Stephan Kuhn (50) runt al bijna vier jaar de divisie compressoren. Die vertegenwoordigt een jaaromzet van ruim 4 miljard euro en telt 16.000 werknemers, van wie er 2700 in Wilrijk werken. Kuhn volgde de Vlaming Ronnie Leten op, die promoveerde tot CEO van de hele groep. Hij heeft intussen een klare kijk op de typische overheidskwaaltjes die knagen aan de Belgische industrie.
...

Stephan Kuhn (50) runt al bijna vier jaar de divisie compressoren. Die vertegenwoordigt een jaaromzet van ruim 4 miljard euro en telt 16.000 werknemers, van wie er 2700 in Wilrijk werken. Kuhn volgde de Vlaming Ronnie Leten op, die promoveerde tot CEO van de hele groep. Hij heeft intussen een klare kijk op de typische overheidskwaaltjes die knagen aan de Belgische industrie. Toch maakt Kuhn, die jaren in China aan de slag was, zich sterk dat de fabriek in Wilrijk hier ook op lange termijn nog staat. Kuhn stelt de overheid wel voor haar verantwoordelijkheid. Brugpensioen, loonindexering en het dichtslibben van het wegennetwerk staan met stip boven aan zijn lijstje van heikele punten, en niet alleen voor een industrieel bolwerk als Atlas Copco. Ermee dreigen dat Atlas Copco hier zijn biezen zou pakken, wil Kuhn niet doen. "Waarom zouden we hier niet blijven? Deze fabriek heeft hier een heel sterke basis, die heel hard werkt om ook morgen succesvol te zijn. We hebben een echte innovatiemachine, met 500 ingenieurs in onderzoek en ontwikkeling. Nergens is er zo veel intellectuele eigendom over compressoren. We hebben daardoor ook een voortdurende stroom van nieuwe producten en innovaties." "En we hebben een relatief licht businessmodel. De investeringen in zware machines zijn vrij beperkt, zodat we ons snel kunnen aanpassen. Dat zag je ook tijdens de crisis van 2009. Het slechtste kwartaalresultaat gaf voor de compressorenafdeling nog altijd een operationele marge van 16,2 procent. We kunnen dus ook goede resultaten halen als het niet zo goed gaat." Atlas Copco zette de tering naar de nering in 2008 en 2009. In die crisisperiode werden wereldwijd 6000 jobs geschrapt, waarvan ruim 500 in Wilrijk. "Maar we hebben sindsdien ruim 400 mensen aangeworven. We zijn er dus in geslaagd de werkgelegenheid hier relatief stabiel te houden", reageert Kuhn. En dat terwijl de compressorenactiviteiten zich de voorbije jaren voornamelijk ontwikkelden in Azië. China is voor Atlas Copco zelfs al de grootste markt voor compressoren. Voor sommige types van machines vertegenwoordigt China al 40 tot 70 procent van de wereldmarkt. "Maar China is geen bedreiging voor Wilrijk, maar een opportuniteit", benadrukt Kuhn. "Als ik hier discussieer met de ondernemingsraad zeg ik altijd 'hoe sterker China, hoe beter voor ons'." In Wilrijk worden ook heel wat compressorcomponenten voor Azië ontwikkeld, geproduceerd en verscheept. Naast China zorgen ook de VS voor groei in compressoren. "Maar er zullen nog andere drivers zijn", voorspelt Kuhn. "De volgende sterkhouder wordt India, hoewel alles daar lang duurt. India komt in zijn ontwikkelingsproces tien jaar na China. Maar de groei in de wereldeconomie stelt ons in staat sterk te zijn in België." Dat is ook nodig, want gemakkelijk wordt het Atlas Copco Airpower, zoals de Wilrijkse vestiging voluit heet, niet gemaakt. "We moeten zelf de omstandigheden creëren om goed te werken, maar de overheid moet ook zorgen dat dit land competitief blijft", pleit Kuhn. Zo zijn ook voor Atlas Copco de zware loonkosten een loden last. Niet dat die moeten