"Ondanks de gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid gaan bekende handelaren en 'grote ondernemingen', zoals Groupe Malta Forrest, door met de exploitatie van uraniumrijke mineralen. Ze gaan tewerk via tussenschakels of 'handelaars' om zo onopgemerkt te blijven, maar uiteindelijk kopen zij aan het eind van de ketting de ruwe mineralen op."
...

"Ondanks de gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid gaan bekende handelaren en 'grote ondernemingen', zoals Groupe Malta Forrest, door met de exploitatie van uraniumrijke mineralen. Ze gaan tewerk via tussenschakels of 'handelaars' om zo onopgemerkt te blijven, maar uiteindelijk kopen zij aan het eind van de ketting de ruwe mineralen op." Dit citaat komt uit een nieuw rapport van de Congolese mensenrechtenorganisatie Asadho. Marina Narnor, Congo-verantwoordelijke van de Westminster Fundation for Democracy, bevestigt aan Trends dat deze afdeling van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken Asadho financiert. Op basis van terreinonderzoek tussen oktober 2002 en begin november 2003 legt Asadho een netwerk bloot van gravers, opkopers, transporteurs en verwerkers van kobalthoudende mineralen (heterogeniet) uit restanten van de gesloten uraniumrijke mijn van Shinkolobwe in Katanga. Asadho noemt de namen van Congolese, Griekse, Libanese, Indiase en Belgische betrokkenen. Als Belgisch wordt "een zekere Tadjedin, die in België zou verblijven" genoemd, en uitdrukkelijk EGMF of Entreprise Groupe Malta Forrest, "toebehorend aan George Forrest, de Belgische zakenman en ereconsul van Frankrijk." VLD'er Pierre Chevalier is vice-voorzitter van Forrest-groep. Het rapport zegt letterlijk: "In het eerste trimester van 2003 heeft Forrest mineralen van Shinkolobwe verwerkt in de STL-fabriek gelegen naast het ziekenhuis" ( nvdr - STL is de kobaltslagsmelter waarin Forrest 25 %, het Amerikaanse OMGroup 55 % en het staatsmijnbedrijf Gécamines 20 % bezit.) In het eindrapport van de Verenigde Naties over plundering van bodemrijkdommen in Congo wordt het dossier-Forrest voor opvolging doorverwezen naar de Belgische overheden. Asadho motiveert de publicatie als volgt: "Na de eindconclusies van het VN-panel is er op het terrein niets veranderd (...); het gebeurt allemaal met medeweten van de Congolese politieke elite (...). Om te overleven zullen nog meer mensen zich in deze uitbuitingscircuits storten, nu de Wereldbank 10.000 werknemers van Gécamines ontslaat." Netwerken die overigens legaal zijn, preciseert Asadho, aangezien daartoe een organisme werd opgericht: Emak of association des Exploitants Miniers Artisanaux du Katanga. Alleen lapt Emak volgens Asadho alle exploitatievoorwaarden, zoals voorgeschreven in de nieuwe mijncode, aan zijn laars. Het graafwerk gebeurt met de blote handen en er vallen soms doden bij instortingen. Asadho herinnert eraan dat de Belgische overheid weet wat er in en rond Shinkolobwe gebeurt, want Eddy Boutmans ( Groen!), staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking in de regering Verhofstadt I, meldde in maart 2003 dat hij het Studiecentrum voor Kernenergie ( SCK) uit Mol en de Nationale Instelling voor RadioactiefAfval en Verrijkte Splijtstoffen ( Niras) opdracht gaf om onderzoek te doen naar radioactiviteit in Katanga. E.B.