Eind vorig jaar was er in België 29,8 miljard euro cash in omloop, blijkt uit cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB). Dat was bijna 30 procent van de totale geldhoeveelheid van 130 miljard euro (de zogenoemde geldhoeveelheid M1). De Nationale Bank van België (NBB) weet dan weer dat eind 2012 ongeveer 480 miljoen biljetten in omloop waren in ons land.
...

Eind vorig jaar was er in België 29,8 miljard euro cash in omloop, blijkt uit cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB). Dat was bijna 30 procent van de totale geldhoeveelheid van 130 miljard euro (de zogenoemde geldhoeveelheid M1). De Nationale Bank van België (NBB) weet dan weer dat eind 2012 ongeveer 480 miljoen biljetten in omloop waren in ons land. De cijfers komen uit het Cash Report 2013, een studie die de waardetransporteur G4S liet maken in samenwerking met PwC om het belang van cash in onze maatschappij te onderstrepen. Cash heeft namelijk weinig vrienden. Febelfin, de bankenvereniging, kondigde eind 2009 aan dat het samen met de handelaars het aantal kaarttransacties in vijf jaar zou verdubbelen tot 2 miljard, ten nadele van cash. Dat was ambitieus. Eind 2012 stond de teller volgens de ECB in België op 1,23 miljard transacties. De stijging in vijf jaar was 31 procent. Vorig jaar vertraagde het groeiritme echter tot 6,2 procent, tegenover nog 8,2 procent in het jaar voordien. Duidelijk is wel dat betaalkaarten marktaandeel winnen. Het aantal betaalkaarttransacties per hoofd steeg in vijf jaar van 87 tot 111 in België. Toch zijn er aanwijzingen dat ook cash nog groeit. Dat valt niet af te leiden uit de hoeveelheid cash die de ECB in omloop heeft laten brengen. Daarvan weten we niet hoeveel er in de eurozone blijft. Schattingen van de hoeveelheid euro's in landen als Kroatië of Servië, lopen op tot 25 of zelfs 30 procent, volgens de NBB. De munten en biljetten die de Belgische nationale bank uitgeeft, zijn evenmin een maatstaf. Belgen gaan op reis en nemen hun centen mee. Geld migreert. Wel ziet de studie van G4S een indicatie in het aantal afhalingen bij geldautomaten in België. Die stegen volgens ECB-cijfers de jongste vijf jaar met 18 procent tot 411 miljoen in 2012. Het groeiritme neemt echter af, tot nog 1,4 procent vorig jaar. Een andere indicator in dezelfde richting is de recyclage. Alle biljetten die in bankkantoren, bij geldbehandelaars of bij de NBB terechtkomen, worden gecontroleerd op hun echtheid en geschiktheid voor ze opnieuw in omloop worden gebracht. "Dat zegt niets over de hoeveelheid cash die in omloop is, maar het is waarschijnlijk een goede benadering van het gebruik van biljetten", luidt het bij de NBB. Uit die cijfers blijkt dat het totaalbedrag aan gerecycleerde contanten nog altijd toeneemt, vorig jaar zelfs met bijna 13 procent voor de biljetten van 20, 50 en 100 euro. In de eerste helft van dit jaar daalde de hoeveelheid gerecycleerde biljetten echter. De NBB wijt dat aan de tegenvallende conjunctuur. Meer kant-en-klare informatie over de hoeveelheid cashtransacties in België is er eenvoudigweg niet. G4S en PwC wijzen erop dat het meestal om kleine betalingen gaat, waarvan de details niet worden geregistreerd. De ECB heeft vorig jaar voor een groot aantal landen schattingen gepubliceerd over het percentage transacties dat er nog met cash gebeurt. België zit in de middenmoot met 54 procent, maar dat cijfer is het betere economische giswerk op basis van gegevens van 2009 en 2010. Hoe dan ook is cash nog altijd een belangrijk betaalmiddel. Het betekent ook dat de 'toonbankinstellingen' (winkels, markten, horeca, tankstations) cash nog altijd grif aanvaarden, ondanks het risico op overvallen en diefstal. Een van de redenen is dat de consument weinig