Het is een mooie namiddag in Amsterdam. Een handvol demonstranten betoogt met een megafoon tegen de schade die neonicotinoides, een nieuwe soort insecticide, toebrengen aan de bijenpopulatie. Binnen, in een achterzaaltje van het RAI-congrescentrum, probeert David Nicholson ons te overtuigen van hun ongelijk. De Brit bepaalt waar 285 van de 370 werknemers van Bayer Cropscience in Gent mee bezig zijn. Eigenlijk heeft hij alle onderzoekers onder de 21.000 wereldwijde werknemers van Bayer Cropscience onder zijn hoede, want Nicholson bepaalt de onderzoekslijn van de divisie plantenbiotechnologie van Bayer. "Ik ben blij dat we 10 procent van onze omzet in onderzoek en ontwikkeling investeren", zegt hij.
...

Het is een mooie namiddag in Amsterdam. Een handvol demonstranten betoogt met een megafoon tegen de schade die neonicotinoides, een nieuwe soort insecticide, toebrengen aan de bijenpopulatie. Binnen, in een achterzaaltje van het RAI-congrescentrum, probeert David Nicholson ons te overtuigen van hun ongelijk. De Brit bepaalt waar 285 van de 370 werknemers van Bayer Cropscience in Gent mee bezig zijn. Eigenlijk heeft hij alle onderzoekers onder de 21.000 wereldwijde werknemers van Bayer Cropscience onder zijn hoede, want Nicholson bepaalt de onderzoekslijn van de divisie plantenbiotechnologie van Bayer. "Ik ben blij dat we 10 procent van onze omzet in onderzoek en ontwikkeling investeren", zegt hij. DAVID NICHOLSON. "Volgens mij moet je het succes van dertig jaar biotechnologie niet afmeten aan het aantal ggo's dat ondertussen in Europa op de markt is gekomen. Ik ben vanzelfsprekend ontgoocheld over de houding tegenover ggo's in Europa. Alle data die ik ken, tonen aan dat die producten volledig veilig zijn. Daardoor zijn sommige reacties tegenover genetisch gewijzigd voedsel of veevoer vrij moeilijk te begrijpen. "Maar biotech is veel meer dan het produceren van ggo's of de productie van gewassen die resistent zijn tegen insecticide. Het gaat over het onderzoek naar de koppeling van genen in een cel en hun fenotype - hoe ze eruitzien en hoe ze reageren op de omgeving. Als we die samenhang begrijpen, weten we meer over de gezondheid van planten en kunnen we daarop inspelen." NICHOLSON. "Dat klopt. Eigenschappen zoals droogteresistentie en andere milieu-uitdagingen toevoegen aan planten, bleek complexer dan aanvankelijk werd gedacht. De hoop was de genen te identificeren die zulke mechanismen controleren. Je kunt een parallel trekken met de farmasector. Daar leefde lange tijd het idee dat het mogelijk was de genen te vinden die verantwoordelijk zijn voor bepaalde ziekten. In sommige gevallen lukt dat, maar meestal draait een ziekte om meer dan één gen. Zo zijn er al twintig genen geïdentificeerd die een rol spelen bij alzheimer. Bovendien speelt ook de combinatie van omgevingsfactoren en genetische factoren een cruciale rol." NICHOLSON. "Een groot voordeel. De voorbije decennia is het onderzoekswerk in de farmasector grondig veranderd. Het belang van multidisciplinaire onderzoeksteams is enorm toegenomen en vandaag geldt het als een succesfactor in de lifesciences. Die ervaring kan ik nu gebruiken. Uiteindelijk is plantenbiotechnologie ook een onderzoeksintensieve sector." NICHOLSON. "Ja." NICHOLSON. "De interactie van grote bedrijven als Bayer met de academische wereld en met start-ups is heel relevant. Ieder heeft zijn rol. De tijden dat een multinational alles intern en zelf kon doen, zijn al lang voorbij. Daarvoor zijn de wetenschap en het leven te complex. Externe competentie zoeken voor onderzoek is geen slechte zaak. We moeten innovatieve en differentiërende producten leveren voor de portefeuille van Bayer. Om dat doel te bereiken, willen we expliciet samenwerken met de academische buitenwereld. We hebben een onderzoeksalliantie opgericht om er zeker van te zijn dat we ons onderzoek ook consolideren. We zijn daarbij erg duidelijk over wat we willen onderzoeken, welke gebieden voor ons interessant zijn en welke dat niet zijn. Die alliantie biedt ons de mogelijkheid kansen tijdig te screenen, en te bekijken of ze ook daadwerkelijk een leemte in onze pijplijn opvullen." NICHOLSON. "Het is een win-winsituatie. In de academische gemeenschap gebeurt fantastisch basisonderzoek, maar die kennis blijft vaak op de plank liggen. Wetenschappers hoeven hun kennis niet te vertalen naar commerciële producten. Dat is onze rol. Bedrijven als Bayer moeten die kennis ontwikkelen. Financieel vloeien vanzelfsprekend rewards terug naar universiteiten en onderzoekers. "Als onderzoekers een start-up willen beginnen, kunnen wij daarbij een rol van betekenis spelen. Door de middelen aan te bieden om zo'n opstart mogelijk te maken, door durfkapitalisten te helpen aantrekken en ondersteuning te bieden over hoe ze hun producten interessant maken voor grotere commerciële groepen. En ja, we kunnen natuurlijk ook gewoon met hen samenwerken, onafhankelijk van waar ze vandaan komen." NICHOLSON. "Ik geloof in de biologische onderbouw van de plantenwetenschap. Op basis van dat fundament kunnen we bepalen welke de beste aanpak is om een probleem op te lossen. We kunnen daarbij kiezen voor een chemische, een biologische of een genetische benadering. Vaak is de oplossing een combinatie daarvan; we praten dan over integrated crop solutions. Dat kan bijvoorbeeld enerzijds een herbicide zijn waarvoor het zaaigoed tolerant is, en anderzijds chemische of biologische producten waarmee we de ziektes die een gewas bedreigen proberen te bestrijden. "Biodiversiteit is daarbij belangrijk. Wij willen dat onze producten ook in de toekomst efficiënt zijn. Daarom ontwikkelen we strategieën om resistentie tegen te gaan. Daarom proberen we onze klanten op te leiden. Een boer die slechts één gewas plant en altijd dezelfde onkruidverdelger gebruikt, zo zien wij de landbouw niet. Een landbouwer moet zijn gewassen en chemicaliën roteren, zelfs als dat wil zeggen dat hij soms minder Bayer-producten koopt. Bayer wil meer aandacht voor duurzaamheid. Het is voor ons een sleutelthema. Onze wetenschap moet het leven verbeteren. Dat is dan ook onze slogan: science for better life." NICHOLSON. "Er is een moratorium van twee jaar afgekondigd op het gebruik van dat insecticide voor sommige gewassen in Europa. Het is nog maar de vraag of ze aan de basis liggen van de bijensterfte. Wij hebben de studies over de efficiëntie en de risico's volgens de regels gedaan en aan de regulators bezorgd. Wij geloven dat dit insecticide veilig is voor de bijen als het wordt gebruikt zoals het is bedoeld." ROELAND BYL"De tijden dat een multinational alles intern en zelf kon doen, zijn al lang voorbij"