Bordeaux heeft een unieke maar felbesproken manier om zijn wijnen aan de wereld te verkopen. Elk jaar tijdens de eerste week van april nodigt de Union des Grands Crus Classés, de groepering van bijna alle topkastelen, de internationale wijnpers uit naar Bordeaux om al of niet blind de nieuwe jaargang ' en primeur' te komen proeven. Nu zal dat dus de 2008 zijn.
...

Bordeaux heeft een unieke maar felbesproken manier om zijn wijnen aan de wereld te verkopen. Elk jaar tijdens de eerste week van april nodigt de Union des Grands Crus Classés, de groepering van bijna alle topkastelen, de internationale wijnpers uit naar Bordeaux om al of niet blind de nieuwe jaargang ' en primeur' te komen proeven. Nu zal dat dus de 2008 zijn. De wijnen zijn bijlange nog niet klaar, hun alcoholische en in de meeste gevallen ook de malolactische gisting (die de wijn milder maakt en minder zuur doet smaken) is afgelopen, maar de rijping van de wijnen op eikenhouten vaten begint nog maar net. Toch vindt dit ritueel al tientallen jaren plaats en wordt het door de pers met veel ogen gevolgd. Zo erg zelfs dat wie niet uitgenodigd wordt door de Union, door de rest als 'onbelangrijk' wordt beschouwd. Die ongelukkigen noemen de proeverijen dan ook vaak een 'mediacircus' dat alleen dient om promotie te maken voor bordeaux. Journalistiek in dienst van het product... Nu is het wel vaak zo dat de meeste journalisten de nieuwe jaargang ofwel goed ofwel slecht noemen, zonder zin voor nuances, maar het moet gezegd dat van de kleine tweehonderd schrijvers die de eerste week van april in Bordeaux vertoeven, er misschien tien een echte invloed hebben op de prijsbepaling van de wijnen. De wijnmakers in Bordeaux wachten immers de eerste perscommentaren af voor ze de prijs bepalen van 'het nieuwe jaar'. Meestal zijn het de premier grands crus classés, de toppers, die het eerst naar buiten komen met hun prijs, met argusogen gevolgd door de rest. De Union luistert vooral naar de Britse wine writers én naar de Amerikaanse wijncriticus Robert Parker, die in zijn eentje de meeste invloed uitoefent. Hij proeft ook niet in april, maar half maart, als eerste in de wereld dus, en hij publiceert zijn bevindingen ergens tegen het einde van april. Misschien niet als eerste, but who cares? De chateaus wachten meestal toch tot begin mei om hun prijs vast te leggen. Waarom doen de grands crus classés dit? Dit nodigt toch uit tot speculatief gedrag, niet? Ja, en dat is zo gewild. Met de bekendmaking van de prijzen voor de komende jaargang, die nota bene pas twee jaar later op de markt wordt gebracht, komt ook het hele verkoopmechanisme op gang. Wereldwijd schrijven wijnhandels in op de wijnen, afhankelijk van de allocatie, de toezegging of goedkeuring die ze krijgen van de kastelen zelf. Niet alle handelaars kunnen evenveel wijn kopen. Het is zeker niet zo dat wie de meeste wijn wil, ook de meeste wijn krijgt. Men moet zijn 'geloofsbrieven' verdienen en vaak voldoende lang in het vak staan om genoeg wijn te mogen kopen. Vanaf dan zijn de handelaars aan zet: zij betalen immers wijn die ze wel geproefd hebben, maar die nog niet klaar is en die pas over twee jaar effectief verkocht wordt. De volgende stap is de eindklant, de wijnliefhebber. Die krijgt door de handelaar een mooie lijst toegestuurd van wijnen waarop hij kan inschrijven. En die hij vooraf moet betalen. Hij koopt ze aan, ze zijn juridisch gezien al zijn eigendom, maar de feitelijke levering gebeurt pas twee jaar later. De eindklant en de handelaar gaan hiervoor een contract aan. Uiteindelijk is het dus de wijnliefhebber die au fond de investering aangaat. De filosofie achter deze constructie is simpel. De kastelen willen graag al geld zien, omdat hun wijnen pas twee jaar later op de markt komen. De prijs waartegen de wijnen 'en primeur' worden aangeboden, is daarom goedkoper dan de uiteindelijke verkoopprijs wanneer de wijnen effectief op de markt komen. De consument doet dus een koopje. Of, dat zou hij moeten doen. De jongste jaren werd de bordeauxmarkt echter zodanig gedomineerd door speculatie, dat het voor de chateaus nog weinig uitmaakte of de beginprijs goedkoper was of niet. De wijn werd altijd verkocht, en altijd voor veel geld. Naast onroerend goed wordt trouwens nu ook wijn aangeraden als betere belegging. Eigenlijk is de hele 'en primeur'-campagne één grote zeepbel die nu met de economische crisis op springen staat. De idee van koopjes doen is ver weg en fundamenteel kopen de liefhebbers wijn waarvan weinig kenners weten of hij goed zal evolueren of niet. Jaargangen als 2000, 2003 en 2005 werden als 'uitzonderlijk' beschreven door de pers, omdat het zulke rijpe en toegankelijke wijnen waren, maar het merendeel van de 2000- en 2003-wijnen zijn al over hun hoogtepunt heen. Veel wijnen uit het veel te droge jaar 2003 zijn onevenwichtig en alcoholisch en zullen hun hoogtepunt zelfs nooit bereiken. Het is dan mooi om te zien hoe door de pers afgeschreven jaargangen als 2001 en 2004 mooie wijnen voortbrengen. Saint-Emilion en pomerol uit 2001 zijn nu fantastisch goed. 2001 en 2004 hadden het ongeluk om na zogenaamde 'superjaren' te komen... In de aanloop naar de primeurcampagne komt er de jongste maanden zeer veel kritiek uit Groot-Brittannië. Door het zwakke pond wordt bordeaux verkopen in het Verenigd Koninkrijk moeilijker. Britse handelaren roepen daarom op tot een prijsdaling van 50 %, iets waar de chateaus wellicht geen rekening mee zullen houden. Andere handelaren, maar ook sommige chateaus roepen op om met de prijsbepaling te wachten tot september, in de hoop dat de wereldeconomie dan al wat opgekrikt zal zijn en men dus toch nog vrij hoge prijzen zou kunnen vragen. Het moet gezegd dat veel van deze wijnkastelen ook hun 'mindere' wijnen samen met hun topwijn op die manier verkopen. Handelaars moeten met andere woorden een pakket wijnen van hen aankopen om recht te hebben op de topwijn. Maar als die handelaren die mindere wijn niet kwijtraken door de economische crisis, dan hoeft de 'grand vin' voor hen wellicht ook niet meer. De degustaties begin april zullen zeker plaatsvinden, maar vermoedelijk zullen de meeste kastelen inderdaad tot vlak voor, of vlak na de zomer wachten om met hun prijzen naar buiten te komen. Nog beter zou zijn om de hele primeurverkoop gewoon af te schaffen. Laten we eerlijk zijn, de meeste kastelen zijn rijk genoeg om twee jaar op hun geld te kunnen wachten. Mijn raad: koop alleen iets waarvan u (voldoende) zeker bent. Als de banken al moeilijker krediet geven, waarom zou u dat dan als consument moeten doen aan rijke bordeauxkastelen, die nota bene nog vaak eigendom zijn van internationale banken? (T) Door Filip Verheyden