De internationale samenwerking in fiscale zaken neemt een hoge vlucht. Het begon allemaal met de Europese bijstandsrichtlijn van 1977. Op grond van die richtlijn deelden landen fiscale informatie 'op verzoek' met elkaar. Dat verhinderde belastingplichtigen evenwel niet duchtig voort te frauderen. Zolang dat onder het maaiveld bleef, werden er toch geen vragen gesteld.
...

De internationale samenwerking in fiscale zaken neemt een hoge vlucht. Het begon allemaal met de Europese bijstandsrichtlijn van 1977. Op grond van die richtlijn deelden landen fiscale informatie 'op verzoek' met elkaar. Dat verhinderde belastingplichtigen evenwel niet duchtig voort te frauderen. Zolang dat onder het maaiveld bleef, werden er toch geen vragen gesteld. Dat is vele tientallen jaren blijven doorgaan. Tot in 2009 de kredietcrisis een grote schuldencrisis van landen werd. Griekenland, Ierland en Portugal dreigden te kapseizen. De Belgische rente piekte eind 2011 tot 6 procent. Om inkomsten te genereren groeide de consensus om fiscale fraude aan te pakken. En dus kwam de Europese Commissie in 2011 met een nieuwe Directive on Administrative Cooperation (DAC), die de oude bijstandsrichtlijn verving. Informatie werd niet langer enkel op verzoek gedeeld, maar ook automatisch en spontaan. Dat wierp bijna meteen vruchten af. De internationale fraude nam zienderogen af. Fiscale regularisaties hadden een groot succes. Door dat succes werd de transparantie in ijltempo verder uitgebreid. Zo werd het toepassingsgebied in 2014 uitgebreid naar buitenlandse inkomsten en bankrekeningen (DAC 2). Sinds 2015 moeten grensoverschrijdende rulings automatisch worden gedeeld (DAC 3). In 2016 kwamen daar de landenrapporten bij voor multinationale ondernemingen (DAC 4) en in 2017 werd met DAC 5 beslist dat de landen ook toegang krijgen tot elkaars UBO-register. Tot slot werd in 2018 een verplichting opgelegd aan banken, notarissen, boekhouders en advocaten om internationale belastingadviezen aan de fiscus te melden. Die verplichting is bekend onder DAC 6 en is ingegaan op 1 januari dit jaar. De coronapandemie blijkt een vliegwiel voor fiscale transparantie te zijn. Europa heeft meteen twee nieuwe initiatieven. Het uitdrukkelijke doel is meer belastingopbrengsten voor de lidstaten. Het gaat met name om het transparant maken van allerhande onlineplatformen (DAC 7) en de handel van cryptoactiva (DAC 8). Binnenkort moeten alle onlineplatformen melden hoeveel ieder persoon verdient of krijgt via dat platform. Die informatie zal worden gedeeld met de belastingcontroleur van die persoon. Vandaag zijn die platformen nog black boxes. De fiscus kan bijna onmogelijk achterhalen wat iemand verdient. Maar dat zal dus veranderen, wat een heel brede impact zal hebben. U verkoopt uw wagen via het internet, uw 15-jarige dochter verkoopt kleding via Vinted, u koopt en verkoopt postzegels via eBay, u verhuurt een kamer via Airbnb, u verhuurt uw Spaanse villa via een gespecialiseerde Spaanse website enzovoort. Alles wat u daarvoor krijgt, wordt gecommuniceerd aan uw lokale controle. Het spreekt voor zich dat als die activiteit te belangrijk is in de ogen van de fiscus, er bijkomende aanslagen zullen volgen. Maar daar stopt het niet. In de loop van 2021 zullen voorstellen worden gedaan om het anonieme beleggen in cryptoactiva, zoals bitcoins, volkomen transparant te maken. De black box bij uitstek zal dus ook worden gekraakt. Zelfs de cryptomuntenprojecten die volledig toegewijd zijn aan het waarborgen van financiële privacy of anonimiteit bij financiële transacties over de blockchain, zullen eraan geloven. Uiteraard kun je je aan pittige discussies met de fiscale controleur verwachten. Probeer de fiscus er maar eens van te overtuigen dat een fenomenale bitcoinmeerwaarde niet speculatief is. George Orwell krijgt niet in 1984, maar wel in 2021 gelijk. Big brother is watching you! Gelet op de coronacrisis, is een belangrijke verfijning aan de orde: Big brother is very hungry for taxes and he is watching you! U bent gewaarschuwd.