voordeel ziet in kaartbetalingen voor kleine bedragen. In Europa wordt in 84 procent van de gevallen met cash betaald als het bedrag onder 20 euro ligt, toont een onderzoek van de ECB aan. De consument is dus vragende partij. Maar ook de kosten voor de winkelier spelen een rol. In Nederland verenigt de Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen alle stakeholders. Haar studie plakte eerder dit jaar een cijfer op de kosten van betalingsvormen: 21 cent voor pinkaarttransacties (onze Bancontact/Mister Cash), 22 cent voor tankkaarten, 24 cent voor cash en 215 cent voor kredietkaarttransacties. Zowel Bancontact/Mister Cash als baar geld vergt een relatief kostbare vaste infrastructuur. Voor BC/MC zijn dat de investeringen in betaalterminals en transactieverwerking, voor cash is dat de vaste infrastructuur van de NBB en de waardetransporteurs, de geldautomaten bij de banken, de telmachines bij de winkeliers en zo meer. "Je zou kunnen zeggen dat de kosten voor zowel cash als elektronisch betalingsverkeer in belangrijke mate vast zijn", besluit het rapport van G4S/PwC. Dat betekent dat beide betaalmiddelen belang hebben bij een zo hoog mogelijk aantal transacties om de kostprijs per transactie te minimaliseren. Daalt het aantal betalingen met het ene medium ten koste van het andere, dan is de handelaar die de twee mogelijkheden accepteert niet noodzakelijk goedkoper af. "Onevenredige bevordering van één product boven het andere leidt niet direct tot kostenverlagingen; een gezonde mix lijkt optimaal", meent G4S/PwC. Er kleven maatschappelijke nadelen aan cash. De studie legt een treffend verband tussen het aandeel cashtransacties en de omvang van de grijze economie (zie kaart). Maar er zijn ook voordelen. Nogal wat immigranten en ouderen hebben weinig affiniteit met betaalkaarten. De NBB noemt cash 'sociaal inclusief'. "Geld is het enige betaalmiddel dat niemand uitsluit", klinkt het daar. "Voor de arme burger blijft cash onmisbaar als betaalmiddel", beaamt Danièle Bovy van Test-Aankoop. Het is een argument waar Leo Van Hove, hoogleraar economie aan de VUB, weinig begrip voor heeft. "Wie vandaag alleen cash heeft, is sowieso van veel uitgesloten. Je moet ervoor zorgen dat iedereen een bankkaart kan gebruiken." Een ander argument pro cash snijdt wel hout, vindt hij: het moet blijven als back-up. "Als het internet uitvalt, hoe ga je dan betalen?" Met de toenemende cybercriminaliteit en de makkelijke toegang die spionnen hebben tot communicatie-infrastructuren, is dat geen retorische vraag. In Zweden daalt de vraag naar biljetten sinds 2009 elk jaar. Daar stelde de centrale bank in juni dat, als cash zeldzaam wordt, er moet worden gekeken hoe in crisissituaties wel kan worden betaald. Benoît Coeuré, directeur van de ECB, waarschuwde in een recente speech: "Wij vinden het problematisch dat winkels op grote schaal cashloos zouden worden." Als onderdeel van zijn onderzoek legde G4S/PwC vijf scenario's voor aan 24 mensen uit alle belangengroepen. Bijna 70 procent vindt een scenario waarin verschillende betalingsmiddelen zich doorontwikkelen, het meest waarschijnlijke. Gert Askes, managing director van G4S Cash Solutions in Nederland en België, wijst naar de opkomst van Paypal en Google als betalingsspelers. Tegelijk verwacht hij geen revolutie. "In Kenia gebeuren betalingen vandaag mobiel. Dat kon omdat er voordien zogoed als niets bestond. Hier willen we veranderen, maar we zitten met ons kantorennetwerk en met de bestaande infrastructuur. Daarom moet iedereen de dialoog aangaan."BRUNO LEIJNSEZowel de consument als de winkelier is nog altijd vragende partij voor cash. Er is een treffend verband tussen het aandeel cashtransacties en de omvang van de grijze economie