbaarheid van de economie. Israël scoort ook als een land voor entrepreneurs. De beschikbaarheid van kapitaal voor starters - per capita 30 keer meer dan in Europa - en IT is optimaal. Het is dan ook nummer een voor startende ondernemingen buiten de VS. Het personeel is goed voorbereid op het bedrijfsleven. Geen land ter wereld geeft zo veel uit aan onderwijs, onderzoek en ontwikkeling, en nergens is de technologietransfer tussen privé en unief beter. Het land telt 135 ingenieurs op 10.000 personen, vier keer meer dan in Vlaanderen. 45 procent van de Israëli's heeft een academisch diploma. En die diploma's mogen er zijn. Israël neemt internationaal de vierde plaats in van wetenschappelijke publicaties per inwoner. Het Weizmann Instituut in Rehovot en de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem zijn volgens Scientist de beste academische centra buiten de VS. Het Weizmann Instituut kreeg wereldwijd de meeste inkomsten uit royalty's in vergelijking met andere universiteiten. Yissum, het commerciële bedrijf van de Hebreeuwse Universiteit, haalt een jaaromzet van 45 miljoen euro en registreerde 5500 patenten en 1600 uitvindingen. "Onze universiteit telt 8000 onderzoekers", zegt CEO Yaacov Michlin. "Die worden allen aangespoord om verder te denken dan hun academische neus lang is. De zuivere wetenschapper is een mooi concept, maar we hopen toch dat hun bevindingen de weg vinden naar de bedrijven. Tot 2000 was dat vooral het geval voor onze IT-onderzoekers. Vandaag heeft de helft van de producten die Yissum aan de man helpt brengen zijn oorsprong in het biotechnologische departement." De 68 spin-offs, zoals de bedrijven Mobileye, Keryx en Nasvax, halen een omzet van 1,2 miljard euro. Eén ervan is Novagali, dat oogdruppels op de markt brengt. Het wordt geleid door professor Simon Benita. "Is-raëlische onderzoekers zijn gebeten door het ondernemingsvirus. Onze kracht bestaat erin dat we durven af te wijken van de klassieke oplossingen. Innovatiedrang wordt ons genetisch meegegeven. Niet toevallig heeft een op de drie ondernemers in Silicon Valley Joodse roots." Benita is als Marokkaanse Jood vertrouwd met het Franse denken. "Europa neemt haast een socialistische houding aan tegenover ondernemen. Veel collega's verhuisden na een succesvolle carrière in Europa naar Israël om hier te excelleren als academicus én ondernemer. Hier zijn we gedreven als individu en als Jood. Je merkt het ook aan de jongeren. Ik doceerde ooit in landen waar de studenten de hele dag zwijgzaam mijn woorden noteerden. Als ik hier in Jeruzalem een opmerkelijke stelling formuleer, krijg ik de hele aula over me heen met kritische vragen. Chutzpah, noemen we dat. Alles wordt voortdurend in vraag gesteld. Laat dat nu de motor zijn van alle innovatie. Het is echt geen toeval dat zo veel internationale ondernemingen hun tenten opzetten in onze woestijn." Microsoft en Cisco Systems bouwden in Israël bijvoorbeeld hun eerste onderzoekscentrum buiten de VS. Volgens Yoav Samer, een ex van de militaire elite-eenheid 8200 en hoofd van het overnamedepartement van Cisco, staat Israël aan de front-linie wat innovatie betreft (in Start-Up Nation). Ook Motorola, Intel en Google openden er meerdere O&O-centra. IBM legde vorig jaar, in volle crisis, 150 miljoen euro neer voor het softwarebedrijf Guardium. Het deed de voorbije tien jaar 21 overnames in het beloofde land. De gezamenlijke hoogtechnologische industrie vormt trouwens een buffer tegen de crisis, duidt een recente studie van het ministerie van Financiën. Terwijl de export in 2009 met 12,5 procent afnam, groeide die van hightech - een derde van het totaal - met 5,5 procent. "We volgen met de nodige aandacht de Europese crisis omdat een derde van onze export richting Europa gaat, meer dan naar de VS", zegt Zvi Eckstein, vicegouverneur van de Nationale Bank van Israël. "40 procent van het bbp wordt trouwens geëxporteerd." In 2005-2008 groeide het bbp elk jaar met 5 procent. Het nam in 2009 af met 1,1 procent. Eckstein blijft optimistisch. Hij voorspelt voor dit jaar een groei van het bbp van 3,7 procent en volgend jaar 4 procent. "In vergelijking met de meeste landen heeft de Israëlische economie de crisis goed doorstaan omdat onze banken geen zware klappen kregen. Hun inkomsten zijn veel minder dan internationale concurrenten van vastgoed afhankelijk. Het einde van de crisis is in zicht." Heeft hij dan geen vrees dat het oplaaiende conflict als gevolg van het Gaza-konvooi de markten beroert? "Uiteraard is het conflict een probleem voor onze exportgroei. Bij een militaire crisis wordt iedereen nerveus. Onze producenten krijgen van buitenlandse leveranciers de vraag of hun wereld in elkaar stort. Maar substantieel is er niets aan de hand." "Wie een oorlog heeft meegemaakt, staat scherper. Je pleegt geen zelfmoord als het even slecht gaat met je bedrijf" Rachel Roei-Rothler "Innovatiedrang wordt ons genetisch meegegeven. Niet toevallig heeft een op de drie ondernemers in Silicon Valley Joodse roots" Simon Benita