De Brusselse politici kunnen zich tijdens de komende verkiezingscampagne de moeite besparen om nog maar eens te bedelen om extra federale middelen. Een studie van het Leuvense onderzoeksinstituut Vives toont aan dat de onderfinanciering een mythe is. Via allerlei solidariteitsmechanismen, geld voor de Brusselse gemeenten, Beliris-miljoenen voor de ondersteuning van de hoofdstedelijke functie van Brussel en geld voor de gemeenschapscommissies kreeg Brussel in 2007 zowat 552 miljoen euro extra, leert het rapport.
...

De Brusselse politici kunnen zich tijdens de komende verkiezingscampagne de moeite besparen om nog maar eens te bedelen om extra federale middelen. Een studie van het Leuvense onderzoeksinstituut Vives toont aan dat de onderfinanciering een mythe is. Via allerlei solidariteitsmechanismen, geld voor de Brusselse gemeenten, Beliris-miljoenen voor de ondersteuning van de hoofdstedelijke functie van Brussel en geld voor de gemeenschapscommissies kreeg Brussel in 2007 zowat 552 miljoen euro extra, leert het rapport. En laat 500 miljoen euro nu net het bedrag zijn dat onder andere de Brusselse minister van Begroting Guy Vanhengel (Open Vld) om de haverklap voor de hoofdstad eist. Zulke pleidooien hebben enkel als resultaat dat de financiële problemen waarmee de hoofdstad kampt, op de lange baan geschoven worden. Want ondanks het manna dat rijkelijk naar het gewest vloeit, heeft Brussel te kampen met een grote financiële inefficiëntie. Een belangrijk deel van de inkomsten die het Brussels Gewest ontvangt, wordt aangewend voor gemeenschapsuitgaven en gemeentelijke uitgaven. Zo transfereerde het Brussels Gewest in 2006 252,7 miljoen euro naar de gemeenschapscommissies. Die oefenen in Brussel gemeenschapsbevoegdheden uit zoals onderwijs, gezondheidszorg en cultuur. Maar het gros van die middelen komt Brussel niet ten goede en verdwijnt in de grote pot van de armlastige Franse Gemeenschap. Het gevolg is dat Brussel het steeds moeilijker krijgt om zijn gewestelijke bevoegdheden voor economie en tewerkstelling uit te oefenen. De resultaten zijn er dan ook naar, met steeds meer bedrijven die uit Brussel wegtrekken en een werkloosheidsgraad die 20 procent overstijgt. In 2006 ging 11,9 procent van de Brusselse uitgaven naar economie en tewerkstelling. In Vlaanderen is dat bijna het dubbele. Ook de Brusselse gemeenten spenderen trouwens een belangrijk deel van hun uitgaven aan gemeenschapsmateries. 25 procent van de uitgaven van de Brusselse gemeenten gaan naar onderwijs. Brussel kent namelijk een belangrijk gemeentelijk onderwijsnet. Maar daardoor hebben de gemeenten te weinig geld voor hun typische taken als verkeer en afvalbeheer. Die moeten ze dan op hun beurt doorschuiven naar het gewest. Koen Algoed (KULeuven), de auteur van het Vives-rapport, heeft gelijk als hij de financiering van Brussel, de gemeenten en de Franse Gemeenschap als communicerende vaten beschouwt en stelt dat het Brussels Gewest eigenlijk als een soort van derde betaler fungeert. Daarom is er dringend nood aan een soort van interne Brusselse staatshervorming. Er moet meer transparantie komen in de geldstromen tussen de verschillende niveaus, bepaalde bevoegdheden moeten verschuiven en het institutioneel doolhof met een gewest, de gemeenschappen en 19 gemeenten en OCMW's moet worden ontmanteld. Dat alles is pas mogelijk als een diepgaande audit wordt gemaakt van het functioneren van Brussel. De tijd is er rijp voor. Een herfinanciering (die overigens op tafel lag tijdens de communautaire onderhandelingen van 2008) zou het bestuur in Brussel opnieuw in slaap wiegen. (T) Door Alain Mouton