Consultant PricewaterhouseCoopers (PwC) peilde bij 224 familiebedrijven naar hun structuren, problemen en bezorgdheden. Daaruit blijkt dat ze - naast traditionele hoofdbrekens - nogal wat energie steken in het voorbereiden van de opvolging en het afwimpelen van overnamevoorstellen.
...

Consultant PricewaterhouseCoopers (PwC) peilde bij 224 familiebedrijven naar hun structuren, problemen en bezorgdheden. Daaruit blijkt dat ze - naast traditionele hoofdbrekens - nogal wat energie steken in het voorbereiden van de opvolging en het afwimpelen van overnamevoorstellen. Kostenbeheersing en cashflow zijn de grootste uitdagingen voor familiebedrijven op financieel vlak. Voor meer dan 60 % zijn dat de hoofdbrekens van de bedrijfsleiders. Het uitwerken van een bedrijfsstrategie en het vinden van bekwaam personeel is de grootste uitdaging om de groei te garanderen. 61 % van de bedrijven zegt eenmaal per jaar een strategisch ontwikkelingsplan op te stellen of te herzien. 20 % van de familiebedrijven zegt zich daar geen zorgen over te maken. Concurrentie is zowel op korte als op lange termijn de grootste bekommernis van de familiebedrijven. Lagelonenlanden (zoals China) zijn daar niet vreemd aan, maar ook het zwartwerk in eigen land boezemt vele Belgische familiebedrijven angst in. Familiebedrijven wijzen daar met beschuldigende vinger naar de hoge loonlasten. Gekwalificeerd en gemotiveerd personeel vinden, is op korte termijn het grootste pijnpunt voor familiebedrijven. Het familiale karakter willen de meeste bedrijven behouden, ook al dienen zich vele opportuniteiten aan. 57 % van de gecontacteerde bedrijven beweert al eens benaderd te zijn geweest om zijn bedrijf te verkopen. 64 % verwacht noch op korte, noch op lange termijn een verandering in het aandeelhouderschap. 41 % overweegt wel om een niet-familiale manager aan te trekken. Familiebedrijven maken blijkbaar goed het onderscheid tussen wie het bedrijf bezit en wie het bedrijf leidt. Management en aandeelhouders zijn twee verschillende actoren en dus moet ook die opvolging verschillend geregeld worden. 27 % heeft de opvolging al geregeld, waaruit blijkt dat die voor 83 % binnenshuis is gevonden. Grootste bron van spanningen in het familiebedrijf zijn de discussies over de strategie. Ook de rol van aangetrouwde familieleden of de bezoldiging van actieve familieleden vormen voer voor discussies. Net zoals de beslissingen om wie wel en wie niet welkom is in het bedrijf. Een familieraad en familiecharter kunnen veel van die wrevel opvangen, al heeft slechts respectievelijk 24 % en 14 % van de ondervraagde bedrijven die hebben ingericht of opgesteld. En hoe verloopt de opvolging? Ook fiscale motieven spelen mee op dat vlak. 82 % zegt bij zijn opvolging rekening te hebben gehouden met de fiscale optimalisatie. Schenking van aandelen met de warme hand is nu eenmaal fiscaal interessanter. Zo'n 30 % van de opvolgingen valt wel als een complete verrassing uit de lucht. U bereidt zich dus maar beter tijdig voor.