Een rendement tot 6 procent per jaar, en een lagere elektriciteitsrekening erbovenop. Het verleidelijke aanbod van de coöperatieve vennootschappen die actief zijn in groene energie laat de Belgen niet koud. De opmars van de participatieve economie en van nieuwe energiebronnen zet veel burgers ertoe aan zich te verenigen in burgercoöperaties. Ze worden producent -- en soms ook leverancier -- van elektriciteit. De burgercoöperaties hebben beperkingen, maar er zijn zeker ook voordelen aan verbonden. Toch blijft het opletten voor valkuilen.
...

Een rendement tot 6 procent per jaar, en een lagere elektriciteitsrekening erbovenop. Het verleidelijke aanbod van de coöperatieve vennootschappen die actief zijn in groene energie laat de Belgen niet koud. De opmars van de participatieve economie en van nieuwe energiebronnen zet veel burgers ertoe aan zich te verenigen in burgercoöperaties. Ze worden producent -- en soms ook leverancier -- van elektriciteit. De burgercoöperaties hebben beperkingen, maar er zijn zeker ook voordelen aan verbonden. Toch blijft het opletten voor valkuilen. 100 tot 260 euro volstaat om coöperant te worden. Vanaf de aankoop van één aandeel hebt u doorgaans stemrecht op de algemene vergadering. U krijgt dan een dividend en kunt profiteren van de voordelen die de coöperatie aanbiedt, zoals voordeeltarieven voor de levering van elektriciteit. De meeste coöperaties zijn erkend door de Nationale Raad voor de Coöperatie (NRC). Door die erkenning hoeven de aandeelhouders geen roerende voorheffing af te dragen op de eerste schijf van het dividend (190 euro voor het inkomstenjaar 2014), maar het dividend mag niet hoger zijn dan 6 procent. Op elke winst boven 190 euro houdt de coöperatie 25 procent roerende voorheffing in. Opgelet: het vrijstellingsplafond geldt voor het geheel van uw beleggingen. Hebt u aandelen in meerdere coöperaties en overschrijdt de som van uw dividenden de vrijstellingsgrens, dan moet u dat bedrag op uw belastingaangifte opgeven als roerende inkomsten. Een andere beperking is dat u in een erkende coöperatie niet meer mag beleggen dan 5000 euro. Sommige coöperaties leggen zelfs een limiet van 3000 euro op. Niet-erkende coöperaties zijn niet onderworpen aan limieten voor de inleg of het dividend, maar daar moet u roerende voorheffing afdragen vanaf de eerste euro die u ontvangt. In de meeste statuten staat dat u uw aandelen kunt verkopen "zolang het de werking van de coöperatie niet in gevaar brengt". Die clausule laat de deur open voor weigeringen. Vele leggen een minimale beleggingstermijn tussen drie en zes jaar op voordat de aandelen mogen worden verkocht. Een verkoop tussen coöperanten onderling is altijd mogelijk, maar de koper mag het maximaal toegestane bedrag voor erkende coöperaties niet overschrijden. Als u uw aandelen wilt verkopen aan een nieuwe aandeelhouder, moet u dat eerst ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur. Dat u de regels kent, maakt de belegging niet noodzakelijk veilig. Een coöperatie lijkt democratisch te werken omdat elke aandeelhouder zijn stem mag laten horen, maar dat is niet altijd het geval. "Er bestaat een risico dat een kleine groep alle beslissingen naar zich toe trekt en vriendjes op de directiestoelen plaatst. Zodra een raad van bestuur geïnstalleerd is, wordt het heel moeilijk die via de algemene vergadering te bekampen", zegt Patrick Kelleter, de voorzitter van Energie 2030, dat is gevestigd in Raeren. "Raden van bestuur overwegen soms slechte projecten, omdat ze er geen andere hebben. De stabiliteit van de raad van bestuur en het bedrijf in ruime zin is een goed teken. Dat is even belangrijk als de analyse van de balansen." Gelukkig wordt de coöperatie vaak geholpen door ervaren partners. Een andere coöperatie of een bank draagt dan een belangrijk deel van de financiering en haar expertise bij. "De projecten van coöperaties worden van A tot Z ontleed. We doen geen klassieke analyse van de balans, de omzet en de terugbetalingscapaciteit, maar we vertrekken vanaf een blanco blad, ook al zijn er al vergunningen", stelt Grégory Corbeau, hoofd Project Finance bij Triodos Bank. "De belangrijkste beoordelingsbasis