Het dioxineschandaal jaagt de Belg massaal naar de natuurvoedingswinkels. Uit een interne rondvraag van de Federatie van de Handel en Nijverheid in Natuur-, Reform- en Dieetwaren in België (Naredi) blijkt dat de omzet van bioproducten dezer dagen met 50 tot 100% stijgt. De hele sector draait op volle toeren. Al vóór het openingsuur staan klanten in rijen buiten te wachten. De hele dag door blijft het razend druk. En 's avonds zijn de rekken leeg. Leveranciers kunnen niet meer volgen en schakelen nacht- en weekendploegen in.
...

Het dioxineschandaal jaagt de Belg massaal naar de natuurvoedingswinkels. Uit een interne rondvraag van de Federatie van de Handel en Nijverheid in Natuur-, Reform- en Dieetwaren in België (Naredi) blijkt dat de omzet van bioproducten dezer dagen met 50 tot 100% stijgt. De hele sector draait op volle toeren. Al vóór het openingsuur staan klanten in rijen buiten te wachten. De hele dag door blijft het razend druk. En 's avonds zijn de rekken leeg. Leveranciers kunnen niet meer volgen en schakelen nacht- en weekendploegen in. "Het lijkt wel oorlogstijd," zegt Liesbeth Momerency, vice-voorzitter van Naredi. "De bevolking is in paniek. De mensen zijn geschrokken omdat ze niet meer kunnen kopen wat ze willen. Vooral vrouwen met jonge kinderen vrezen voor hun gezondheid. Wij zijn hun laatste strohalm. Het biogarantielabel waarborgt immers een viervoudige controle van de producten. Zowel de teler, de verwerker, de leverancier als de winkelier worden aan de strengste inspecties onderworpen." De kippencrisis heeft vele consumenten over de drempel geholpen. Momerency: "Vroeger botsten wij vaak op een muur van onbegrip. Vandaag beseffen de mensen het belang van gezond voedsel. Hiervoor zijn ze bereid extra te betalen. Bovendien wijzen wetenschappelijke studies uit dat je totale uitgaven op het einde van de maand toch gelijk blijven. De voedingswaarde van bioproducten ligt immers veel hoger dan van junkfood, zodat je gewoon minder verbruikt." Naredi hoopt dat de overheid nu eindelijk uit haar pijp zal komen om de biologische sector te ondersteunen, zoals dit in Nederland en in andere Europese lidstaten gebeurt. Momerency: "Maar ik vrees dat er alleen enveloppes vrijgemaakt zullen worden om de gedupeerde bedrijven - de intensieve gewassen- en veeteelt - te compenseren. De vervuilers krijgen met andere woorden een vergoeding. Dat is de wereld op z'n kop." 1. Doorbraak biologische landbouwSinds de Europese richtlijn van 24 juni 1991 - die de bioproducten wettelijk erkent, controleert en ondersteunt - zitten de bioboeren in de lift. In de 15 lidstaten zijn al 107.812 ecologische landbouwers actief. Hierdoor groeit het groene arsenaal met zo'n 33,3% per jaar, tot 2.695.624 hectaren in 1998. Dat is 1,66% van het totale agrarische oppervlak. Oostenrijk en Zweden lopen voorop, met respectievelijk 8% en 4%. Volgens het ministerie van Landbouw telt België 440 bioboeren, die samen 11.740 hectaren bewerken. Dit betekent een stijging van 30% in vergelijking met 1997 (toen 317 groene landbouwers op een totaal van 6625 hectaren). Tegen 2005 zal dit aantal naar verwachting klimmen tot 2500 producenten (zie ook Trends 10 juni 1999). Met amper 0,17% hinkt Vlaanderen wel achterop. Nergens worden relatief gezien meer pesticiden gebruikt of zijn er meer mestoverschotten per hectare grond dan hier. Door de intensieve bedrijfsvoering zetten slechts weinig Vlaamse boeren de stap naar biologische landbouw. Daarom eist een 90-tal niet-gouvernementele organisaties (NGO's) een verlaging van de BTW- en RSZ-tarieven voor de ecoboeren. Ook pleiten zij voor een aangepaste opleiding. Voorlopig bestaat in Vlaanderen nog maar één specifieke beroepsschool voor biologische landbouwers: een samenwerking tussen de Gentse vzw Landwijzer en het Nederlandse Warmonderhof, de enige erkende én gesubsidieerde dagopleiding in Europa. Maar dat is niet voldoende. Voorlopig ontbreekt echter een integrale overheidsvisie of beleidsplan. Wel loopt België samen met Frankrijk voorop wat betreft de wetgeving over een biogarantielabel op dierlijk voedsel. 