De noodbegroting van minister van Financiën George Osborne van juni, amper zes weken nadat de conservatieven en de liberaaldemocraten een regering vormden, was in omvang en snelheid opmerkelijk voor een grote economie.
...

De noodbegroting van minister van Financiën George Osborne van juni, amper zes weken nadat de conservatieven en de liberaaldemocraten een regering vormden, was in omvang en snelheid opmerkelijk voor een grote economie. Nauwelijks enkele dagen nadat Osborne Financiën had overgenomen, kondigde hij al bezuinigingen aan. Maar dat was niet meer dan een intentieverklaring die op slechts 0,4 procent van het bbp van 2010 betrekking had. De afbouw van het begrotingstekort die in 2011 een aanvang neemt, is van een heel ander allooi. Met een combinatie van bezuinigingen en belastingverhogingen wordt de begrotingsriem tot 2014 met gemiddeld 1,4 procent van het bbp aangehaald. Samen met een gedempt cyclisch herstel van de openbare financiën dringt dat het tekort terug van 10 procent in 2010 tot 2 procent in 2014. Besparingen nemen het leeuwendeel voor hun rekening. Tegen 2014 vertegenwoordigen ze driekwart van de inspanning. In 2011 zijn de belastingverhogingen aanzienlijker dan de jaren daarna. Ze zijn dan goed voor bijna de helft van de budgettaire verstrakking. In zijn nieuwjaarsbrief aan de natie zal Osborne bijvoorbeeld bevestigen dat de btw op 4 januari verhoogd wordt. Nog voor de verkiezingen lieten de conservatieven heimelijk verstaan dat ze aan een van de belangrijkste belastinghefbomen zouden moeten trekken en dat is precies wat Osborne nu doet. Door het belangrijkste tarief op te trekken van 17,5 naar 20 procent rijft hij over een vol jaar 12 miljard pond of 0,8 procent van het bbp binnen. De bijdragen voor de sociale zekerheid die door werkgevers en werknemers betaald worden - de favoriete hefboom van Labour - gaan in april met een procentpunt van het loon omhoog. Dat brengt jaarlijks 9 miljard pond op, al zal het grootste deel daarvan tenietgedaan worden door verhogingen van de minimumdrempels voor de bijdragen. De grootste hefboom is de inkomensbelasting. Tijdens het laatste jaar dat het aan de macht was, brak Labour zijn verkiezingsbelofte toen het in april 2010 de marginale aanslagvoet voor veelverdieners optrok tot 50 procent. Die krijgen in 2011 nog klappen door een onvriendelijker belastingbehandeling van hun pensioenen, al heeft Osborne een meer bezonnen manier gevonden om de ontvangsten op te trekken. Terwijl de hoogvliegers getroffen worden, genieten de lage en middelgrote inkomens van een beleid dat gericht is op een verhoging van het belastingvrije inkomen, een verkiezingsbelofte van de LibDems die door de coalitie overgenomen werd. Ondanks die vloedgolf van belastingaanpassingen - die ook een daling van de vennootschapsbelasting van 28 naar 27 procent omvatten, die dan weer gecompenseerd wordt met lagere belastingaftrek - wordt 2011 het jaar waarin de besparingen pijn beginnen te doen. Die lopen op tot 18 miljard pond, drie keer meer dan de eerste bezuinigingsschijf in 2010. Naarmate het mes gezet wordt in het begrotingstekort is tegen 2014 bijna 100 miljard euro, of 4,6 procent van het bbp, van de bestedingen weggeschaafd. Vooral het engagement om de gezondheidsdiensten - een vijfde van alle bestedingen - te vrijwaren van reële verlagingen betekent dat andere departementen forser moeten inleveren. De pijn wordt ongelijk verdeeld: defensie en onderwijs komen er met 7,5 procent besparingen vrij goed vanaf, maar voor andere sectoren, zoals transport, worden de bestedingen met 11 procent teruggeschroefd. Zodra het snoeiwerk in 2011 voelbaar wordt, worden het ook heikele tijden voor de regering. De vakbonden zullen ageren tegen de besparingen en Labour trekt nu al fel van leer onder zijn nieuwe leider Ed Miliband, hoewel ook Darling zware bezuinigingen gepland had. De bevolking aanvaardt misschien in principe de noodzaak om het tekort aan te pakken, maar ze is ongerust over de impact op de openbare dienstverlening. Voor Osborne wordt het echt gevaarlijk als blijkt dat die bezorgdheid terecht is en als de budgettaire consolidatie het economisch herstel afremt. De auteur is redacteur Britse economie van The Economist.PAUL WALLACEDe pijn wordt ongelijk verdeeld.