voor een project is de capaciteit om financiële stromen te genereren. De coöperaties verzekeren dat alles aanwezig is: de vergunningen, de technologie, de aannemer, de verzekeringen, de windstudie, alle voorspellingen, de onderhoudscontracten. Er worden voorspellingen gemaakt over de financiële inkomsten om de terugbetalingscapaciteit te verzekeren." De bank, die partner van een groot aantal groene coöperaties is, kent de sector goed. Ze financiert sinds 1999 windmolens in België zonder juridische problemen. "Die investering in een mature technologie houdt weinig risico's in, gezien de ervaring die België daarin heeft. Maar risico's zijn nooit uit te sluiten." Het juiste project voor de juiste investering. Het lijkt vanzelfsprekend, maar vooral in de windmolensector is dat een uitdaging. "Het duurt soms jaren voor een project van start gaat. Zelfs in de buurt van een autoweg -- een perfecte omgeving, gezien het beperkte aantal inwoners -- kan de procedure vijf tot tien jaar aanslepen, met alle kosten van dien", onderstreept Grégoire van Cutsem, commercieel directeur bij Lampiris. "Met LampirisCoop starten we pas met de commercialisering van een project als de productie binnen de twaalf maanden van start gaat." Sommige projecten sterven een stille dood, andere worden snel gesloten voor coöperanten zodra de nodige financiering is opgehaald. "Aandeelhouders komen vaak in twee golven. Eerst vrienden, familie en kennissen en daarna -- wanneer het project van start gaat -- komen er personen bij die minder of geen banden hebben met de oprichter", merkt Grégory Corbeau op. Terwijl het ontwikkelingsrisico vermindert bij de verkrijging van de vergunning, blijft het industriële risico bestaan. "Om dat risico te beperken, streven we naar overeenkomsten op lange termijn voor de verkoop van elektriciteit. We hechten ook veel belang aan de onderhoudscontracten. De aannemer garandeert een bedrijfszekerheid van 97 procent gedurende twaalf tot vijftien jaar", stelt Jean-François Masure, de beheerder van CLEF. De coöperatie van Leuze kan haar aandeelhouders belonen doordat ze haar vaste kosten heeft verlaagd. "We betalen een dividend van 4 à 5 procent, omdat het beheer op vrijwillige basis gebeurt. We moeten groeien om een werknemer te kunnen betalen." Voor windenergie en fotovoltaïsche energie is de strijd niet gelijk. Zonnepaneelprojecten op Brusselse daken worden in drie à vier maanden tijd uitgevoerd. "Wij kunnen ons eerste jaar met winst afsluiten en hopen volgend jaar een dividend van 3 procent uit te keren", zegt Ismaël Daoud, de afgevaardigd bestuurder van Energiris. "Ons doel is winst te maken en die uit te keren aan de burgers. Ecologische projecten die niet rendabel zijn, komen niet in aanmerking." Ismaël Daoud wijst ook op de grote troef van de hoofdstad: "Ik zou niet durven te investeren in Vlaanderen of Wallonië. In Brussel zijn het juridische kader en de doelstellingen vastgelegd tot 2025. Een langetermijnvisie en stabiliteit zijn ideaal voor investeerders." Dat principe lijkt de politieke wereld niet te delen. Bekeken vanuit de bevoegdheden van de deelstaten zijn er drie soorten beleid voor hernieuwbare energie. Dat leidt tot verschillende trajecten en rentabiliteitsplannen, bijvoorbeeld voor het verkrijgen van een erkenning als elektriciteitsleverancier. Terwijl Ecopower in Berchem, de grootste coöperatie van het land, zijn erkenning als elektriciteitsleverancier onmiddellijk heeft gekregen, moest Energie 2030 in Wallonië eerst een andere structuur creëren. De koppeling van productie en levering van elektriciteit is nochtans interessant, vooral voor coöperanten. Die voordelen, in combinatie met de dividenden, zijn soms aantrekkelijker dan alleen de vergoeding van het aandeel. Een ander onderscheid tussen noord en zuid -- en niet het minste -- is het verschil in subsidiëring. De prijs van de groenestroomcertificaten verschilt niet alleen tussen het noorden en het zuiden van het land, maar ook in de tijd. Patrick Kelleter: "Het is moeilijk om echt te vertrouwen op de Belgische wetgever." YVAN DE SMET"De stabiliteit van de raad van bestuur is even belangrijk als de analyse van de balansen"