Daan Killemaes
...

Daan KillemaesDe Chinese economie heeft een volgende mijlpaal bereikt. Voor het eerst droeg China het meeste bij aan de groei van de wereldeconomie (zie grafiek). Op het groeimotortje van het oude industriële Westen rijdt de wereldeconomie amper nog een procentje verder, maar dankzij de dynamiek in de groeilanden is de economische ijver op de aardbol bijna met geen stokken af te remmen. Het Internationaal Muntfonds (IMF) paste vorige week nog de verwachting voor volgend jaar wat neerwaarts bij, maar met een groei van 4,75 % zal 2008 perfect passen in dit decennium, dat inzake welvaartscreatie het sterkste wordt in de geschiedenis van de mensheid. Alleen aanslagen met massavernietigingswapens, echte olieschaarste, oplaaiend protectionisme, of een pandemie kunnen dit rooskleurige scenario torpederen. Finan- ciële onrust, zoals we die afgelopen zomer gekend hebben, hoort niet in dit doemlijstje thuis. De veerkracht die nodig is om dergelijke crisis te overwinnen en die vooral eigen was aan de Amerikaanse economie, heeft zich verspreid over grote delen van de wereldeconomie. Deze verspreiding van het marktdenken, de toenemende internationale handel en de betere kwaliteit van het beleid geven de onzichtbare hand van Adam Smith vrij spel in de creatie van welvaart. De (financiële) markten vielen na de zomerse turbulentie snel in hun plooi terug. De kredietmarkten ontdooien stilaan en de monetaire omstandigheden blijven globaal genomen gunstig. Zelfs de "carrytrades" zijn uit de doden herrezen: beleggers dragen weer emmertjes geld uit laagrentende markten naar bestemmingen die een hogere return beloven. De grondstoffen rijgen, gegeerd als ze zijn, de prijsrecords aan elkaar. De beurzen herstelden, of stoomden in het geval van de groeilanden gewoon krachtig door, omdat de beursgenoteerde bedrijven gemiddeld stevige winstcijfers rapporteren. Bovendien hebben de beurzen zich de voorbije jaren niet bezondigd aan irrationele uitbundigheid. "De waarderingen zijn niet overdreven. En opvallend, de beursrally van de jongste jaren is voor 105 % gedragen door stijgende bedrijfswinsten. Een lagere waardering van de winsten woog voor 5 % op de koersen. Tijdens een normale beursrally steunen stijgende koersen voor 70 % op stijgende waarderingen, en slechts voor 30 % op stijgende winsten", zegt Peter De Keyzer, strateeg van ABN Amro. "Maar wispelturigheid zal troef blijven op de financiële markten. Correcties van 5 à 10 % zullen regelmatig opduiken." Maar we mogen niet te vroeg victorie kraaien, zegt Geert Noels, hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer: "De financiële crisis is niet op een paar weken tijd weggespoeld. Het is eerst afwachten wat het uiteindelijke effect op groei en werkgelegenheid zal zijn." Vooral de VS zijn nog niet uit de doldrums. De Amerikaanse hypotheekcrisis is nog lang niet voorbij en zal tot diep in 2008 wegen op de Amerikaanse groei. De Europese economie kampt met de naweeën van de kredietcrisis, een sterke euro en dure olie, maar uitstekende exportcijfers moeten ervoor zorgen dat de ondernemers en de gezinnen er de moed in houden (zie ook barometer op blz. 30). De tegenwind die in het Westen is opgestoken, is in elk geval (nog) niet opgewassen tegen de rugwind die vanuit de groeilanden blaast. De stelling dat de wereldeconomie de Amerikaanse locomotief niet meer nodig heeft om de vaart erin te houden, wint aan geloofwaardigheid. De groeilanden blijven afhankelijk van de Amerikaanse consument, maar vooral in Azië neemt de interregionale handel overhand toe, met China als onvermoeibare spil. De groeilanden staan ook financieel steviger in hun schoenen dankzij overschotten op de lopende rekening en de miljarden dollars internationale reserves in kas. De helling van de lijn die sinds 1980 de dieptepunten in de wereldgroei met elkaar verbindt, is heerlijk steil. In het begin van de jaren '80 kneep het strakke rentebeleid, in de strijd tegen de inflatie, de wereldgroei nog zo goed als dood, maar 20 jaar later viel de groeivertraging na de beurs-crash van 2000-2001 en de aanslagen van 11 september in 2001 relatief mee - de groeilanden spanden toen al een vangnet onder de economie. De globale conjunctuurcyclus is niet dood, maar het Aziatische groeimirakel tilt hem op een hoger niveau. (T)