Twintig jaar geleden lanceerde BMW een nieuw concept op de motormarkt: de K-serie. Het ging om een driecilinder 750 cc ( K75) en een viercilinder 1000 cc ( K100). Het opvallende eraan was de plaatsing van het motorblok: anders dan de concurrentie, die multicilinders-in-lijn dwars in het frame plaatste, waren bij de BMW K's de cilinder in de lengterichting én in een hoek van 90° geplaatst. De K-serie moest de boxer-twin, het motortype dat BMW al sinds 1923 produceerde, vervangen.
...

Twintig jaar geleden lanceerde BMW een nieuw concept op de motormarkt: de K-serie. Het ging om een driecilinder 750 cc ( K75) en een viercilinder 1000 cc ( K100). Het opvallende eraan was de plaatsing van het motorblok: anders dan de concurrentie, die multicilinders-in-lijn dwars in het frame plaatste, waren bij de BMW K's de cilinder in de lengterichting én in een hoek van 90° geplaatst. De K-serie moest de boxer-twin, het motortype dat BMW al sinds 1923 produceerde, vervangen. Een viercilinder heeft voordelen op een twin: meer vermogen en minder trillingen. De K-serie heeft echter nooit de boxer kunnen verdrijven. Sterker: in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw gaf BMW de boxer een serieuze facelift en bezorgde dat motortype een comeback. In die mate zelfs dat motoren met die krachtbron - de R1150RT en de R1150GT - tot de best verkochte in ons land behoren. De K-serie bleef echter wel in productie en is nu in drie versies verkrijgbaar: de K1200RS, de K1200LT en de K1200GT. De K1200RS is het sportieve lid van de familie en de K1200LT de luxueuze toeruitvoering. Het zijn alleen nog viercilinders en de cilinderinhoud is met 200 cc vergroot ten opzichte van de K100. De K1200GT, die BMW vorig jaar in het gamma opnam, valt tussen de twee andere in; het is de toerversie van de RS. De grootste verschillen tussen de RS en de GT zitten in de stroomlijn (een hogere en verstelbare ruit voor de GT) en de montage van een kofferset op de GT. Doet BMW met de GT de succesvolle RT boxer concurrentie aan? Eigenlijk niet. De twee motoren vertrekken vanuit een totaal ander concept. Bij de boxer voel je de motor werken en is er bij lage toerentallen veel vermogen beschikbaar. De GT is trillingvrij, draait als een turbine. De acceleratie is fel, je voelt de 130 pk die de motor rijk is. De GT is eerder een concurrent voor de K1200RS. De GT (of de K-reeks) rijdt anders dan de meeste motoren op de markt. De eerste meters vallen ronduit tegen. Het lijkt wel of je de motor niet van zijn lijn kunt krijgen en nauwelijks in de bocht kunt leggen. Maar als je je gewicht bij het ingaan van de bochten als een racer naar de binnenkant van de bocht verlegt, valt de GT veel makkelijker te besturen en raak je het gevoel kwijt dat die BMW alleen rechtuit wil gaan. Als je dat eenmaal door hebt, neemt het plezier snel toe en ga je de GT meer appreciëren. De bescherming die de stroomlijn biedt tegen wind en regen, is redelijk. Tijdens een 'natte' rit vingen alleen de helm, de schouders en de voeten water. De standaard gemonteerde kofferset is handig voor wie op reis gaat (het is niet voor niets een GT), maar in het dagelijkse verkeer heeft die eerder na- dan voordelen. Bovendien valt de inhoud tegen: een tas met twee A4-mappen past er bijvoorbeeld niet in. De koffers maken de motor ook nog eens breed, wat het rijden tussen twee rijen auto's in de file niet vergemakkelijkt. Ad van Poppel