Een select clubje directeuren van de Generale Maatschappij van België stak elke week de koppen bij elkaar (van 15 maart 1928 tot en met 10 februari 1972) om de vorderingen van hun grootse ontwikkelingsprojecten in Centraal-Afrika af te toetsen: mijnbouwontginning, scholen, aanleg van wegen, ziekenhuizen, landbouwbedrijven en toeleveringsindustrieën. Afrikaanse leiders zouden aan het "Comité Intérieur Africain" (de naam van de club) een voorbeeld moeten nemen om te vermijden dat we nog meer televisiebeelden krijgen van dode Afrikanen op de drempel van Europa. De gelukzoekers bestormden meter...

Een select clubje directeuren van de Generale Maatschappij van België stak elke week de koppen bij elkaar (van 15 maart 1928 tot en met 10 februari 1972) om de vorderingen van hun grootse ontwikkelingsprojecten in Centraal-Afrika af te toetsen: mijnbouwontginning, scholen, aanleg van wegen, ziekenhuizen, landbouwbedrijven en toeleveringsindustrieën. Afrikaanse leiders zouden aan het "Comité Intérieur Africain" (de naam van de club) een voorbeeld moeten nemen om te vermijden dat we nog meer televisiebeelden krijgen van dode Afrikanen op de drempel van Europa. De gelukzoekers bestormden metershoge beschermmuren rond Ceuta en Melilla, twee Spaanse enclaves in Marokko waar hun Europese droom begon. Metalen of administratieve barrières houden de toevloed van radeloze migrantenjongeren niet tegen. Federaal minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (VLD) liep ooit met de idee om migranten naar Europese opvangcentra aan de buitengrenzen van de Unie te kanaliseren. Navraag over een stand van zaken voor dit plan leverde geen antwoord op. En in een reactie op de incidenten in Ceuta kwam de voorzitter van de Europese Commissie niet verder dan een vaag pleidooi voor "geharmoniseerde procedures om contingenten legale immigranten uit Afrika op te nemen." Spaanse humanitaire organisaties reageerden prompt dat die maatregel het probleem niet oplost. Terecht. In de huidige context van globalisering, informatietechnologie, dalende transport- en communicatiekosten, is het illusoir mensen te stoppen die met alle macht uit miserabele plaatsen weg willen. Het zal evenmin lukken met selectieve, bureaucratische toegangsprocedures. De Amerikaanse president George W. Bush ontvouwde vorige week een plan om illegalen die al in de Verenigde Staten zijn, het statuut van gastarbeider te geven voor de duur van zes jaar, met verplichte terugsturing naar het land van herkomst na het verstrijken van de termijn. Het Center for Global Development suggereert een systeem van jaarlijkse quota en werkvisa voor niet-opgeleide migranten, die na enkele jaren ook zouden moéten terugkeren met de hier opgedane kennis en hun spaarcenten (gestort op een speciale spaarrekening). Maar denk aan de Congolese deserteurs in opleiding in de Ardennen: ervaring leert dat zodra migranten binnenraken in "een westers paradijs", ze er alles aan doen om te blijven. Wat logisch is, als elk perspectief op beterschap, zoals in Afrika, ontbreekt. De enige oplossing is radicale verandering in Afrika; een dergelijke ommekeer is met de huidige stand van de technologie sneller te realiseren dan in de context van begin vorige eeuw, toen visionaire Belgen met hun Comité Intérieur Africain uit het niets in Congo een ontwikkelingsmachine bouwden - de UMHK, voorloper van de Nieuwe Materialen-groep Umicore (zie blz. 44) - en er funderingen legden voor de industrialisatie van Centraal-Afrika. Een ommekeer is alleen mogelijk als Europa ophoudt de huidige klungelaars een hand boven het hoofd te houden en het ontwikkelingsinfuus afkoppelt. Pas dan zal de immigratiestroom stilvallen. Erik Bruyland