Matthieu Poirier is niet de eerste de beste. De Franse kunsthistoricus en curator van The Brutal Play, de expo die loopt in de Fondation CAB in Brussel, was ook het brein achter Dynamo, de succesexpo in het Grand Palais in Parijs, die de twintig...

Matthieu Poirier is niet de eerste de beste. De Franse kunsthistoricus en curator van The Brutal Play, de expo die loopt in de Fondation CAB in Brussel, was ook het brein achter Dynamo, de succesexpo in het Grand Palais in Parijs, die de twintigste-eeuwse kinetische en optische kunst een podium gaf. Hij kreeg carte blanche om in het CAB een tentoonstelling op te zetten over het brutalisme: niet de architecturale stroming, maar de ideeën over geometrie en materialiteit erachter. De tentoonstelling start boeiend met de geometrische vormexperimenten van Alexander Rodchenko. Zijn beelden in hout dialogeren mooi met het demonteerbare noodhuis van Jean Prouvé, dat permanent deel uitmaakt van de exporuimte van de stichting. De inox verluchtingsbuizen van Charlotte Posenenske kronkelen door het paviljoen ( zie foto). De textuur van met ruw hout bekist beton komt terug in enkele werken: de compositie van 64 houtblokken van Carl André, de houten boog van Robert Morris en de houten bos van Donald Judd. De expo toont nog eens de ambitie van het particuliere kunstencentrum CAB: groepstentoonstellingen met de sterke visie van een curator en een vrijwel museale ambitie.