worden afgezet tegen China. "Dat is niet de juiste vergelijking", zegt Kuhn. "Ik heb in China zeven fabrieken. Niet omwille van een loonverschil, maar omdat ik dicht bij de klant moet zijn, omdat we er vijf andere merken hebben en omdat we er marktleider zijn." "Wel belangrijk is het verschil in loonkosten tussen Duitsland en België. Een arbeider kost hier ongeveer een kwart meer dan in Keulen, waar we ook een fabriek hebben. Maar het nettosalaris dat een arbeider er mee naar huis neemt, is in Duitsland wel minstens 10 procent hoger." Gelukkig oogt voor een bediende het plaatje anders. "Zelfs zonder subsidies voor onderzoek en ontwikkeling kost een bediende hier wat minder dan in Duitsland." Hoewel ook voor een bediende het nettoloon substantieel hoger is in Duitsland. Ook het dichtslibbende wegverkeer rond Antwerpen is een zorg voor Kuhn. "En er zijn wat ik noem de restanten van vergane tijden, zoals het brugpensioen. Het is een van de elementen die moeten veranderen en ik ben er zeker van dat die zullen veranderen", voorspelt Kuhn. "Ik werkte begin jaren 2000 in Duitsland toen daar het brugpensioen werd afgebouwd. Toen al was duidelijk dat het niet betaalbaar meer kon blijven. Politici moeten dan ingrijpen. Het is alleen de vraag hoe ver zij hun nek durven uit te steken." Kuhn verzet zich ook tegen onze loonindexering. "Een ronduit archaïsch systeem. Ik zeg dat niet omdat ik een werkgever ben, maar omdat de overheid daarmee zaken regelt die zouden moeten worden besproken tussen werkgever en bonden." "Ik vertrouw erop dat Belgische politici die zaken herstellen om de concurrentiekracht te verbeteren. Alleen is dat in andere landen al tien jaar geleden gebeurd. Als ze nu nog te lang wachten, zullen bedrijven vroeg of laat zeggen 'dit doen we niet langer'. Airpower zal hier nog zijn over tien jaar en waarschijnlijk ook over twintig jaar. Maar hoeveel zal er dan nog van over zijn? Het echte gevaar is dat wordt afgeslankt." "Kijk, ik heb wereldwijd 30 fabrieken. Niet dat ik wat hier in Wilrijk wordt geproduceerd, naar China zal brengen. Maar ik kan voor sommige producten bijvoorbeeld naar Italië gaan. Ik heb daar een zeer goed kostenplaatje. Als sommige dingen niet gebeuren, moet ik wel. Ik vraag me voortdurend af hoe ik ook morgen nog competitief kan zijn. België is daarbij maar één element, want ik kijk naar de wereldkaart. Ik moet ervoor zorgen dat we overal de nodige concurrentiekracht hebben." "België is voor het overige vrij flexibel", gaat Kuhn voort. Vooral de Antwerpse haven is een grote troef. "Als we onze producten willen verschepen, spreken we over miljarden euro's die van hier vertrekken. Er is ook de luchthaven om wisselstukken te transporteren. En we juichen zeker de steun voor octrooien toe." België heeft de belastingen op inkomsten uit octrooien verlaagd tot maximaal 6,8 procent. Zelfs de permanente nood aan ingenieurs kan worden opgevangen. Atlas Copco werkt nauw samen met de universiteiten en heeft daarmee heel wat onderzoeksakkoorden. Bij een acuut tekort aan ingenieurs, wordt gerekruteerd buiten de grenzen, in landen als Ierland en Spanje. "Toen we twee jaar geleden uit de crisis kwamen, gaf dat heel wat gedoe. Mensen hielden zich toen liever gedeisd, maar nu bewegen ze weer." BERT LAUWERS "We kunnen ook goede resultaten halen als het niet zo goed gaat" Stephan Kuhn, Atlas Copco "Zelfs zonder subsidies voor onderzoek en ontwikkeling kost een bediende hier wat minder dan in Duitsland" Stephan Kuhn, Atlas Copco