Philippe Coulée
...

Philippe CouléeDit is mijn plan, mijn nieuw plan van Brussel als hoofdstad, hoofdstad van Europa ... Komaan, Brussel! Sta op! Word de hoofdstad van Europa en moge Parijs in uw ogen voortaan slechts een provinciestad zijn." Het citaat is van Antoine Wiertz en dateert uit 1840. Het staat vereeuwigd in de vestibule van het museum dat aan hem gewijd is, op slechts enkele passen van het Europees Parlement. Krachtige symboliek, die als motto genomen werd door het Verbindingsbureau Brussel-Europa (VBBE). Het VBBE durft het luidkeels te verkondigen: "De vestiging van de Europese instellingen in Brussel heeft op de stad een onuitwisbare stempel gedrukt, vooral in de Leopoldwijk." Vroeger was dat een woonwijk, nu zijn er alleen nog kantoren en instellingen. "Die evolutie is al net na de Tweede Wereldoorlog begonnen onder impuls van privépromotoren en verzekeringsmaatschappijen," vertelt Thierry Demey. Hij is auteur van verschillende boeken over Brusselse stedenbouw (*). Hij heeft zopas een compendium over dat thema samengesteld en zelf uitgegeven. Niemand zal ontkennen dat de langdurige twijfel over Brussel als permanente hoofdstad van Europa de stedenbouwkundige toestand in het centrum lang vertroebeld heeft. Dat neemt niet weg dat de vestiging van de instellingen in de stad nooit gepaard ging met enige stedenbouwkundige planning. "De Belgische staat heeft zich vooral verlaten op het privé-initiatief om te voldoen aan de voortdurend toenemende behoefte aan oppervlakte voor de Europese administratie. Die lijdzaamheid, ingegeven door soms twijfelachtige politieke voorwendsels - de bezorgdheid om de partners niet tegen het hoofd te stoten, de Vlaamse vrees voor een gedwongen assimilatie in een internationale stad - heeft bij sommige Brusselaars anti-Europese gevoelens opgewekt," aldus Demey. Volgens hem kwam die onmacht en onbekwaamheid van de overheid in het Europese dossier tot uiting in een aantal recente episodes. "Afgezien van de 'helderziendheid' van gewezen minister Jean-Louis Thys, die er niet voor terugschrok om zichzelf een vergunning te geven voor de bouw van het toekomstige halfrond van het Europees Parlement, was de inrichting van de Leopoldwijk weer uitsluitend het resultaat van privé-initiatieven. Etienne Davignon, destijds bestuursvoorzitter van de Generale Maatschappij, en Hubert Detremmerie, de baas van Bacob, slaagden erin om de terughoudendheid van hun aandeelhouders te overwinnen. Die waren niet bepaald geneigd om een project van openbaar nut op de schouders te nemen en zich in een aanvankelijk hachelijk avontuur te storten. Hoewel het Europees Parlement nu de site heeft ingepalmd, mag je niet vergeten dat de vestiging in Brussel aanvankelijk hoogst onwaarschijnlijk leek."De renovatie van het Berlaymont, die na dertien jaar van studies en werken moeizaam afgerond werd, heeft volgens Demey eens te meer aangetoond hoe moeilijk de overheid het heeft om een omvangrijk vastgoedproject ten voordele van de Europese instellingen op zich te nemen. "Het verhuizen van de ambtenaren en de slecht voorbereide en uitgevoerde renovatie hebben de Belgische staat meer dan 800 miljoen euro gekost, na aftrek van de aankoop van het gebouw door de Europese instellingen. Het resultaat mag dan bewondering wekken, het financiële debacle is compleet." Maar nu, na jaren van dwaling en van studies die meteen na publicatie weer overboord gegooid werden, worden eindelijk overleg- en beslissingsstructuren opgetrokken om de koers bij te stellen en een globale architecturale visie te ontwikkelen voor de inplanting van de Europese instellingen in de stad. Deze structuren moeten ook zorg dragen voor de kwaliteit van het leven in de verweesde wijk. De federale overheid, het gewest, de gemeenten en de Europese instellingen spreken eindelijk met elkaar, ook al komen ze nog niet helemaal overeen. Dankzij het samenwerkingsakkoord Beliris wordt 28 miljoen euro geïnvesteerd