In de competitiviteitsindex van het World Economic Forum 2007-2008 halen Frankrijk en België net de top 20 van de meest competitieve landen (Frankrijk op 18; België op 20). Relatief goed nieuws voor België, dat vier plaatsen won ten opzichte van vorig jaar. Beide landen verliezen echter vooral punten door hun te rigide arbeidsmarkt en de zwakke relaties tussen werkgevers en werknemers. Ze bengelen ook aan de staart qua ondernemerschap en qua efficiëntie van de publieke sector.
...

In de competitiviteitsindex van het World Economic Forum 2007-2008 halen Frankrijk en België net de top 20 van de meest competitieve landen (Frankrijk op 18; België op 20). Relatief goed nieuws voor België, dat vier plaatsen won ten opzichte van vorig jaar. Beide landen verliezen echter vooral punten door hun te rigide arbeidsmarkt en de zwakke relaties tussen werkgevers en werknemers. Ze bengelen ook aan de staart qua ondernemerschap en qua efficiëntie van de publieke sector. De arbeidsmarktwetgeving is één van de weinige beleidsdomeinen waar de ideologische oorlog nog in alle hevigheid woedt. Maar ook daar lijkt het einde van de strijd in zicht. "Au boulot", schreeuwt Elio Di Rupo vanuit zijn voorzittersstoel zijn bevolking toe. Rudy Demotte, zijn opvolger aan het hoofd van de Waalse regering, verklaart volmondig dat de Parti Socialiste de partij van de werker moet zijn. Het zou zo uit de mond van voorzitter Bart Somers (Open VLD) kunnen komen. Als de socialisten nu ook nog hun syndicale familie kunnen overtuigen dat zij er belang bij heeft werklozen te ondersteunen in hun zoektocht, eerder dan hen te leren hoe zij aan eventuele schrapping van hun werkloosheidsvergoedingen kunnen ontsnappen, zou dit wel eens een beslissende ideologische kentering kunnen betekenen voor Wallonië. Er zijn wel nog een aantal andere dissonante stemmen van oud-links, maar die eerder te beschouwen zijn als stuiptrekkingen van een oud-socialisme. Zo stelde de aftredende socialistische federale minister van Werk, Peter Vanvelthoven (SP.A), dat ondernemers lui zijn en dat zij meer moeten aanwerven en opleiden. Dit is hoogst eigenaardig op een moment dat zij schreeuwen om arbeidskrachten om hun groei te realiseren. Ook eigenaardig is dat Vanvelthoven zich, naar eigen schrijven, voor zijn stellingen beroept op "het recht op luiheid" van Karl Marx. Er zijn blijkbaar geen waarden meer, want het recht op luiheid komt niet van Karl Marx, maar van zijn dissidente secretaris en schoonzoon Paul Lafargue, die niet begreep waarom syndicaten strijd voerden voor het recht op arbeid. In zijn "Droit à la paresse" (Editions Mille et une nuits, 1994) schrijft hij: "Prétendre au travail au nom de la liberté, quelle dérision". Dit kon niet beletten dat hij een stem in de woestijn was en het recht op arbeid werd definitief verworven tijdens het syndicaal congres in Lyon in 1831. Het is dat recht dat werklozen dankzij de huidige economische context steeds meer kunnen realiseren. Syndicaten zouden hun rol daarom moeten herdefiniëren. Ook zij moeten de vertegenwoordigers van werkenden en van het recht op arbeid worden. De mainstream ideologische kentering wordt gesteund door de economische en politieke realiteit. Overal in Europa daalt de werkloosheid. Duitsland, dat enkele jaren geleden de kaap van vijf miljoen werklozen haalde, daalde voor de eerste keer sinds 1995 onder de 3,5 miljoen werklozen. En ook in Frankrijk daalt de werkloosheid gevoelig. In Vlaanderen flirt men met de volledige tewerkstelling en ook in Wallonië en Brussel neemt de werkloosheid af. De positieve groeivooruitzichten in de OESO-landen zullen verdere arbeidsmogelijkheden bieden voor werklozen. Ook de politieke realiteit is uniek. In Wallonië werd voor het eerst in de naoorlogse periode de liberale partij de grootste partij. Dat was tevens de basis voor het oranje-blauwe avontuur. Deze context biedt een unieke kans om de arbeidsmarktrigiditeit aan te pakken. Het is ook in dat licht dat wij een intensere samenwerking tussen Vlaanderen en Wallonië een betere kans moeten geven. Uit een studie van zeven jaar terug bleek dat één van de grote obstakels van interregionale mobiliteit de niet-afstemming was van de bussen tussen de Lijn en de TEC. Bussen vanuit Bergen of Moeskroen stoppen op de markt in Roeselare en Kortrijk in plaats van op het industrieterrein. Eindelijk, na zeven jaar inertie, besliste Rudy Demotte om de bussen te laten rijden tot op het industrieterrein. Een kleine beslissing, maar die grote gevolgen kan hebben voor een gezin met één wagen. Dergelijke gezinnen komen overigens meer voor in Wallonië dan in Vlaanderen, zoals blijkt uit één van de belangrijke statistieken opgenomen in het Warandemanifest ter legitimatie van de splitsing. Waalse werklozen kwamen met bussen afgezakt naar Kortrijk voor de banenmarkt waar Vlaamse bedrijven die op zoek zijn naar werknemers, zich aanbieden. Jammer dat zij die klagen over het vinden van arbeidskrachten, niet massaal waren afgezakt naar deze banenmarkt. Vlamingen mogen de Walen niet verwijten zich te nestelen in een bijstandscultuur als zij hen niet ondersteunen in hun pogingen om die te verlaten. Of past dat niet in het kraam van separatisten die op die manier hun handelsfonds aangetast zouden zien? Immers, als we erin slagen deze tendensen te consolideren, zullen ook de transfers afnemen zonder dat Vlamingen de geldkraan moeten toedraaien. Meteen zal een van de meest demagogische argumenten voor de splitsing aan overtuigingskracht inboeten. Vlamingen moeten het spel eerlijk spelen. Nu het "eigen volk", voor zij die dat wensen, bijna helemaal aan het werk is, moeten ze hun vacante betrekkingen maximaal openstellen voor Walen en Brusselaars. Walen moeten via hun 'jobtonic'-plan en Brusselaars via hun 'Actiris'-benadering, hun inspanningen opdrijven om vooral jongeren aan te moedigen de handschoen op te nemen. Als deze samenwerking ook nog wordt ondersteund door een paar structurele federale ingrepen op de arbeidsmarkt - zoals een degressieve afbouw in de tijd van werklozensteun én een beperking in de tijd, en het neutraliseren van het fiscaal voordeel die buitenlandse werknemers hebben ten opzichte van ingezetenen - dan zouden ook Wallonië en Brussel binnen een paar jaar werkloosheidscijfers kunnen noteren die de vergelijking met Vlaanderen kunnen doorstaan en die conform het Europees beleid zijn. Laat ons stoppen met hen die het andere volk stigmatiseren, tot helden uit te roepen. Busje komt zo; laat ons deze unieke trein niet missen door wederzijds dogmatisch denken. de auteur IS PROFESSOR ECONOMIE AAN EHSAL, HOGESCHOOL GENT EN UNIVERSITEIT VAN NANCY. 10_1_42_212_2007_11_02_10_55_56.xmlRudy Aernoudt