Echte mijlpalen in de fiscale geschiedenis komen niet vaak voor. De invoering van de btw begin jaren zeventig was er zo een. Het oude systeem van overdrachttaksen werd toen vervangen door een volledig nieuw, op Europees niveau geconcipieerd systeem van omzetbelasting: de belasting op de toegevoegde waarde. Sinds de invoering zijn aan het stelsel talloze wijzigingen aangebracht. Maar revolutionair waren die zelden of nooit.
...

Echte mijlpalen in de fiscale geschiedenis komen niet vaak voor. De invoering van de btw begin jaren zeventig was er zo een. Het oude systeem van overdrachttaksen werd toen vervangen door een volledig nieuw, op Europees niveau geconcipieerd systeem van omzetbelasting: de belasting op de toegevoegde waarde. Sinds de invoering zijn aan het stelsel talloze wijzigingen aangebracht. Maar revolutionair waren die zelden of nooit. Begin 1993 is er nog een grote aanpassing doorgevoerd. De binnengrenzen tussen de verschillende lidstaten werden voor btw-doeleinden geschrapt. Als goederen van Frankrijk naar België komen, is er (bij gebrek aan grenzen) geen invoer meer, en dus ook geen invoer-btw. Maar die wijziging is minder spectaculair dan ze op het eerste gezicht lijkt. Voor goederentransacties tussen de Europese lidstaten is het stelsel van uitvoer en invoer gewoon vervangen door een stelsel van intracommunautaire leveringen en verwervingen. Vroeger werd de levering met het oog op uitvoer naar een andere lidstaat vrijgesteld van btw en was de invoer belastbaar voor de koper in de andere lidstaat. In het nieuwe stelsel stelt men de intracommunautaire levering vrij van btw, terwijl de belastingplichtige die de goederen in de andere lidstaat verwerft, de aankoop moet onderwerpen aan btw in zijn lidstaat. Het klinkt wel anders, maar het lijkt op elkaar. Eenheid. 1 april van dit jaar zal als een nieuwe mijlpaal de geschiedenis ingaan. Op die datum wordt in België de btw-eenheid operationeel. Vanuit Europa bekeken, is dat weinig spectaculair. Dertien Europese lidstaten kennen de btw-eenheid al. België huppelt achterop. Maar nu is het toch zo ver. Vanaf begin volgende maand zullen verschillende btw-plichtigen onder bepaalde voorwaarden kunnen opteren om als een belastingplichtige te worden behandeld. Een vorm van fiscale consolidatie dus. Zij het dat de consolidatie beperkt blijft tot de btw. Voordeel. De voordelen zijn talrijk. Stel dat een vennootschap A haar gebouwen wil onderbrengen in een aparte patrimoniumvennootschap B. Vennootschap B zal de gebouwen daarna verhuren aan de eerste vennootschap A. Op het gebied van de btw rijzen hier momenteel grote problemen. De zuivere verhuur van onroerend goed is vrijgesteld van btw. Dit heeft tot gevolg dat patrimoniumvennootschap B de btw op onderhouds- en renovatiewerken die zij aan het verhuurde gebouw laat uitvoeren, niet kan recupereren. De werken worden namelijk niet uitgevoerd met het oog op het verrichten van aan btw onderworpen handelingen. In de praktijk kan dit in sommige gevallen worden opgelost, maar daar is nogal wat kunst- en vliegwerk voor nodig. Met de btw-eenheid is dat opgelost. Vennootschap A en B worden als één belastingplichtige beschouwd. Wat er tussen hen gebeurt, is op btw-vlak niet meer relevant. Men kijkt alleen naar het geheel. Als het gebouw gebruikt wordt voor outputhandelingen die in principe aan btw onderworpen zijn, is de btw op de onderhouds- en renovatiewerken recupereerbaar. Ander voorbeeld. Een bank wil bepaalde diensten outsourcen naar een andere vennootschap (van de groep). Op de diensten die ze vervolgens van die andere vennootschap ontvangt, moet ze btw betalen. De meeste banken hebben slechts recht op een beperkte recuperatie van de betaalde btw. Het outsourcen wordt op deze manier een dure aangelegenheid. Bij een btw-eenheid bestaat dat probleem niet: de diensten die de vennootschap (een lid van de btw-eenheid) aan de bank verstrekt, worden voor btw-doeleinden als het ware weggevaagd. Er is geen btw op verschuldigd, en dus is er ook geen probleem van btw-recuperatie. Nog een voordeel: een Belgische vennootschap A, lid van een vennootschapsgroep, levert goederen aan een andere Belgische vennootschap B, lid van dezelfde groep. B betaalt de prijs, verhoogd met btw. B kan de betaalde btw recupereren, maar moet die voorfinancieren. Dat kost geld. Als A en B tot dezelfde btw-eenheid behoren, hoeft op hun interne transacties geen btw te worden geheven en is er ook geen probleem van voorfinanciering meer. Er zijn nog meer voordelen te bedenken. Het feit dat een btw-eenheid, ongeacht het aantal leden, slechts één btw-aangifte moet indienen, betekent normaal gezien een belangrijke administratieve vereenvoudiging. Een btw-eenheid heeft ook tot gevolg dat belastingkredieten van het ene lid kunnen worden gecompenseerd met belastingschulden van een ander lid. Verband. Voor wie is al dat fraais weggelegd? Heel kort gezegd moet het gaan om in België gevestigde belastingplichtigen die op financieel, organisatorisch en economisch gebied nauw met elkaar verbonden zijn. Het startsein wordt gegeven op 1 april. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. Jan Van Dyck