Het referendum over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie, dat premier David Cameron vóór het einde van 2017 beloofd heeft, wordt het belangrijkste discussiepunt tijdens de legislatuur 2015-2020. Sommige Tory's pleiten er weliswaar voor de stemming uit te stellen tot eind 2017, maar het is waarschijnlijker dat ze in 2016 plaatsvindt en wel om drie redenen.
...

Het referendum over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie, dat premier David Cameron vóór het einde van 2017 beloofd heeft, wordt het belangrijkste discussiepunt tijdens de legislatuur 2015-2020. Sommige Tory's pleiten er weliswaar voor de stemming uit te stellen tot eind 2017, maar het is waarschijnlijker dat ze in 2016 plaatsvindt en wel om drie redenen. Het zou beter zijn de hele kwestie van de baan te hebben voor het volgende congres van de Conservatieve Partij in oktober. 2017 is bovendien een bijzonder slecht jaar voor een referendum. Frankrijk en Duitsland houden allebei verkiezingen en zullen dus niet in de stemming zijn om Groot-Brittannië te helpen, en tijdens de tweede helft van 2017 neemt het Verenigd Koninkrijk het presidentschap van de EU waar. Geruime tijd werd aangenomen dat Cameron, na wat bescheiden toegevingen van zijn Europese partners, campagne zou voeren om in de Unie te blijven en ook makkelijk zou winnen. Maar dat lijkt nu optimistisch. De brexit-campagnevoerders beschikken over een pak geld en zijn goed georganiseerd. Er zijn nog twee ontwikkelingen die de twijfelaars tegen de EU gekeerd hebben. De eerste is dat de Britse economie het veel beter doet dan de eurozone. De tweede is de toenemende bezorgdheid over immigratie en vluchtelingen, iets wat in de Britse geesten gekoppeld is aan het vrije verkeer van personen, een kernelement in het EU-lidmaatschap. Dat betekent dat Cameron meer werk heeft dan hij verwachtte. Toch haalt hij zijn slag thuis, al was het maar door vooral de nadruk te leggen op de negatieve gevolgen van de brexit. De economische risico's zijn duidelijk: heel wat grote ondernemingen en buitenlandse investeerders hebben er al voor gewaarschuwd dat het kan leiden tot banenverlies en een verlegging van de buitenlandse directe investeringen. Het ligt evenmin voor de hand welke relatie het Verenigd Koninkrijk na een brexit zou onderhouden met de Europese Unie. Als het de toegang tot de gemeenschappelijke interne markt wil behouden, zoals Noorwegen of Zwitserland, dan moet het nog altijd gehoorzamen aan de reglementen van de EU en een zware bijdrage leveren aan de EU-begroting. Maar als het aan de regels wil ontsnappen en ophouden met zoveel geld bij te dragen, verliest het zijn bevoorrechte toegang tot de interne markt. En dan is er nog Schotland. Als Groot-Brittannië besluit de EU te verlaten, dan gaan de Schotse nationalisten prompt voor een tweede referendum over onafhankelijkheid, dat ze zeker zouden winnen. Een brexit zou dus het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk betekenen. Het wordt een moeilijke zaak voor iemand die zoveel tijd in aanvallen op de EU gestoken heeft. Cameron kan vier punten benadrukken. Ten eerste, dat het lidmaatschap niet alleen over de interne markt gaat, maar ook over de voordelen van een groot nieuw handelsakkoord met de Verenigde Staten, het Trans-Atlantische Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP). Voor een land dat de vrijhandel genegen is, zou het pervers zijn de EU te verlaten net op het moment dat TTIP eraan zit te komen. Ten tweede kan hij wijzen op de geopolitieke voordelen van samenwerking in Europa tegenover het agressieve Rusland. Hij kan ten derde benadrukken hoezeer de EU zich hervormd heeft onder Britse invloed: het is liberaler, meer pro vrijhandel en pro concurrentie dan vroeger. Het laatste argument dat Cameron kan aandragen, is dat een beslissing om de Europese Unie te verlaten onherroepelijk is. Als Groot-Brittannië uit de EU stapt en het leven daar buiten onaangenaam vindt, dan wordt het nooit opnieuw binnengelaten. Maar als het besluit te blijven, kan het nog altijd van gedacht veranderen over een decennium of twee. Speltheoretici -- en ook heel wat kiezers -- zouden dan tot het besluit komen dat de keuze om te blijven meer opties openhoudt voor de toekomst. De auteur is politiek redacteur van The Economist.John Peet