Het illustreert hoe moeilijk het is voor zetelende CEO's om het roer uit handen te geven én - sterker nog - een geschikte opvolger aan te wijzen. Eigenlijk hoefde Rudy Hageman zelfs niet meer te zoeken. Theo Dilissen was al elf maanden adjunct in eigen rangen. Hij moest hem alleen nog vinden.
...

Het illustreert hoe moeilijk het is voor zetelende CEO's om het roer uit handen te geven én - sterker nog - een geschikte opvolger aan te wijzen. Eigenlijk hoefde Rudy Hageman zelfs niet meer te zoeken. Theo Dilissen was al elf maanden adjunct in eigen rangen. Hij moest hem alleen nog vinden. Dat Dilissen op de koop toe ook over het juiste psychologische profiel bleek te beschikken om de klus te klaren, was een nog grotere meevaller. Geschikte CEO's zijn een ras apart. "Ze zijn geen lijders aan normaalte," schrijft Manfred Kets de Vries. Op het emotionele spectrum vigeren ze ergens tussen de extraverte hypomaniak en de introverte alexithym (of "dooie diender"). Echt effectieve leiders hebben zelfs iets van een teddybeer, vindt de Vries. Hun emotionele aanwezigheid en bezieling stelt mensen op hun gemak. Heel wat bedrijven zijn vandaag op zoek naar die zeldzame teddybeer. Herinnert u zich nog de krasse uitspraak van John Cordier vorig jaar, toen hij vernam dat Gimv-voorzitter Herman Daems zijn gedoodverfde opvolger bij Telindus, Eric Van Zele, had gepolst om topman van Barco te worden? "Compleet onethisch dat mijn algemeen directeur achter mijn rug wordt aangesproken," kapittelde de Telindus-topman. Hetzelfde overkwam onlangs Luc De Bruyckere bij Ter Beke. Johnny Thijs werd er weggekaapt voor de toppositie van De Post. "Een donderslag bij heldere hemel. Ik kreeg zelfs geen verontschuldiging van de regering," beklaagt De Bruyckere zich in deze Trends (blz. 24). Springen we achteloos om met onze CEO's of topmanagers? Het lijkt erop. Het is in ieder geval bevreemdend dat er in dit land wel een Instituut voor Bestuurders is dat op professionele wijze aandacht besteedt aan de problematiek van het behoorlijk bestuur, dat er instituten zijn voor bedrijfsrevisoren en accountants en platformen voor ethiek, marketing, management of familiale opvolging, maar géén Institute of CEO's. De nood aan een organisatie in Vlaanderen die continu over de opwaardering van het "CEO-ambt" waakt, is nochtans geen luxe. Nog te veel bedrijven grossieren in improvisatie wanneer het erop aankomt de sleutelfunctie in hun topmanagement in te vullen. Voor de koerswending van bedrijven als Innogenetics of Spector was de keuze van de figuur van de CEO hypercruciaal. Voor de toekomst van bedrijven als Xeikon, Keyware of CS2 zal ze allesbepalend zijn. Ook bij "mininationals" zoals Barco, Sibelco of Agfa is dit erg actuele materie. Het jaar 2001 werd geteisterd door faillissementen. Een van de meest spectaculaire daarvan was de val van Lernout & Hauspie. Dit debacle zadelde ex-topman Jo Lernout met een enorme frustratie op: "Eigenlijk heb ik drie verkeerde CEO's gekozen," zei hij onlangs aan de redactie. En hij doelde daarmee op Gaston Bastiaens, John Duerden en Philippe Bodson. L&H is niet meer. Twee wijze lessen blijven overeind. Eén: geschikte CEO's zijn moeilijk te vinden en we moeten ze koesteren (denk aan de teddybeer). Twee: hun opvolging is te belangrijk om aan het toeval over te laten, zelfs al is dat bij Theo Dilissen goed uitgedraaid. Piet Depuydt