Dankzij globalisering kunnen zowel rijke als arme landen hun levensstandaard verbeteren. Burgers uit rijke landen doen dat door goedkopere producten uit arme landen te kopen. Inwoners van arme landen verbeteren hun levensstandaard door hun producten aan rijke landen te verkopen. Zo eenvoudig is het. Dat neemt niet weg dat die redenering vaak moeilijk te verkopen is aan westerse werknemers die globalisering zien als een bedreiging.
...

Dankzij globalisering kunnen zowel rijke als arme landen hun levensstandaard verbeteren. Burgers uit rijke landen doen dat door goedkopere producten uit arme landen te kopen. Inwoners van arme landen verbeteren hun levensstandaard door hun producten aan rijke landen te verkopen. Zo eenvoudig is het. Dat neemt niet weg dat die redenering vaak moeilijk te verkopen is aan westerse werknemers die globalisering zien als een bedreiging. Neem het recente voorbeeld van de Bulgaarse bouwvakkers die tegen 5 euro per uur op Belgische bouwwerven aan het werk waren. Een aantal politici schreeuwde moord en brand. Die verontwaardiging was in het beste geval selectief en in het slechtste geval hypocriet. Heel wat van het speelgoed, de kleding, de schoenen, het fruit, het tuinmateriaal of de koffie die per container de Antwerpse haven binnenvaren, wordt geproduceerd, geassembleerd of geoogst tegen loonkosten van minder dan 5 euro per uur. Maar dat wordt toegestaan "omdat we het niet kunnen zien". Als Bulgaren voor 5 euro per uur huizen zouden bouwen in Bulgarije om die vervolgens per binnenschip naar België te transporteren, zou er geen vuiltje aan de lucht zijn. Maar o wee als ze het aandurven dat ook in België te komen doen. Uiteraard is de politieke realiteit van een 'Bulgaar hier' en een 'Indiër ginderachter' heel anders. Ongeruste kiezers menen dat een Bulgaar die hier komt werken aan een laag loon "ons werk afpakt" en dus voelt de politiek zich gedwongen te reageren. Een Indiër die in Bangladesh T-shirts maakt, zorgt er daarentegen voor dat we bij H&M of Zara kunnen winkelen en toch nog geld overhouden om andere dingen te doen. De Bulgarije-globalisering voelen we als een directe bedreiging aan, de Bangladesh-globalisering veel minder. Producten gemaakt door goedkope arbeiders mogen het land binnen, goedkope arbeiders die producten maken dan weer niet. Toch zijn beide een exponent van de globalisering -- een globalisering die de levensstandaard van iedereen verhoogt. Sommige mensen zien onze handel met lagelonenlanden als een bedreiging van onze welvaart. Ze willen alleen handel drijven met landen met dezelfde levensstandaard als de onze. Dat is eenvoudig samen te vatten: landen mogen ons beconcurreren op voorwaarde dat ze even rijk zijn als wij en dus per definitie niet langer concurrentieel zijn. De protectionisten zeggen dan wel onze welvaart te beschermen, maar hun voorstellen zouden zorgen voor een substantiële verlaging van onze welvaart. Hoeveel zou er van onze levensstandaard overblijven als al onze producten gemaakt zouden zijn tegen westerse lonen? Hoeveel geld zouden we nog overhouden voor een restaurantbezoek, citytrip of barbecue als we vijf tot tien keer meer betalen voor onze T-shirts, tv's of ons tuingereedschap? Zijn we collectief armer geworden omdat onze kleren en tapijten hier niet langer met de hand in mekaar worden gezet? Het verzet tegen globalisering "omdat het jobs kost" had net zo goed gebruikt kunnen worden als argument tegen de invoering van de tractor in de landbouw. Die heeft ook heel veel jobs gekost, maar tegelijk heel veel arbeidskrachten vrijgemaakt voor nieuwe en meer productieve industrieën. Was onze welvaart echt groter toen de helft van de bevolking nog in de landbouw werkte? Globalisering heeft net hetzelfde effect. Hoewel ze tegelijk jobs kost en oplevert, gaan we er per saldo op vooruit en stijgt onze levensstandaard. We verliezen vooral laagproductieve jobs en winnen hoogproductieve banen. De zogenaamde race to the bottom is dan ook een fabeltje. We zijn niet verwikkeld in een competitie met andere landen om de laagste lonen. We zitten in een race to the top waarbij de meeste welvaart gaat naar wie het meest innovatief en productief is. Het antwoord op de globalisering door de Indiër of de Bulgaar is dan ook niet de grenzen te sluiten. Het is zorgen voor betere toegang tot onderwijs en vorming om iedereen de kans te geven om meer vaardigheden te ontwikkelen. Landen worden niet rijker omdat ze hogere lonen decreteren of outsourcing naar lagelonenlanden verbieden. Landen worden rijker omdat ze innovatiever, intelligenter, productiever of ambitieuzer zijn dan de rest. De auteur is hoofdeconoom bij BNP Paribas Fortis.PETER DE KEYZERHoewel globalisering tegelijk jobs kost en oplevert, stijgt onze levensstandaard.