Philip Sagaert is een volbloed ondernemer. In 2012 verkocht hij zijn bedrijf in magazijninrichting, Storacon, aan een Franse groep, maar nog voor hij zijn handtekening had gezet, koesterde hij al nieuwe plannen. "Mijn schoonbroer runt een bedrijf in trekhaken en hij vertelde me geregeld over de logistieke en kwalitatieve problemen die hij had met de fietsendragers die hij verdeelde. Ik ben een wielertoerist, waardoor ik affiniteit had met het product en ik mogelijkheden zag voor verbetering. Ik deed eerst een markt- en haalbaarheidsstudie en in 2010 zat ik rond de tafel met de mensen van het Kortrijkse productontwikkelingsbureau Pilipili. We hielden altijd drie belangrijke thema's in het achterhoofd: gebruiksgemak, stabiliteit en design."
...

Philip Sagaert is een volbloed ondernemer. In 2012 verkocht hij zijn bedrijf in magazijninrichting, Storacon, aan een Franse groep, maar nog voor hij zijn handtekening had gezet, koesterde hij al nieuwe plannen. "Mijn schoonbroer runt een bedrijf in trekhaken en hij vertelde me geregeld over de logistieke en kwalitatieve problemen die hij had met de fietsendragers die hij verdeelde. Ik ben een wielertoerist, waardoor ik affiniteit had met het product en ik mogelijkheden zag voor verbetering. Ik deed eerst een markt- en haalbaarheidsstudie en in 2010 zat ik rond de tafel met de mensen van het Kortrijkse productontwikkelingsbureau Pilipili. We hielden altijd drie belangrijke thema's in het achterhoofd: gebruiksgemak, stabiliteit en design." De ontwikkeling van de nieuwe fietsendrager duurde zowat drie jaar. "Een fietsendrager lijkt op het eerste gezicht een eenvoudig product, maar schijn bedriegt. Onder andere de combinatie van vier basismaterialen zorgt ervoor dat het productieproces vrij complex is. Bovendien moet een fietsendrager ook een homologatie krijgen vooraleer hij op de markt mag komen. Wij trokken daarvoor naar de Nederlandse Rijksdienst voor Wegverkeer, een toonaangevende organisatie in Europa. De productie van onze fietsendragers gebeurt in het Verre Oosten", zegt Sagaert. Zodra het product klaar was, moest er nog een goed klinkende naam gevonden worden. Philip Sagaert voerde het woord 'fiets' in een vertaalprogramma in en kwam uit bij het Zweedse 'cykel' waar hij finaal nog de letter 'l' aan toevoegde. Alle domeinnamen voor Cykell bleken nog vrij te zijn. Met de naamkeuze gaf de West-Vlaming al dan niet met opzet een knipoog naar Thule, de wereldmarktleider in fietsendragers, die zijn hoofdkwartier heeft in Zweden. Uit zijn marktstudie had Sagaert geleerd dat er verschillende verkoopkanalen waren om zijn fietsendragers tot bij de eindconsument te krijgen: de grootdistributie, het internet en de gespecialiseerde vakhandel. Als kleinschalige nieuwkomer was het natuurlijk onmogelijk die allemaal te bespelen. "We kozen voor de gespecialiseerde vakhandel omdat die mensen het best geplaatst zijn om ons product met kennis van zaken aan te prijzen en te demonstreren. Voor ons product betekende dat de fietsvakhandel, maar ook de groothandel in auto-onderdelen", legt Philip Sagaert uit. Het bedrijf zit nog in de opstartfase en is door de opstartkosten en extra investeringen nog niet winstgevend. Om naambekendheid te krijgen, nam Cykell in 2013 voor het eerst deel aan Velofollies. "Op dat moment hadden we nog geen eindproduct of verdelers, maar we konden toch rekenen op heel wat interesse van het grote publiek. De beurs leverde ons bovendien een pak interessante contacten op", blikt Sagaert terug. De volgende drie maanden ging hij op pad om een selectie van de 1300 Belgische fietswinkels te bezoeken. Intussen is Sagaert erin geslaagd om in eigen land een stabiel netwerk van 125 Cykell-verdelers uit te bouwen. Ook in Nederland hanteerde hij die techniek. Door zijn deelname aan de beurs Bike MOTION Benelux in Utrecht, leerde hij de Nederlandse markt kennen. Die is toch anders dan de Belgische. "De gemiddelde Nederlandse fietsenwinkel is een pak groter dan de Belgische. In Nederland is de fiets in de eerste plaats een vervoersmiddel, terwijl hij in ons land vooral geassocieerd wordt met vrije tijd. Ten slotte staan onze noorderburen een pak verder in e-commerce. Zowat elke winkel heeft daar een webshop", stelt Philip Sagaert vast. In het begin liep het wat stroef om de Nederlanders te overtuigen, maar door een zelfstandige vertegenwoordiger aan te trekken, ging het plots beter. Inmiddels zijn de Cykell-producten verkrijgbaar in 152 Nederlandse winkels. Maar de ambitie reikt veel verder. "Binnen vier jaar willen we aanwezig zijn in heel Europa", zegt Sagaert vastberaden. Geografische expansie staat dus helemaal boven aan zijn todolijstje. In tegenstelling tot de thuismarkt is het natuurlijk niet overal mogelijk de winkels rechtstreeks te beleveren en daarom gaat het bedrijf in elk land op zoek naar een distributeur die de lokale fietswinkels en groothandels in auto-onderdelen bezoekt. Cykell is actief in negen landen: het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Italië, Slowakije, Polen, Slovenië, Tsjechië en Spanje. "Het potentieel van elk land hangt vooral af van de fietsinfrastructuur. In Spanje wordt de fietser nauwelijks getolereerd op de weg en er zijn ook nauwelijks fietspaden. De verwachtingen zijn daar bijvoorbeeld niet zo hooggespannen." Dirk Van Thuyne, fotografie Thomas De Boever"In Nederland is de fiets in de eerste plaats een vervoersmiddel, terwijl hij in ons land vooral geassocieerd wordt met vrije tijd"