Door de zoektocht naar kwaliteit is het niet verrassend dat talloze veilingrecords sneuvelden. Jongen met pijp uit de roze periode van Picasso werd dit jaar het duurste schilderij dat ooit werd verkocht : meer dan 104 miljoen USD. Walter Lanssens, voorzitter van het beursgenoteerde Luxemburgse aandeel Artemis Fine Arts, stelt dat men zich niet mag laten verblinden door die topprijzen. Deze toppers krijgen weliswaar veel aandacht van de media, maar het middensegment van de markt blijft duidelijk achter.
...

Door de zoektocht naar kwaliteit is het niet verrassend dat talloze veilingrecords sneuvelden. Jongen met pijp uit de roze periode van Picasso werd dit jaar het duurste schilderij dat ooit werd verkocht : meer dan 104 miljoen USD. Walter Lanssens, voorzitter van het beursgenoteerde Luxemburgse aandeel Artemis Fine Arts, stelt dat men zich niet mag laten verblinden door die topprijzen. Deze toppers krijgen weliswaar veel aandacht van de media, maar het middensegment van de markt blijft duidelijk achter. De logica achter de topprijzen is dat de topwerken van bepaalde 19de en 20ste-eeuwse kunstenaars zo schaars zijn dat sommige verzamelaars denken dat dit hun laatste kans is. Daardoor worden de verhoudingen natuurlijk scheefgetrokken. Dat ontlokt bij Lanssens de bedenking dat wanneer de lucht ijl wordt, het moeilijk is om hoge prijzen te behouden. Volgens hem schaadt een tekort aan liquiditeit de kunstmarkt, met dalende prijzen als gevolg. Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Liban Pollet van Daroun Gallery is tevreden over 2004 en hij ziet verschillende redenen voor de betere houding van de antiekmarkt. Enerzijds zijn de beurzen gestegen en anderzijds brengen spaartegoeden bijzonder weinig op. Daardoor diversifiëren de verzamelaars een stukje van hun beleggingen naar kunst. Volgens Olivier Geurts van Amberes verliepen de eerste maanden van dit jaar zwakker dan verwacht. Vanaf september trokken de verkopen weer aan en was het veel beter dan 2003. Internationaal heerst een grote belangstelling voor uitzonderlijke stukken. Antiek zilverwerk uit de 18de eeuw doet het zeer goed, net zoals oude schilderijen en miniaturen. Onlangs verkocht Amberes een miniatuur getekend Isaac Brunn voor 14.000 EUR. Delfts aardewerk realiseert hoge prijzen en dat geldt ook voor Chinees porselein uit Khang Hé-en Ming-periode. Daarentegen zijn de prijzen voor Kien Long wat afgebrokkeld. Ook beeldhouwwerken verkopen goed. In het algemeen geldt dat alles wat groot is, veel geld opbrengt. Ook interieurmagazines hebben een invloed op de markt. Deze zetten sobere decors in de verf waarin nauwelijks tapijten voorkomen, wat de zwakke vraag naar klassieke tapijten verklaart. Ook eikenhouten meubelen liggen moeilijk in de markt. Daarentegen doen kleine meubelen het erg goed en dat geldt ook voor Engelse meubelen, zelfs in eikenhout of notelaar. Oude grafiek presteert uitstekend, terwijl ook moderne grafiek goede prijzen behaalt. Tin noteert veel te laag. Guy Campo van Campo & Campo kijkt met gemengde gevoelens op 2004 terug, vooral omdat kwalitatief weinig toppers op de markt kwamen. De verzamelaars lossen hun stukken niet en dat geldt voor zowel klassiek als modern. Wel merkt hij dat zowel collectioneurs als handelaars de veilingzalen afschuimen. Wanneer er iets waardevols te rapen valt, realiseert dit dan ook een hoge prijs. Als voorbeeld geeft Guy Campo een werkje van Spohler dat in de catalogus stond als 'toegeschreven