Waarom richtte Rusland verleden week zo'n krijgshaftige taal tot de Navo en het Westen? Antwoord: omdat het land van president Boris Jeltsin nog maar eens nood heeft aan een zware financiële injectie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Amerikaanse schatkist. Om een goede deal uit de brand te slepen, kan je dan maar best eerst de tegenpartij de stuipen op het lijf jagen met wat wilde militaire semi-dreigementen...
...

Waarom richtte Rusland verleden week zo'n krijgshaftige taal tot de Navo en het Westen? Antwoord: omdat het land van president Boris Jeltsin nog maar eens nood heeft aan een zware financiële injectie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Amerikaanse schatkist. Om een goede deal uit de brand te slepen, kan je dan maar best eerst de tegenpartij de stuipen op het lijf jagen met wat wilde militaire semi-dreigementen... De Kosovo-crisis zou ons bijna doen vergeten dat ook het internationale financiële bestel er nog altijd wat knock-out bij ligt. Het failliet van de Russische staat vormt daar een belangrijk onderdeel van, precies omdat dit land een militair ego bewaart dat totaal niet in verhouding staat tot zijn financieel-economische slagkracht. De geschiedenis leert dat interne destabilisering vaak de aanleiding vormt voor buitenlandse avonturen. In die zin mag het Westen toch niet al te lichtzinnig omspringen met de uit Moskou opstijgende oorlogstaal.Het failliet van Rusland, de ontsporingen in Azië en de problemen in Latijns-Amerika - vooral in Brazilië - vormen de belangrijkste exponenten van de nog steeds sudderende internationale financiële onrust. Binnenkort komt het interimcomité van het IMF bijeen, in juni vergadert de G8, en in het vroege najaar vinden de jaarvergaderingen plaats van IMF en Wereldbank... Ministers, centrale bankiers en particuliere bankiers kunnen zich binnenkort dus meer dan voldoende bezinnen over de noodzakelijke veranderingen aan de internationale financiële infrastructuur. Nu al kunnen we ervan uitgaan dat die veranderingen onder meer zullen inhouden dat de rol van IMF en Wereldbank zal worden versterkt, dat er een strenger toezicht zal komen op de internationale geldstromen, dat financiële instellingen minder kredietrisico's zullen mogen nemen (de hefboomfondsen zullen steevast de zwartepiet krijgen toegespeeld) en dat er voorbehoud zal worden gemaakt tegen snelle financiële deregulering. Misschien zullen we zelfs pleidooien horen voor kapitaalcontroles en - wie weet - voor een soort van vaste wisselkoersen tussen dollar, euro en yen.In alle toespraken zal wellicht ook gewag worden gemaakt van het feit dat het de voorbije jaren de spuigaten uitliep met de vrijemarkteconomie. En dat er dus weer meer regulering moet komen. Spijtig, want wie de gebeurtenissen van de voorbij twee jaar analyseert, zal tot de conclusie komen dat de scheefgroeiingen veeleer zijn veroorzaakt door te weinig markt dan door te veel markt.Veel van de ellende in Azië, Rusland en Zuid-Amerika is ontketend doordat deze landen gebukt gaan onder extreme vormen van corporatisme waarbij een kleine elite alle touwtjes in handen heeft. Niet alleen op politiek vlak, maar ook op economisch en financieel vlak. Dit corporatisme is de complete tegenpool van een vrijemarkteconomie waarin per definitie de accenten liggen op openheid, vrije toegang, gelijke kansen en ontvankelijkheid voor het nieuwe en het innovatieve.Een typisch kenmerk van het corporatistische model is dat het zich vastbijt in het bestaande en dus vaak tot overinvesteringen leidt in bepaalde sectoren en activiteiten. Het ineenklappen van de vastgoedprijzen in Japan bijvoorbeeld vloeit daar rechtstreeks uit voort. Deze asset deflation is op haar beurt weer de oorzaak van de diepe recessie waarin de Japanse reële economie verkeert. Ook de overcapaciteit waarmee Azië worstelt, heeft weinig te maken met excessen van de vrije markt, maar des te meer met de uitspattingen van het corporatisme. Ook in Europa tiert het corporatisme nog welig. De manier waarop de regeringsleiders van de Europese Unie onlangs nog maar eens de hervorming van het landbouwbeleid op de lange baan schoven, vormt daarvan een uitstekend voorbeeld. Miljarden euro blijven geblokkeerd in een sector die op termijn toch moet afslanken en herstructureren. De belastinggelden die noodzakelijk zijn voor de steun aan de landbouwers komen per definitie van rendabele activiteiten die, bij een lagere belasting, meer expansie en tewerkstelling zouden kennen. En dan is er België: bij de overname van Generale Bank kon een klein elitegroepje - artificieel beschermd door de overheid - zonder problemen haar wil opdringen. De kosten van de ziekteverzekering lopen elk jaar uit de klauwen omdat de overheid de miljardenverslindende corporatistische structuren niet door elkaar durft te schudden. En ook de arbeidsmarkt wordt nauwelijks flexibeler - logisch, want dergelijke ingrepen ondermijnen de machtspositie van de vakbonden. Het vrijemarktmodel is uiteraard niet perfect: zo weet iedereen dat de conjunctuurschommelingen heftige vormen kunnen aannemen. Maar het systeem corrigeert zichzelf. Het corporatistische model kan heftige schokken misschien lang uitstellen; maar eens ze komen, zijn ze nog maar moeilijk te corrigeren. Alle landen - ook de ontwikkelingslanden - hebben baat bij het openbreken van corporatistische structuren in plaats van weg te vluchten in antimarktretoriek.Johan Van Overtveldt