L ' histoire se répète, maar nooit op dezelfde wijze. Dit soort boutades flitst door de geest wanneer, los van het dagdagelijkse gehakketak eigen aan intense crisismomenten, gepoogd wordt tot een reflectie te komen over de recente problemen op de internationale geld- en kapitaalmarkten. Of het nu om de Grote Depressie van de jaren dertig gaat, dan wel om de crisis rond de schuldenberg van de Derde Wereld uit het begin van de jaren tachtig, om het Amerikaanse savings & loan-debacle van enkele jaren later of de Japanse zeepbel die uitmondde in de deflatie van de jaren negentig (en daarna), om de storm rond het hefboomfonds LTCM in 1998, om de high tech-zeepbel aan het einde...

L ' histoire se répète, maar nooit op dezelfde wijze. Dit soort boutades flitst door de geest wanneer, los van het dagdagelijkse gehakketak eigen aan intense crisismomenten, gepoogd wordt tot een reflectie te komen over de recente problemen op de internationale geld- en kapitaalmarkten. Of het nu om de Grote Depressie van de jaren dertig gaat, dan wel om de crisis rond de schuldenberg van de Derde Wereld uit het begin van de jaren tachtig, om het Amerikaanse savings & loan-debacle van enkele jaren later of de Japanse zeepbel die uitmondde in de deflatie van de jaren negentig (en daarna), om de storm rond het hefboomfonds LTCM in 1998, om de high tech-zeepbel aan het einde van de vorige eeuw of om de recentste financiële commotie (die al lang de Amerikaanse rommelhypotheken overstijgt), ... telkens staan excessen van marktparticipanten centraal in de saga. Bij die excessen duikt als grote gemene deler telkens weer een vorm van blindheid voor risico's op. Meestal hangt die blindheid op haar beurt weer in belangrijke mate samen met fouten in de sfeer van het gevolgde monetaire beleid. Er kan bijvoorbeeld vandaag nog weinig twijfel over bestaan dat de blindheid voor risico tijdens de voorbije jaren veel te maken heeft met de manier waarop Alan Greenspan, de vorige voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (kortweg de FED), zijn beleid uitstippelde en communiceerde aan de markten. Je kunt er gif op innemen dat de reputatie van Greenspan na de recente gebeurtenissen een meer gedeukt karakter heeft gekregen. Vroeg of laat - maar altijd en overal - monden de excessen aangegaan op de geld- en kapitaalmarkten uit in correcties. Het hangt in essentie van de reactie van centrale bankiers af of die correcties op hun beurt enkel maar resulteren in stevige financiële verliezen voor een relatief beperkte groep van direct betrokkenen - eigen schuld, dikke bult - dan wel uitmonden in diepsnijdend sociaaleconomisch leed. Centrale banken moeten erover waken dat de inflatie in toom wordt gehouden, maar dienen er evenzeer op toe te zien dat er geen deflatie komt. Een financiële crisis die echt uit de hand loopt, brengt onveranderlijk een erg vicieuze deflatiespiraal op gang. Jobdestructie en maatschappelijke verarming volgen dan even onvermijdelijk. Zoals we sinds Milton Friedmans meesterwerk A Monetary Histroy of the United States (1963) weten, kon de Grote Depressie van de jaren dertig tot ontwikkeling komen omdat de centrale bankiers destijds onvoldoende doordrongen waren van de noodzaak om met afdoende geld- en liquiditeitscreatie de negatieve marktsentimenten en het paniekgedrag weg te spoelen. In het geval van Japan is uit onderzoek achteraf gebleken dat de centrale bank aldaar, te laat en te timide reageerde toen aan het einde van de jaren tachtig de zeepbel openbarstte. De voorbije weken reageerden de centrale banken, met de Europese Centrale Bank (ECB) en de Amerikaanse FED op kop, snel en adequaat. Critici stellen dat zij door hun interventies toch weer het verkeerde signaal uitzenden: als het water echt aan de lippen staat, treden de centrale banken reddend op voor wie zich in aan excessen bezondigde. Tot op zekere hoogte klopt dit argument, in het meer technische jargon bekend als het moral hazard-probleem. Tegelijkertijd ligt het echter nogal voor de hand dat zulke consideraties niet opwegen tegen het risico van een complete meltdown van de markten. De sociaaleconomische averij die daardoor zou ontstaan is enorm. Het blijft echter voor de centrale bankiers een slappe koord om op te balanceren. Zij moeten tussenbeide komen om het systeem overeind te houden, maar mogen niet verhinderen dat er bloed vloeit. Alleen op die manier kunnen zij structurele excessen opnieuw indijken. De auteur is algemeen directeur van het VKW.Johan Van Overtveldt