Van gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen werd vroeger aanvaard dat de betaalde btw -- binnen het btw-systeem -- onmiddellijk en volledig kon worden gerecupereerd. En dat pas nadien correcties moesten worden doorgevoerd, om rekening te houden met het privégebruik. Vandaag staat in de wet dat de btw-recuperatie van bij het begin moet worden beperkt. Dat geldt ook voor gemengd gebruikte bedrijfswagens.
...

Van gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen werd vroeger aanvaard dat de betaalde btw -- binnen het btw-systeem -- onmiddellijk en volledig kon worden gerecupereerd. En dat pas nadien correcties moesten worden doorgevoerd, om rekening te houden met het privégebruik. Vandaag staat in de wet dat de btw-recuperatie van bij het begin moet worden beperkt. Dat geldt ook voor gemengd gebruikte bedrijfswagens. In de praktijk heeft dat tot gevolg dat elke btw-plichtige in principe nauwkeurig moet bijhouden hoeveel kilometers een bedrijfswagen voor privédoeleinden bolt. De gigantische administratie die daarmee gepaard gaat, heeft van bij het begin tot protest geleid. Daarop heeft de belastingadministratie een praktische regeling uitgewerkt die veel minder omslachtig is. Om het percentage privégebruik te berekenen, kan men vandaag kiezen uit drie methoden. De eerste is de meest omslachtige, en sluit gewoon aan bij wat in de wet staat. Zij impliceert dat voor elke bedrijfswagen een nauwkeurige rittenadministratie bijgehouden wordt. In een tweede methode wordt gewerkt met een forfaitair aantal privékilometers. Die twee methoden mogen naast elkaar worden gebruikt. Men mag dus perfect bij de ene bedrijfswagen kiezen voor de eerste methode, terwijl bij een andere bedrijfswagen gekozen wordt voor de tweede methode. Een derde methode is 'alles of niets'. Wie er gebruik van maakt, moet ze toepassen voor alle gemengd gebruikte bedrijfswagens. Hier wordt het beroepsgebruik forfaitair vastgesteld op 35 procent (en het privégebruik dus op 65 procent). Dat betekent dat van de betaalde btw nooit meer dan 35 procent kan worden gerecupereerd. Deze laatste methode staat alleen open voor ondernemingen die over minstens vier vervoermiddelen beschikken. Tot daar niets nieuws. Goed om te weten is dat de belastingadministratie deze regeling -- waarbij het privégebruik op forfaitaire wijze berekend wordt zodra geen volledige rittenadministratie bijgehouden wordt -- ook van toepassing acht ten aanzien van 'lichte vrachtwagens'. Maar na stevig protest vanuit de sector, keert zij nu op haar stappen terug, althans wat de 'echte' lichte vrachtwagens betreft. Er zal voor deze lichte vrachtwagens naar andere praktische oplossingen worden gezocht. Graag komen we ook terug op de bijzondere btw-vrijstellingsregeling waarvan kleine ondernemingen gebruik kunnen maken, en die we vorige week hebben belicht. Zij houdt in dat de ondernemingen zogoed als volledig buiten het btw-systeem worden gehouden. Zij hoeven geen btw aan te rekenen, moeten bijgevolg ook geen btw doorstorten naar de schatkist, hoeven geen periodieke btw-aangiften in te dienen, en hebben -- de keerzijde van de medaille -- ook geen recht op recuperatie van de btw die zij aan hun leveranciers hebben betaald. Om van deze regeling gebruik te kunnen maken, is alleen vereist dat de onderneming 'klein' is. De jaaromzet mag niet hoger zijn dan 5580 euro. Deze grens is de jongste twintig jaar nooit aangepast. Veel ondernemingen die oorspronkelijk 'klein' waren, zijn louter door het spel van de inflatie vandaag 'groot', en kunnen de btw-vrijstelling dus niet meer genieten. Vandaar dat de vorige minister van Financiën aan de Europese Commissie toelating heeft gevraagd deze grens op te trekken naar 25.000 euro. Die toestemming is er. Maar de praktische invoering van de verhoging heeft blijkbaar veel voeten in de aarde. Er komt nogal wat bij kijken, waaronder ongetwijfeld ook budgettaire aspecten. Eerst was het de bedoeling de verhoging van de grens door te voeren vanaf begin dit jaar. Vervolgens werd gemikt op 1 juli 2013. Maar de minister van Financiën heeft inmiddels laten weten dat de verhoogde grens pas in werking zal treden op 1 januari 2014. Dat is ongetwijfeld een lelijke streep door de rekening van nogal wat kleine verenigingen en ondernemingen die gehoopt hadden via de verhoogde grens te ontsnappen aan de btw-perikelen die hen dikwijls het leven zuur maken. Geduld oefenen is het enige wat hen voorlopig rest. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be JAN VAN DYCKDe vernieuwde kleineondernemingsregeling start pas volgend jaar.