Het zomerakkoord van de Vlaamse regering bevat wel degelijk een aantal verregaande maatregelen die van belang zijn voor de vastgoedsector. Dat zegt Gregory Verhelst, advocaat administratief recht bij het kantoor CMS DeBacker. "Een van de belangrijkste beslissingen is de afvoering van de boskaart, gekoppeld aan een verscherpte bescherming van bossen in woon- en industriegebieden", stelt hij.
...

Het zomerakkoord van de Vlaamse regering bevat wel degelijk een aantal verregaande maatregelen die van belang zijn voor de vastgoedsector. Dat zegt Gregory Verhelst, advocaat administratief recht bij het kantoor CMS DeBacker. "Een van de belangrijkste beslissingen is de afvoering van de boskaart, gekoppeld aan een verscherpte bescherming van bossen in woon- en industriegebieden", stelt hij. Wie nu wil bouwen in die gebieden, moet de eventuele ontbossing compenseren. De boskaart met beschermde, niet voor bebouwing geschikte bossen in die gebieden, waarvoor de Vlaamse minister van Milieu Joke Schauvliege (CD&V) vorig jaar een mislukt plan maakte, is verdwenen na hevige kritiek. "De nieuwe regeling beschermt voortaan alle beboste terreinen van meer dan een hectare in woon- en industriegebied", aldus Verhelst. Wie er wil ontbossen, moet eerst de toestemming vragen bij de Vlaamse regering. Die vraagt daarover advies aan de administratie en de gemeente. Er moet een controle ter plaatse gebeuren. "Een nadeel is dat de eigenaars van beboste terreinen geen zekerheid hebben over de uitvoering van hun bouwplannen, tenzij ze een uitdrukkelijke beslissing over een mogelijke ontbossing uitlokken", voorspelt Verhelst. "Kopers van beboste terreinen in woon- en industriegebieden moeten op hun hoede zijn. Er is geen afbakening van de beschermde bossen die men kan raadplegen voor de aankoop van een terrein." Wanneer de ontbossing wordt geweigerd, moet de Vlaamse regering het gebied binnen vier jaar herbestemmen tot bijvoorbeeld natuurgebied. "In dat geval kan de eigenaar planschade vorderen", stelt Verhelst. Als die herbestemming uitblijft, kan de eigenaar de overheid verplichten zijn terrein aan te kopen. De vraag is welke prijs er dan wordt betaald. Dat ligt nog niet vast. In theorie bestaat al de planschadevergoeding, die een nadelige herbestemming van een terrein moet compenseren. "Een planschadevergoeding is pas mogelijk na een gerechtelijke procedure", zegt Verhelst. "Doorgaans haalt de overheid alle middelen uit de kast om de vergoeding te betwisten. Procedures van meer dan tien jaar zijn geen uitzondering. Soms moeten de erfgenamen het proces voortzetten. De vergoeding wordt berekend volgens een speciale formule. De oorspronkelijke aankoopprijs wordt geïndexeerd, en dat bedrag wordt vergeleken met de waarde van de grond na de herbestemming. Dan geldt een forfaitaire aftrek van 20 procent. Vergoedingen vertegenwoordigden soms geen fractie van het reële waardeverlies." Voor die planschade voert de regering een nieuwe regeling in. Voor de begroting van de vergoeding van planschade gelden een aantal parameters, waarvan de oorspronkelijke aankoopprijs er slechts een is. Voortaan zou een commissie van ambtenaren uit verschillende departementen de vergoeding begroten. De eigenaar kan tegen de voorgestelde vergoeding bezwaar aantekenen bij de overheid en ultiem bij de rechtbank. Verhelst: "Of dit een vooruitgang is, zal afhangen van de vergoedingen die de overheid voorstelt. Ik blijf sceptisch."