2. Stijgende omzetOp dit ogenblik wordt de Belgische markt van bioproducten op zo'n 2,5 miljard frank geraamd. Hoewel de kleinhandel stabiliseert, boeken volgens Naredi de verdelers van verse en droge voeding een vooruitgang van 10%. De kruiden maken zelfs een sprong van 20%.Momerency: "Sinds twee jaar beschikt ons land over een wetgeving waarin kruiden als voedingswaren worden erkend. Hierdoor zijn kruidenpreparaten geen louter voorrecht meer voor de apothekers, maar mogen reformwinkels ook homeopatische middelen verkopen. Deze stimulans hebben we nog aan onze ex-minister van Volksgezondheid - Marcel Colla - te danken (lacht)." Ook de distributiesector springt op de kar. Grote ketens - zoals Delhaize, GB en Colruyt - hebben door uitbreiding van hun gamma bioproducten en gerichte promoties een stevige duit in het zakje gedaan. Bij is 4% van de omzet in verse groenten biologisch. Voor individuele producten - zoals wortelen - loopt dit aandeel zelfs op tot 10%. De Britse groep Sainsbury - ná Tesco de nummer twee op het eiland - verkoopt al sinds 1984 een eco-assortiment, dat inmiddels meer dan 200 producten omvat. De groep sponsort ook de Britse vereniging voor biologische landbouw. Hetzelfde geldt voor de Franse marktleider Carrefour. Deze distributiegroep pleit voor een duurzame agrarische sector en steunt samen met drie banken een 30-tal ecoboerderijen door middel van een afnamegarantie tegen een vastgestelde prijs. 3. Het groenteabonnement.Uit Nederland is een nieuwe rage overgewaaid: de biologische groentemand. Wekelijks neemt de consument op een vaste locatie (vaak de wereldwinkel, reformzaak of kringloopcentrum) een gevarieerd pakket seizoensgroenten af. Zo weet de bioboer op voorhand hoeveel hij moet oogsten - waardoor niets verloren gaat - en krijgt de klant op geregelde tijdstippen verse, gezonde groenten tegen een goede prijs: 300 frank (twee personen) en 500 frank (gezin). Vaak zitten daar nog een nieuwsbrief en een aantal recepten bij. Momenteel maken al een 4000-tal Vlaamse gezinnen gebruik van deze dienstverlening. Vooral de ontdekking van nieuwe groenten, zoals pastinaak en warmoes, wordt erg op prijs gesteld. 4. ConcentratiebewegingHet gros van het aantal natuurvoedingswinkels en biologische verwerkers bestaat nog grotendeels uit eenmanszaken met alternatieve namen als Abinda, De Levende Aarde of Alter Eco. Maar ondanks de kleinschaligheid ontsnapt de ecosector toch niet aan de fusiegolf. Naast het samenwerkingsverband van Vlaamse bioshops - De Natuurwinkel - zijn twee jaar geleden de drie grootste Belgische distributeurs van biologische verswaren - Bio 2000 (Antwerpen), Bloemberg (Gent) en Eosta Belgium (Genk) - samengesmolten tot Biofresh Belgium in Sint-Katelijne-Waver. Ook heeft de Kampenhoutse veiling Brava een bloeiende bio-afdeling opgestart. 5. ProfessionaliseringVandaag telt België meer dan 600 natuurvoedingswinkels, een 200-tal biologische verwerkers en 440 ecoboeren. Het idealisme uit de beginjaren heeft plaats gemaakt voor een goed geoliede machine. Zo zijn haast alle uitbaters gediplomeerde herboristen. Velen hebben een diploma van het Centrum voor Middenstandsopleidingen (CMO) op zak. Daarnaast schuwen ze moderne bedrijfsvoerings- en marketingtechnieken niet. De Natuurwinkel beschikt over een maandelijks promotieblad, een top-30 van verlaagde prijzen en eigen huisstijlartikelen. En de nationale koepelorganisatie - BioForum - groepeert zowel beroepsverenigingen van biologische telers en verwerkers als de consumentenorganisaties en controle-organismen. 6. Milieu werktHet jongste succes van de biologische bedrijven zit in een brede maatschappelijke ontwikkeling: de groei van de groene sector. Milieu werkt, zoals Agalev pleegt te zeggen. Uit een recente studie van het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) blijkt dat milieubeleid en werkgelegenheid met elkaar verbonden zijn. In de Vlaamse ecomarkt zijn naar schatting 11.000 à 14.000 mensen actief. Dit aantal neemt gestaag toe. Iets meer dan de helft van de onderzochte bedrijven heeft het afgelopen jaar een groene job bijgecreëerd. Het gaat vooral om uitbreidingen. Maar niet minder dan 20% van de vacatures raakt moeilijk ingevuld. Vooral geschikte kandidaten met een lage scholingsgraad zijn schaars. Ook bestaat er een tekort aan werknemers met een technische vorming. Daarnaast wordt de sector gekenmerkt door een aanhoudende stijging van het opleidingsniveau. De overheid helpt wat door middel van vrijstellingen en specifieke tewerkstellingsprojecten. Zo hebben al 108 Vlaamse gemeenten een milieuconvenant ondertekend. Dit levert pakweg 1400 banen op.ERIC POMPEN