De christelijke zorgverstrekker Familiehulp bestaat zestig jaar. Proficiat aan alle werknemers. En geloof het of niet, maar dat zijn er bijna 12.000. Familiehulp flirt daarmee met de top tien van grootste werkgevers in het land, terwijl het alleen in Vlaanderen en Brussel actief is. Nemen we er de socialistische, liberale en onafhankelijke spelers bij, dan spreken we al snel over tienduizenden verzorgers en dienstverleners die tegen een zo democratisch mogelijke prijs vrijwel elke denkbare vorm van hulp aanbieden in Nederlandstalig België. Steeds meer mensen maken dankbaar gebruik van dat rijke aanbod, in die mate zelfs dat zoals bij Fa...

De christelijke zorgverstrekker Familiehulp bestaat zestig jaar. Proficiat aan alle werknemers. En geloof het of niet, maar dat zijn er bijna 12.000. Familiehulp flirt daarmee met de top tien van grootste werkgevers in het land, terwijl het alleen in Vlaanderen en Brussel actief is. Nemen we er de socialistische, liberale en onafhankelijke spelers bij, dan spreken we al snel over tienduizenden verzorgers en dienstverleners die tegen een zo democratisch mogelijke prijs vrijwel elke denkbare vorm van hulp aanbieden in Nederlandstalig België. Steeds meer mensen maken dankbaar gebruik van dat rijke aanbod, in die mate zelfs dat zoals bij Familiehulp vorig jaar ruim een kwart van de aanvragen moest worden geweigerd. Het gevaar bestaat echter dat the sky the limit is geworden. Het dienstenaanbod van de zorgverlenende organisaties groeit nog altijd zienderogen. Je kunt het als gezin bijna zo gek niet bedenken of er wordt een oplossing voor aangeboden. Naast opvang van zieke kinderen, klusjeshulp of vervoer zijn er ook kinderdagverblijven of energie-scans en overweegt Familiehulp, naar analogie met de sectorgenoten, om de markt van de thuisverpleging op te stappen. Met als gevolg dat het onvermijdelijk in het vaarwater komt van zusterorganisatie Wit-Gele Kruis, maar goed. Thuiszorg is dus zonder meer big business geworden, en dat terwijl het tot pakweg tien jaar geleden nog door de overheid flink werd genegeerd. Daardoor konden organisaties als Familiehulp lang ongestoord maar verbeten in de schaduw opereren. Familiehulp en zijn sectorgeno-ten beschouwen zichzelf zonder schroom als volbloed bedrijven, die ze ook als echte ondernemingen willen runnen. Het heeft er onder meer toe geleid dat zij de markt van de dienstencheques zijn ingestapt onder het motto if you can't beat them, join them. Hoewel je je natuurlijk mag afvragen of dienstencheques een activiteit is die past bij zorgverleningsorganisaties. Intussen wordt al te gemakkelijk voorbij gegaan aan het feit dat een organisatie als Familiehulp driekwart van zijn inkomsten haalt uit Vlaamse overheidssubsidies. We spreken over honderden miljoenen euro's per jaar. De vraag moet dus worden gesteld tot op welke hoogte de overheid zo'n klaarblijkelijke wildgroei aan diensten bij zo'n zelfverklaarde bedrijven verder moet subsidiëren. Vooral omdat we volop zijn aanbeland in het debat over de betaalbaarheid van de sociale zekerheid. De roep om een strikte controle van de uitgaven zal terecht alleen maar luider klinken. En ook de zorgverleningsorganisaties moeten zich onder de loep durven laten leggen om te zien of ze niet te veel hooi op de vork nemen. Ook over de tarieven van de zorgorganisaties is niet het laatste woord nog lang gezegd. Het siert Familiehulp dat het zelf pleit voor meer transparantie en duidelijkheid in de berekening van die tarieven. Gelukkig treft het dat de nieuwe minister van Welzijn, Jo Vandeurzen (CD&V), nog bestuurder is geweest bij Familiehulp. Het ideale moment dus om klare wijn te schenken. Do-it"Zo mooi, zo groot en zo onbekend", blz. 56 Door Bert LauwersFamiliehulp en zijn sectorgenoten beschouwen zichzelf zonder schroom als volbloed bedrijven, die ze ook als echte ondernemingen willen runnen.