De economische groeipolen van het Turkse binnenland, met steden als Adana (door The Financial Times uitgeroepen tot 'Europe's Best Economic Potential City'), staan vandaag op het niveau van Spanje of Portugal begin jaren 80. "Turkije zal er geen twintig jaar meer over doen om het welvaartspeil van Spanje anno 2007 bij te benen," aldus Vlaamse bankiers in Turkije. Op het platteland zijn de welvaartsverschillen nog groot, maar dat was in Andalusische dorpen vijfentwintig jaar geleden niet anders.
...

De economische groeipolen van het Turkse binnenland, met steden als Adana (door The Financial Times uitgeroepen tot 'Europe's Best Economic Potential City'), staan vandaag op het niveau van Spanje of Portugal begin jaren 80. "Turkije zal er geen twintig jaar meer over doen om het welvaartspeil van Spanje anno 2007 bij te benen," aldus Vlaamse bankiers in Turkije. Op het platteland zijn de welvaartsverschillen nog groot, maar dat was in Andalusische dorpen vijfentwintig jaar geleden niet anders. Achthonderd Turkse wetten zijn al aan de Europese regelgeving aangepast. Wetten overnemen en hogere welvaart, impliceren nog niet dat de Turkse mentaliteit verandert. Dat is juist, hoewel daaraan gewerkt kan worden: Portugezen, Spanjaarden en Grieken leden in de jaren zeventig evenzeer aan een overdosis defensief nationalisme. Het ontbreekt de Turkse publieke opinie nog aan zelfrelativering en zelfkritiek, zodat de dialoog met de Europese Unie vaak stroef loopt. Het helpt ze echter niet toeschietelijker te worden wanneer ze voortdurend te horen krijgt niet welkom te zijn. De Turkse verkiezingen van 22 juli verlopen dan ook tegen een achtergrond van toenemende verbittering ten aanzien van Europa (zie blz.50). Turkije staat sinds 1963 aan de voordeur en een effectief lidmaatschap is pas denkbaar in 2014. Die tussentijd is een uitdaging voor de Europese diplomatie om Turkije pro-actief te begeleiden bij zijn maatschappelijke ommezwaai van een geblokkeerde, elitaire samenleving tot een - zij het islamitisch geïnspireerd - systeem met meer aandacht voor algemene volksverheffing. De Unie moet zich ondubbelzinnig op een welbepaalde datum voor een lidmaatschap vastspijkeren. Turkije weet dan precies waarop het op die vastliggende einddatum afgerekend zal worden. Alleen zo injecteer je rationaliteit in het Turkse toetredingsproces. Door slechts een hypothetische toetreding in het vooruitzicht te stellen, die telkens opnieuw verschoven wordt, ondermijnen we onze geloofwaardigheid. Emotionaliteit in dit debat leidt alleen tot frustraties en wantrouwen aan beide kanten. Met alle begrip voor de interne moeilijkheden van de Unie en de noodzaak om de eigen instellingen te consolideren, is wederzijdse onverschilligheid of zelfs afkeer, zeker niet in ons voordeel. Waarom? Uit louter zelfbelang van een Europese Unie die op termijn gemarginaliseerd dreigt te raken tussen een Amerikaanse en een Aziatische machtspool. In 2050 krimpt de Europese bevolking (Rusland inbegrepen) tot 7 % van de wereldpopulatie (tegen 25 % in 1950) bij een gemiddelde leeftijd van 53 jaar. Ook economisch en militair staat Europa in een minder 'westers getinte globalisering' almaar zwakker tegenover nieuwe opkomende grootmachten. Kortom, maken we, in een context waarin het Westen aan leiderschap inboet, van een land dat een brug werpt tussen Oost en West een bondgenoot of niet? Ondanks de vele hindernissen is het Turkse experiment om een modern, democratisch islamitisch land in het Westen te integreren, te belangrijk om er sloganmatig mee om te gaan. Alleen met stipte naleving van afspraken zal op de dag van de afrekening blijken of Turkije 'bij Europa hoort'. Tenzij de Turken tegen dan zelf kiezen om aan te leunen bij Rusland, India, Irak of Iran. Al dan niet tégen Europa? Erik Bruyland