Mats Alvesson heeft een twintigtal publicaties op zijn naam staan. Aanvankelijk hield hij het vrij neutraal (Communication, Power and Organization in 1996, Doing critical management research in 2000, Reflexive methodology in 2009), maar tegenwoordig komt hij graag provocerend uit de hoek. Wellicht heeft de man begrepen dat een sterke titel meer aandacht oplevert dan een lang verhaal.
...

Mats Alvesson heeft een twintigtal publicaties op zijn naam staan. Aanvankelijk hield hij het vrij neutraal (Communication, Power and Organization in 1996, Doing critical management research in 2000, Reflexive methodology in 2009), maar tegenwoordig komt hij graag provocerend uit de hoek. Wellicht heeft de man begrepen dat een sterke titel meer aandacht oplevert dan een lang verhaal. Toen hij in 2013 een onderzoek publiceerde met de bewust provocerende titel A stupidity-based theory of organizations, of hoe bedrijven soms functioneel dom zijn, veroorzaakte dat ook buiten Zweden veel ophef. Datzelfde jaar verscheen ook zijn boek The triumph of emptiness (De triomf van de leegte). Het mag duidelijk zijn: deze professor profileert zich graag als iemand die zekerheden op de helling zet. "Goed nieuws is leuk, maar slecht nieuws is soms interessanter. Brutaal zijn moet kunnen", vindt hij. Alvesson is ervan overtuigd dat de managementmethodes niet meer zijn aangepast aan de uitdagingen waar bedrijven voor staan. Vorige maand haalde de Stichting voor Toekomstige Generaties hem naar Luik, waar hij uitlegde wat er fout gaat. Hij had het over drie concepten: grootsheid (grandiosity), illusionisme (illusion tricks) en nulsomspellen (zero sum games). "De zaken groots voorstellen is gedemocratiseerd", zegt hij. "In het Westen kan zowat iedereen eraan meedoen. Tonen hoe boeiend je bent, of hoe mooi, daar draait het om." We etaleren het massaal op de sociale media, we pronken met merken "die zich bijna als een ziekte, als een olievlek verspreiden", we praten in superlatieven en ga zo maar door. Alvesson citeert bijvoorbeeld een lijst van alledaagse woorden en hun hippe alternatieven. Tegenwoordig volgen we niet zomaar een opleiding, maar 'ontwikkelen we onze competenties', een kmo-baas is een 'ondernemer' geworden, 'strategisch' klinkt beter dan belangrijk, 'leadership' gewichtiger dan leiding. "We hebben veel studies gedaan waarin we managers ondervroegen", vertelt hij. "Het gesprek ging vaak zo: "Wat doet u in het leven?" Antwoord: "Ik ben een leader, ik houd mij bezig met leadership." Op de vraag wat dat inhield, antwoordden ze: "Ik ben verantwoordelijk voor de ontwikkeling van strategieën, van mensen, van visies enzovoort." Concreet kwam het erop neer dat ze de hele dag in vergadering zaten. En het leadership dan? Daarvoor bleef geen tijd meer over!" Topmanagers leven in een 'powerpointrealiteit', vindt de Zweed. Ze lanceren het ene project na het andere, bijgestaan door een legertje inhoudsloze consultants, maar hebben geen voeling meer met de realiteit. "Managers doen aan struisvogelpolitiek", zegt hij om het concept van illusionisme te illustreren. "Ze willen de waarheid niet onder ogen zien, want anders zouden ze er wakker van liggen. Ik noem het georganiseerde hypocrisie: ze denken dat hun organisatie logisch in elkaar zit en een duidelijke lijn volgt. Maar er gaapt een grote kloof tussen wat men zegt en wat men doet." Alvesson heeft ook geen hoge pet op van het hoger onderwijs. Hij noemt het een perfect voorbeeld van grootsheid. Hij haalt een studie aan die sinds 1950 de academische graad bijhoudt van studenten aan de acht prestigieuze Amerikaanse universiteiten uit de Ivy League. "Vroeger lagen de punten lager, hoewel de universiteiten toen meer elitair waren dan nu. Tegenwoordig zijn er meer studenten met goede punten. Ofwel zijn ze allemaal slimmer geworden, ofwel heeft het diploma aan waarde ingeboet en wordt het makkelijker uitgereikt." In zijn ogen is het een teken dat uiterlijk vertoon belangrijker is geworden dan de realiteit zelf en dat de universitaire instellingen meedoen aan wat hij de 'overtuigingseconomie' noemt. "We hebben een onderzoek gevoerd dat de competenties mat bij het begin van hun opleiding en drie jaar later. Veertig procent van de studenten had geen enkele vooruitgang geboekt", stelt de professor. Hij vindt dan ook dat het onderwijs faalt en alleen dient om jonge mensen bezig te houden. "In sommige landen is het een echte business geworden. Je moet die logica trachten te doorbreken en je meer richten op echte kwalificaties." De Zweed is ook niet mals voor de wedren naar economische groei. "In veel landen brengt het niets bij, stijgt het levenscomfort niet", zegt hij. Wij leven in een maatschappij van overdaad. Opleiding, kleding, voedsel, goederen: we hebben van alles te veel. Niet wat we zelf bezitten, is tegenwoordig van tel, maar wat we verbruiken in vergelijking met anderen. Een nulsomspel, zo noemt hij het. Erger nog: we zijn geneigd anderen te imiteren in plaats van zelf na te denken. "Er wordt gezegd dat CEO's mensen zijn met een eigen mening, maar dat klopt niet. Het zijn schapen, die de kudde volgen. Staat er één in de hoek van een weide te grazen, dan staat een kwartier later de hele kudde daar. De ene creëert een fantasiebeeld, de anderen volgen." Maar let op voor schone schijn. "De keerzijde is dat we ons achteraf ontgoocheld, terneergeslagen of bedrogen voelen." Alvesson wijst graag op wat er fout gaat in de maatschappij, maar blinkt niet uit in het voorstellen van oplossingen. Omdat er geen oplossingen bestaan? Wanneer hij de vraag krijgt, trekt de Zweed een bedenkelijk gezicht: "Veranderen is moeilijk. Al kunnen we sommige zaken wel anders aanpakken." Hij stelt bijvoorbeeld voor om een einde te maken aan hypocrisie, intellectuele eerlijkheid te verkiezen boven imitatiegedrag en om zo vaak mogelijk bullshitbingote spelen. Kwestie van betekenisloze buzzwoorden te schrappen. "Te veel grootsheid is nefast voor bedrijven. We moeten daarvan afstappen", besluit hij. Al is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hij is er paradoxaal genoeg het levende bewijs van, de professor die toegeeft dat hij in bepaalde opzichten deel uitmaakt van de 'powerpointrealiteit', die het vliegtuig neemt om deel te nemen aan symposia over duurzame ontwikkeling en conferenties afdweilt om promotie te voeren voor zijn boek. Grootheidswaan, nietwaar.MÉLANIE GEELKENS