De economische vooruitzichten worden plots slechter. De Verenigde Staten flirten met een recessie, de olieprijzen staan op een nieuw hoogtepunt en de dollar bereikt een historisch laagterecord. Zonder China zaten we nu in een recessie en met een échte beurskater.
...

De economische vooruitzichten worden plots slechter. De Verenigde Staten flirten met een recessie, de olieprijzen staan op een nieuw hoogtepunt en de dollar bereikt een historisch laagterecord. Zonder China zaten we nu in een recessie en met een échte beurskater. Ik probeer even de voorspellingen van de Amerikaanse centrale bank van het afgelopen anderhalf jaar samen te vatten. In de herfst van vorig jaar stelde de Federal Reserve dat de vastgoedcrisis over haar dieptepunt was en dat er geen besmettingsgevaar was. In februari van dit jaar bleek dat voorbarig, want toen brak de subprimecrisis uit, maar geen angst: er was geen besmettingsgevaar voor de financiële markten. In augustus werd dit wat tegengesproken door een nooit geziene liquiditeitscrisis, maar er was geen gevaar voor de Amerikaanse economie, zo werd gezegd. Vorige week verloor de Amerikaanse arbeidsmarkt onverwacht jobs. Het bericht van de centrale bank dat dit niet de consumptie zou treffen, viel jammer genoeg net samen met onverwacht slechte cijfers van het consumentenvertrouwen... Nu zegt de Fed dat de Amerikaanse economische problemen geen enkele besmetting van de wereldeconomie zullen meebrengen... Is Muhammad Saeed al-Sahaf, ofwel Comical Ali, een inspiratiebron voor de Amerikaanse centrale bank? De Amerikaanse economie staat plots erg dicht bij een recessie, of zit er misschien al volop in. Martin Feldstein, de baas van het instituut (NBER) dat officieel de recessies vaststelt, sprak vorige week van een driedubbele dreiging (1). Hij voelt dus de bui hangen. Tien jaar geleden zou dit nieuws al voldoende zijn geweest om het wereldwijde economenleger naar het mes te laten grijpen en een stuk uit hun groeivooruitzichten te snijden. Maar vandaag is er één groot verschil: de Verenigde Staten zijn nog wel de grootste economie, maar niet de belangrijkste voor de groei van de wereldeconomie. Het klinkt brutaal, maar voor 2008 zou ik liever de Chinese groei dan de Amerikaanse kennen. Juju China: nummer 1. De Amerikaanse economie verhoudt zich vandaag tegenover China zoals Serena Williams tegenover Justine Henin. De ene staat wat zwaar en is passé, de andere vliegt en is wereldklasse. En net zoals Juju vertoont China geen spoor van zwakte. Het jaar begon nochtans in mineur voor beiden, maar er werd een nieuwe piek bereikt in de zomer (zie grafiek). De Chinese centrale bank heeft alle moeite om de economie af te koelen. De groei ligt boven 11 % en daarvan is meer dan 6 %-punt toe te schrijven aan de export. China zal daardoor dit jaar 300 miljard dollar buitenlandse deviezen verzamelen. Opmerkelijk, want tot 2004 slaagde China er niet in om de groeiende export te vertalen in spaaroverschotten, de import nam immers nog meer toe. De explosie sinds 2005 is toe te schrijven aan de veranderende samenstelling van de Chinese export (2). Vroeger waren arbeidsintensieve consumentengoederen goed voor de overgrote meerderheid van de export. Dat aandeel is meer dan 20 %-punt gedaald. Vandaag bestaat 40 % van de export uit kapitaalgoederen, tegenover 10 % tien jaar geleden. China heeft een allesoverheersende invloed op grondstoffen en goederenstromen. De beste barometer van de Chinese economie is de index van de scheepsvrachtprijzen. En die bereikte vorige week een nieuwe all time high (zie grafiek: China op volle kracht vooruit!). Postolympische depressie? De centraal geleide Chinese economie zal zeker tot aan de Olympische Spelen op snelheid worden gehouden. Daarna, zo veronderstellen velen, is het risico groot dat er een postolympische depressie komt. Ik verwacht dat dit risico uiteindelijk niet zo groot is. Op dit moment groeit China bijna uitsluitend op één motor: de buitenlandse vraag. De koopkracht van de Chinezen groeit echter sterk. Hun spaarneiging is buiten proportie: een spaarquote van 50 % van het bruto binnenlands product! Er is dus veel marge tot bijkomende consumptie. De indrukwekkende Chinese groeisnelheid vandaag is met de handrem op... De vrees dat een vertraging van de Amerikaanse economie China zal afkoelen, is maar ten dele juist. Uiteraard blijven het Siamese tweelingen die samen onevenwichtig zijn gegroeid. China voedde de Amerikaanse kredietobesitas en was dus de gewillige dealer voor de verslaafde Amerikaanse consument. Maar intussen is China ook de drijvende motor van de hele Aziatische regio geworden. De talrijke renteverhogingen of zelfs een recessie in de VS zullen dus niet volstaan om de Chinese groeiraket te vertragen. China veroorzaakt wel zijn eigen tegenwind: stijgende olieprijzen en andere grondstoffenprijzen, vooral voeding. Omdat de Chinees ook meer en beter wil eten, steeg de inflatie in juli (voor 40 % voeding) tot 6,5 %. Ook dat vraagt om afkoeling. China is ecologisch een ramp voor de wereld. Maar economisch is het op dit moment een zegen. Zonder de Chinese groei balanceerde de wereldeconomie vandaag op de rand van een recessie, en zouden de aandelen niet 8 %, maar een goede 30 % lager staan. De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be (1) Feldstein warns of recession, 3 september 2007, www.chinapost.com.tw/business/2007/09/03/121018/Feldstein-warns.htm (2) China's growing external dependence, september 2007, Finance and Development, www.imf.org/external/pubs/ft/fandd/2007/09/cui.htm Geert Noels