JEF VUCHELEN
...

JEF VUCHELENDe economische omstandigheden zitten niet goed. Onzekerheid over de toekomst van de euro versterkt het wantrouwen van zowel de consument als de ondernemer, met als gevolg uitstelgedrag. De taak van beleidsvoerders vandaag is dan ook anders dan vroeger. Een expansief beleid om de zwakke groei te counteren, zit er door de toestand van de staatsfinanciën absoluut niet in, integendeel. Bijna alle landen moeten zwaar saneren. Dit beleid, dat rechtstreeks negatief inwerkt op de vraag, kan enkel onrechtstreeks de groei aanwakkeren. Naarmate de mensen begrijpen dat op die manier nog pijnlijker ingrepen vermeden worden, kunnen hun verwachtingen langzaam verbeteren. Vertrouwen is vandaag het sleutelwoord om de economische groei te bevorderen. Helaas is vertrouwen creëren geen sterk punt van de beleidsvoerders. Hun drang om via spetterende, meestal verontrustende verklaringen de krantenkoppen te halen, is een moeilijk af te leren gewoonte. Illustratief zijn de vele verklaringen de afgelopen maanden van vooral Duitse politici over de positie van Griekenland in de eurozone. Zij hebben voor veel onrust op de financiële markten gezorgd en zo de groei gedrukt. Vandaag moeten we vaststellen dat de verklaringen over de Belgische economische groei het wantrouwen sterk aantasten. De beleidsvoerders zijn hiervoor grotendeels zelf verantwoordelijk. Rond de jaarwisseling voorspelden conjunctuuranalisten een nauwelijks positieve economische groei voor dit jaar. Het cijfer voor het eerste kwartaal viel evenwel best mee, namelijk 0,3 procent op kwartaalbasis (nu herzien naar 0,2 procent). Vele analisten bleven echter bij hun voorspelling van beperkte groei. Verbazend, omdat dit een negatieve groei in de volgende drie kwartalen vereiste. Eigenlijk voorspelden ze een recessie zonder het te zeggen. Het wekte dan ook verbazing toen begin juni de gouverneur van de Nationale Bank, Luc Coene, 0,6 procent groei vooropstelde. Voorspellingen zijn opinies en moeten in de regel vrij verwoord worden. In het geval van een gouverneur van een centrale bank geldt echter dat deze voorspellingen zwaar onderbouwd zijn, zodat ze niet zomaar van tafel kunnen worden geveegd. Iedereen, en vooral de regering, was opgetogen omdat er uitzicht was op enig duurzaam herstel. Men mocht er immers van uitgaan dat de Nationale Bank begin juni al een goed zicht had op de evolutie van de groei in het tweede kwartaal. Het groeicijfer dat begin augustus voor het tweede kwartaal werd gepubliceerd, was dan ook een koude douche. Bovendien verklaarde Coene dat België opnieuw in een recessie zou belanden. Anders uitgedrukt, de groei in het derde kwartaal zou ook negatief zijn. De beroering die volgde, was perfect voorspelbaar. De gouverneur had in de eerste plaats verklaringen naar voren kunnen schuiven voor de slechte prestatie van de Belgische economie in het tweede kwartaal. Het zwaar negatieve cijfer lijkt immers ongeloofwaardig, zodat men zich ook moet afvragen of het niet drastisch zal worden herzien, dan wel bijgestuurd via een beter derde kwartaal. Voorts had hij ruime aandacht moeten besteden aan de specifieke redenen waarom hij in nauwelijks twee maanden tijd zijn voorspelling voor de groei van dit jaar drastisch had verlaagd. Nu was de boodschap louter negatief ("de recessie is er"), iets wat we eerder associëren met gazettenpraat. Een duidelijke uitleg had dus veel kritiek kunnen opvangen. Beleidsvoerders leggen altijd de nadruk op het herstel van het vertrouwen, maar blijkbaar ondermijnen ze het zelf graag als ze de kans krijgen. Het illustreert nogmaals dat beleidsvoerders uiterst omzichtig moeten omgaan met openbare verklaringen. Niet alles wat ze zeggen is informatie, maar dit wordt niet zo gepercipieerd door de publieke opinie. Vandaag geldt dit nog meer dan anders, omdat de onzekerheid groot is. Beleidsvoerders lijken te vergeten dat de crisis ook hun geloofwaardigheid heeft aangetast en dat ze vooral zelf moeten werken aan het herstel. Dit vormt een essentieel onderdeel van het structureel verbeteren van de economische groei. De auteur is professor economie aan de VUB.Beleidsvoerders leggen altijd de nadruk op het herstel van het vertrouwen, maar blijkbaar ondermijnen ze het zelf graag als ze de kans krijgen.