San Francisco.
...

San Francisco."Of het nu Soeharto is die Indonesië leidt dan wel Habibie, het leger of wie dan ook, maakt eigenlijk weinig uit. De essentiële vraag luidt: zijn de spelregels veranderd? Draagt vandaag degene die risico's neemt met het oog op grote winsten, ook zelf de verantwoordelijkheid wanneer het eenmaal fout loopt? In tegenstelling tot wat het IMF telkens weer herhaalt, vormen niet zozeer macro- dan wel micro-economische elementen de basis van de problematiek waarmee landen als Indonesië kampen. De organisatie van en de controle op het banksysteem staan daarbij absoluut centraal," aldus Charles Calomiris die doceert aan de business school van de New Yorkse Columbia University. De visie van Calomiris kunnen we niet zomaar wegwuiven als nog maar eens een hersenspinsel van de zoveelste 'ivorentoreneconoom'. In de jaren 1994-1995 maakte hij deel uit van het Wereldbank-team dat maandenlang met de Mexicanen onderhandelde over een grondige herschikking van hun banksysteem. "Het uiteindelijke resultaat was een vage belofte tot hervorming die volstond om een goedkope Wereldbank-lening van 500 miljoen dollar los te krijgen. Onmiddellijk na de ondertekening van het akkoord vertrouwde een topadviseur van de Mexicaanse president me echter toe dat de 'Mexicaanse banken dergelijke drastische hervormingen uiteraard toch nooit zouden aanvaarden'. Sindsdien staat mijn geloof in de voorwaardelijkheid die meestal gekoppeld is aan IMF- en Wereldbank-financiering op een zeer laag pitje," stelt Charles Calomiris. Trends had met hem een lang en exclusief gesprek. TRENDS. U trekt lessen uit uw Mexicaanse ervaring voor de gebeurtenissen in Azië. Bestaan er voldoende aanknopings- en vergelijkingspunten om die parallel te kunnen trekken? CHARLES CALOMIRIS (COLUMBIA UNIVERSITY). Zeker. Of je nu de Chileense crisis van 1982-1983 analyseert, de Argentijnse en Braziliaanse ineenstortingen, de Mexicaanse crisis van 1994-1995 of wat er zich vandaag afspeelt in Indonesië, Zuid-Korea en Thailand, de gemeenschappelijke patronen zijn duidelijk herkenbaar. Een beperkt aantal conglomeraten - in handen van enkele rijke, politiek zeer invloedrijke families - voert in elk van deze economieën het hoogste woord. Ze vormen de geprivilegieerde klanten van enkele bankinstellingen, die daardoor een soort van quasi-publiek karakter krijgen. De bankiers, en ook een bepaald - geïnformeerd - deel van de bevolking, wéten dat de overheid hen nooit in de steek zal laten. Die binding tussen politiek, bedrijfsleven en financiële wereld hoeft op zich nog niet de aanleiding te zijn tot de huidige toestand in Indonesië?Vooral het risicogedrag van de quasi-publieke banken, wanneer ze eenmaal verliezen moeten incasseren, is van belang. "Normale" privé-banken met verliezen op hun leningsportefeuille, zullen trachten om hun risico's te beperken, zo het vertrouwen te herwinnen en een run op hun instellingen te voorkomen. De quasi-publieke banken hoeven van zo'n scenario echter niet wakker te liggen, iedereen weet toch dat de overheid bijspringt. De weg naar de ineenstorting verloopt dan meestal in drie etappes. Ten eerste trachten de quasi-publieke banken hun verliezen recht te trekken door nog grotere kredietrisico's te nemen - niet het minst door de kredietverlening aan de conglomeraten tot ongekende hoogtes op te drijven. Dat leidt bijna geruisloos naar de tweede fase: door het wangedrag van deze financiële instellingen krijgt de overheid te maken met zoveel verplichtingen - die niet direct zichtbaar zijn op de begroting - dat een devaluatie steeds waarschijnlijker wordt. Toch speculeren de quasi-publieke banken tegen een devaluatie omdat ook dit weer aanzienlijke kortetermijnwinsten oplevert, bijvoorbeeld door tegen lage rente in dollar te ontlenen en vervolgens aan veel hogere rente leningen te verschaffen in eigen munt. Wanneer in de derde fase die onvermijdelijke devaluatie er komt, ontwikkelt de hele financiële crisis zich in een sneltreinvaart. Welke is de rol van het IMF en de Wereldbank in dit crisisscenario?Bij acute crisissen speelt de Wereldbank een niet zo belangrijke rol. Het zijn veeleer het IMF en de Amerikaanse Treasury - het ministerie van Financiën - die de problemen op twee manieren verzwaren. Ten eerste verlenen zij legitimiteit aan de bail outs van de quasi-publieke banken die sowieso totaal insolvabel geworden zijn en dus - op een begeleide manier weliswaar - ten grave moeten worden gedragen. Zo ontstaat het excuus om niets te ondernemen ten gronde en een bodemloze put te creëren voor belastinggeld. Denk opnieuw aan Mexico. De banken die voor enkele jaren zogezegd "gered" waren, hebben vandaag nog altijd voor ongeveer 40% van hun totale portefeuille aan slechte leningen. Ten tweede zorgen de interventies van het IMF en de Treasury ervoor dat de buitenlandse banken zich steeds gedekt voelen en dus weinig extra aandacht zullen besteden aan de risico's die zij lopen. Toch valt het moeilijk te ontkennen dat buitenlandse investeerders en financiers klappen krijgen bij crisissen als die in Mexico en nu in Indonesië, Zuid-Korea en Thailand?Dat kan u niet menen. Het IMF, de Amerikaanse Treasury en de internationale bankiers krijgen, vooral door de aanzienlijke belastingverhogingen die de overheid in deze landen aan de bevolking oplegt, nagenoeg altijd hun geld terug. De inkomensverdeling raakt er alleen nog meer vertekend.Welke beleidsaanbevelingen zou u formuleren?Ten eerste, stop de bail outs. Wie risico's neemt, moet zich daar ten volle van bewust zijnen overeenkomstig handelen. Ten tweede, verhoog de middelen van het IMF niet. Dit zou immers zowel voor ontwikkelingslanden - of althans voor de elites van deze landen - als voor internationale financiers een signaal zijn dat men in de toekomst een nog grotere tussenkomst kan verwachten. Ten derde, het IMF moet terug naar zijn oorspronkelijke rol: geloofwaardigheid verstrekken aan landen die hun economie structureel trachten gezond te maken. Een grondige herschikking van het bankregime vormt daarvan een wezenlijk onderdeel, dat hebben bijvoorbeeld Argentinië en Chili aangetoond. JOHAN VAN OVERTVELDT