in de Europese wijk om er coherente en gemengde percelen in onder te brengen. Waar dat budget uiteindelijk aan zal worden toegewezen en wanneer, is nog niet duidelijk. Zeker is wel dat een tien- of twintigvoud nodig zal zijn om deze impuls op significante wijze in het stedelijke landschap te doen aarden. Vroeger ging het om Sint-Petersburg, Berlijn en Brasilia, nu draait het om Akademia City (Rusland), Dongtan (China) en Mekka (Saudi-Arabië). De referentiemodellen van hedendaagse steden met een duurzame visie bloeiden vaak op in plaatsen waar de politieke leiders en de architecten de opvattingen van de bewoners naast zich neerlegden of nieuwe steden uit het niets deden oprijzen. In die mate zelfs dat een gevestigde stedenbouwkundige en politieke cultuur een aanzienlijke handicap kan zijn voor een globale heraanleg van een hoofdstad op lange termijn. Vandaar soms de plotse en stevige kameraadschap tussen dictators en visionaire architecten. Is het dan een verrassing dat de drie omvangrijkste ontluikende projecten voor nieuwe steden, die uitgedacht werden door een architect met internationale faam en van a tot z gefinancierd werden door de politieke overheid, gezocht moeten worden in Rusland, China en Saudi-Arabië? Drie hedendaagse wereldmachten die je nauwelijks speerpunten van democratie kan noemen. Dongtan, Akademia en de nieuwe stad van Mekka vertolken alle drie de stedelijke factoren van de 21ste eeuw, die elders zo moeilijk politiek en economisch doorgedrukt kunnen worden. Ze vormen hele stadsgebieden om en optimaliseren het openbare vervoer en het energieverbruik. Aan het roer stonden visionaire hoogvliegers. In de eerste plaats Chris Luebkeman, directeur global foresight & innovation van de Britse engineeringconsultancy ARUP. Hij sleutelt aan Dongtan, dat beschouwd wordt als de eerste ecologische stad ter wereld. Op 14 mei werd Global City, een internationaal forum voor stedelijke beslissingsnemers, ingezet met de presentatie door de patron in hoogsteigen persoon. Het project van Akademia City, dat gestuurd wordt door Jean Pistre (Valode & Pistre), een Frans architect met wereldfaam, is al even opmerkelijk. Het zal afgewerkt zijn in 2026 en wordt opgetrokken op 13 miljoen vierkante meter aan de rand van de stad Jekaterinenburg. Pistre was eveneens aanwezig op Global City en legde er uit hoe zijn stedenbouwkundige plan gericht is op sociale vermenging door de bevolkingsdichtheid uit te spreiden tussen het centrale park van de stad en de omvangrijke, rechtlijnige buitenwijken. Tijdens dezelfde sessie stelde ook Yves Lion (Ateliers Lion), oprichter van de architectuurschool van Marne-la-Vallée, zijn futuristische stedenbouwkundig project voor de uitbreiding van Mekka en het honderdtal wolkenkrabbers dat daar binnenkort uit de grond zal rijzen. Lion is ook belast met twee netelige regionale Brusselse dossiers, waarvan hij het 'richtschema' opgesteld heeft: het Rijksadministratief Centrum en Turn & Taxis. De omvang en de stedenbouwkundige impact van die projecten zijn weliswaar niet minder complex, maar lijken in vergelijking met Mekka toch meer op tuinkabouters. In Brussel zijn dromen niet op hun plaats. De minste computerschets van torens die nauwelijks 200 meter hoog zijn en neergepoot worden langs de Wetstraat, halen al de krantenkoppen en krijgen meteen de wind van voren. Er blijft intussen nog wel een aantal gebieden buiten het centrum over, zoals langs het kanaal of de spoorlijnen, waar een stoutmoedige en vooruitziende projectontwikkelaar in het geheim, bijna onder een dekmantel, nog kan denken aan een toekomst die anders oogt dan louter opknap- of plakwerk. Dat is toch wel het toppunt voor de hoofdstad van een unie met 450 miljoen zielen, wier beste urbanisten willens nillens moeten uitwijken naar andere contreien om zich aan de meest biedende te verkopen. Philippe Coulée (*) 'Brussel, hoofdstad van Europa', Thierry Demey, uitgegeven door Badeaux.