Kwaliteit is zonder twijfel het sleutelwoord tijdens deze 53ste editie van de Antiekbeurs van België. Het organisatiecomité onder leiding van de Antwerpse antiquair Grethe Zeberg krikt het niveau van de deelnemers jaar na jaar op, terwijl tegelijk het aantal exposanten bewust stabiel wordt gehouden op 130. Gezelligheid blijft belangrijk.
...

Kwaliteit is zonder twijfel het sleutelwoord tijdens deze 53ste editie van de Antiekbeurs van België. Het organisatiecomité onder leiding van de Antwerpse antiquair Grethe Zeberg krikt het niveau van de deelnemers jaar na jaar op, terwijl tegelijk het aantal exposanten bewust stabiel wordt gehouden op 130. Gezelligheid blijft belangrijk. Over de kwaliteit van het aangebodene waakt een commissie van experts, samengesteld uit conservators van musea en internationale wetenschappers. De onafhankelijkheid van die commissie is een belangrijk voordeel. De zogenaamde vetting gebeurt vooraf: elk antiekstuk dat niet aan de vooraf bepaalde maatstaven voldoet, vliegt er onherroepelijk uit. Die strenge selectie is een van de redenen waarom de Antiekbeurs van België de jongste jaren aan geloofwaardigheid heeft gewonnen. Trouwens, niet alleen de authenticiteit wordt gecontroleerd. Dat is het eerste criterium. Ook voorwerpen die te veel zijn gerestaureerd of kwalitatief niet hoogstaand genoeg zijn, worden geweerd. Daarnaast gaat de commissie na of de items niet gestolen zijn en last but not least volgt een controle of de goederen niet illegaal zijn geëxporteerd. Dat laatste is vooral van toepassing op archeologische voorwerpen, Aziatische, Afrikaanse en precolumbiaanse kunst. De Antiekbeurs van België gaat met haar tijd mee en ruimt dit jaar een wat grotere plaats in voor moderne en hedendaagse kunst. Dat is internationaal bekeken immers de trend. Zo biedt 11 % van het totale aantal deelnemers meubelen en design uit de twintigste eeuw of hedendaagse kunst en fotografie aan. Overigens hoeft de relatieve achteruitgang van de traditionele segmenten niet te verwonderen. Topstukken worden hoe langer hoe zeldzamer en belanden meer en meer in vaste (museum)handen. Bovendien plaatst de jongere generatie andere accenten bij de opbouw van een verzameling. Een kwart van de exposanten is actief in het segment schilderijen, beeldhouwwerken en tekeningen uit de negentiende en twintigste eeuw. Toch blijven de echte antiekliefhebbers niet op hun honger zitten. Schilderijen van oude meesters (15de - 18de eeuw) zijn goed voor 12 % van het aanbod, terwijl 7 % van de exposanten zich heeft gespecialiseerd in middeleeuwse kunst. Een ander belangrijk segment is dat van de continentale meubelen van de achttiende eeuw tot 1830, dat niet minder dan 12 % van de antiquairs vertegenwoordigt. Dertien deelnemers of 10 % brengen dan weer Aziatische kunst mee. Een antiekbeurs die zichzelf respecteert, doet ook moeite om niet-commerciële activiteiten te ontwikkelen. Het is de organisatoren dit jaar gelukt om de toeschouwers te confronteren met unieke wandtapijten die de geschiedenis van Alexander de Grote verhalen. De wandtapijten behoren tot de collectie van de prinsen Doria Pamphilj en kunnen in de regel alleen worden bezocht in het Palazzo del Principe in Genua. Deze Doornikse tapijten, die rond 1460 werden geweven, staan afgebeeld in alle boeken over kunstgeschiedenis omdat ze behoren tot de fraaiste voorbeelden van de 15de-eeuwse wandtapijtkunst. Dat Brussel de primeur krijgt om ze tentoon te stellen, is niet verwonderlijk. De tapijten verkeerden in een zeer slechte staat en werden dankzij de financiële steun van de Antiekbeurs gerestaureerd door de Koninklijke Manufactuur De Wit in Mechelen. Waarschijnlijk werden de wandtapijten, die samen een monumentaal gesloten geheel van circa 20 meter vormen, vervaardigd in de ateliers van Pasquier Grenier tijdens de bloeiperiode van de Doornikse weefindustrie. Ze waren waarschijnlijk ooit in het bezit van admiraal Andrea Andrea Doria, die de vloot van Keizer Karel aanvoerde in zijn onophoudelijke strijd tegen de Turken op de Middellandse Zee. (T) Door Etienne Langerwerf