We blijven onszelf maar overtuigen dat we in een logische wereld leven en dat het bedrijfsleven vooral rationeel is. Behalve als bedrijfsleiders plots voorzitter worden van een voetbalploeg. Dat heet dan passie, en aan dat type onredelijk gedrag storen we ons niet. Sport is per definitie passie. Dat merk je aan de Rode Duivelfiguren in elke supermarkt.
...

We blijven onszelf maar overtuigen dat we in een logische wereld leven en dat het bedrijfsleven vooral rationeel is. Behalve als bedrijfsleiders plots voorzitter worden van een voetbalploeg. Dat heet dan passie, en aan dat type onredelijk gedrag storen we ons niet. Sport is per definitie passie. Dat merk je aan de Rode Duivelfiguren in elke supermarkt. Naast passioneel is de wereld ook een vreemd ritueel. Dat was weer te merken op de avond van 25 mei, de dag van de moeder aller verkiezingen. Alleen het Vlaams Belang liep er wat onwennig bij. Want dat ritueel kenden ze nog niet. En hoe ze het ook graag hadden ingepakt, ze konden echt niet gaan beweren dat ze gewonnen hadden. Al de overige partijen konden dat wel, de ene al met meer overtuiging dan de andere. En de meest objectieve feiten werden plots overwinningen; 18,9 procent werd "vlotjes 20" en als een journalist op het verschil wees, dan "was de avond nog jong". Elk cijfer dat meeviel werd graag geloofd, elk cijfer dat tegenviel werd betwijfeld. Behalve dan bij Vlaams Belang, die waren zo uit hun lood geslagen dat ze alles geloofden, zelfs dat ze ooit nog zouden terugkomen. Eén enkel ritueel werd niet opgevoerd. Men begon niet in koor te zingen dat de grote verliezers ook deze keer de opiniepeilers waren. En dat is toch wel erg vreemd: tot vlak voor de verkiezingen kregen we te horen dat 30 procent van de kiezers nog onbeslist was. Als de helft daarvan op Groen had gestemd, dan had die partij meer dan 25 procent gehaald. Maar niets daarvan, de onbeslisten stemden netjes zoals de beslisten. Bijna alle opiniepeilingen bleven binnen de foutenmarge. Opiniepeilingen zijn betrouwbaar. De moderne opiniepeilers kennen blijkbaar hun vak. Dat zal in de toekomst politici nog zenuwachtiger maken. Vroeger waren de mensen waarschijnlijk ook wat terughoudender om hun voorkeur bekend te maken. Maar veel privacy hebben we toch niet meer. Dus lijken de antwoorden beter overeen te komen met hoe de mensen effectief zullen stemmen. Maar de grote verliezers zijn diegenen die de politieke scenario's schreven. Zij zijn in de val getrapt van 'wat je niet ziet, kan ook nauwelijks bestaan'. Er waren volgens hen blijkbaar maar twee mogelijkheden. Mogelijkheid één: de N-VA behaalt meer dan 30 procent en is dan volgens het jargon incontournable. Mogelijkheid twee: de N-VA haalt minder dan 30 procent en Di Rupo II staat in de steigers. Alleen Bart De Wever zelf zou met het vreemde scenario 'de N-VA haalt meer dan 30 procent, maar de anderen kunnen toch een regering vormen zonder Groen' rekening hebben gehouden. Al de overige commentaren vertrokken van een typische onvolledige datamatrix (zie tabel). Bijna iedereen zag scenario 2 of 3, maar we kregen 1. Het enige wat daarvoor nodig was, was de ineenstorting van Vlaams Belang. Niemand heeft overigens ooit scenario 4 voorspeld. Want daarvoor was een monsterscore van Groen (en PVDA+) nodig. Ach ja, dat was nog minder waarschijnlijk en één dioxinecrisis is genoeg voor vijftig jaar. Maar het kon. De menselijke geest is zo blind voor onvolledige datamatrices. Wat we niet dadelijk zien, lijkt gewoonweg niet te bestaan. We kennen de naam van enkele succesvolle bedrijfsleiders die hun studies niet hebben afgewerkt en concluderen dat het wel helpt voor een mooie loopbaan als ondernemer op tijd te stoppen met studeren. Universiteiten remmen creativiteit en ondernemerszin af. Alsof er geen talrijke tegenvoorbeelden zijn, zoals Marc Coucke of Fernand Huts om maar twee alumni van onze school te noemen. Maar de datamatrix kent nog twee andere kwadranten: niet studeren en geen succes kennen, en dat kwadrant is veel meer bewoond dan de andere combinatie: wel studeren en niets bereiken. Dezelfde blindheid geldt in het bedrijfsleven. Wat we ons moeilijk kunnen voorstellen, kan gewoonweg niet bestaan. Tot een concurrent, maar nog waarschijnlijker, een jonge starter ermee voor de dag komt. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Business School. MARC BUELENSWat we ons moeilijk kunnen voorstellen, kan gewoonweg niet bestaan.