aan'. Uiteindelijk werd dit afgehamerd op 13.000 EUR, wat bewijst dat het een echte Spohler was. Dat was de kenners uiteraard niet ontgaan. Overigens blijft het interessant om op een veiling te kopen. Zo verkocht Campo & Campo enkele werken van Jean Rustin rond 4000 EUR (kosten inbegrepen), terwijl die in een galerij het dubbele kosten. Meubelen, behalve de topstukken, beleven harde tijden. Op twee jaar tijd is het prijspeil met zowat 30 % gedaald. Een reden is dat nieuwe huizen veel vensters hebben, waardoor het moeilijk wordt om grote meubelen te plaatsen. In het algemeen is het prijspeil van middelmatige stukken aanzienlijk gedaald. Werken van kleinere meesters die vroeger 200 tot 500 EUR opbrachten, worden nu voor soms 50 EUR afgehamerd. Uiteraard schept dat ook kansen voor alerte liefhebbers. Volgens Peter Bernaerts trok het gelijknamige Antwerpse veilinghuis de lijn van de afgelopen vijf jaar door. Hij is zeer tevreden over de recente veiling Antwerpen onder de hamer waarvan de resultaten de verwachtingen overtroffen. De uitschieter was een klein landschap van Marten van Valkenborgh dat op 155.000 EUR werd afgehamerd en werd gekocht door een handelaar. De veilingzaal kreeg zowat 20 à 25 % meer bezoekers over de vloer tijdens de tentoonstellingsdagen en ook de verkoop van catalogi gaat in stijgende lijn. Bijzonder goed doet de hedendaagse kunst het met Panamerenko op kop. De honger van de liefhebbers blijft groter dan het aanbod, met stijgende prijzen als gevolg. Ook een kunstenaar als Albert Szukalski, die slechts tamelijk regionaal bekend is, presteerde behoorlijk. De 44.000 EUR voor De wenende paarden (1975) van Jan Cox was eveneens een opsteker. Een ander terrein waar Peter Bernaerts vooruitgang merkt, is dat van de oude tekeningen (16de en 17de eeuw). Alleen de Amerikaanse kopers laten het afweten, wat vooral gevolgen heeft voor de traditionele meubelen. Deze zijn bijna onverkoopbaar geworden. De kopers zijn kritischer geworden. De Brusselse antiquair Jan De Maere wijst op de inhoudelijke verandering van het beroep van antiquair. De zogenoemde generalisten krijgen het steeds moeilijker omdat gespecialiseerde kennis zo belangrijk is geworden op de antiekmarkt. Ook de samenwerking tussen de kunsthandel en de museumwereld gaat in stijgende lijn. Het is vandaag bijna onmogelijk om antiquair te zijn zonder wetenschappelijke publicaties te raadplegen, zonder te weten wat de kunstgeschiedenis zegt en wat de museumwereld denkt. Anderzijds gaan de conservatoren op hun beurt regelmatig bij antiquairs te rade. Verder stelt De Maere vast dat de kunsthandel de afgelopen twintig jaar mondiaal is geworden. Men kan niet meer spreken van een Belgische of een Nederlandse kunsthandel. Voor alle gespecialiseerde gebieden bestaat een wereldhandel. Ook de informatie wordt wereldwijd verspreid en benut. Je hoeft geen Belg of Nederlander meer te zijn om specialist te zijn in de Vlaamse en Hollandse kunst van de 17de eeuw. Zo is een van de beste experts van de Franse tekenkunst van de 18de eeuw de zwarte Amerikaan Alvin Clarck. ETIENNE LANGERWERF[ 2005 ]De kunsthandel is de afgelopen twintig jaar mondiaal geworden, men kan niet meer spreken van een Belgische of een Nederlandse kunsthandel. [ 2005 ] De logica achter de topprijzen is dat de topwerken van bepaalde 19de en 20ste-eeuwse kunstenaars zo schaars zijn dat sommige verzamelaars denken dat dit hun laatste kans is. Daardoor worden de verhoudingen natuurlijk scheef- getrokken.