André Thibeault, professor Finance and Risk Management aan Vlerick Leuven Gent Management School, heeft het eerste deel van een groot onderzoek naar de financiële sector in België klaar. Hij analyseerde hoe de Belgische banken in de periode 2001-2010 presteerden. Een tweede onderzoeksfase moet die scorecard kwalitatief vertalen in kritieke succesfactoren.
...

André Thibeault, professor Finance and Risk Management aan Vlerick Leuven Gent Management School, heeft het eerste deel van een groot onderzoek naar de financiële sector in België klaar. Hij analyseerde hoe de Belgische banken in de periode 2001-2010 presteerden. Een tweede onderzoeksfase moet die scorecard kwalitatief vertalen in kritieke succesfactoren. Thibeault stelt vast dat de bankensector in België in die tien jaar relatief stabiel een kleine 6 procent van de Belgische economie vertegenwoordigde. Enkel in het crisisjaar 2008 zakte de sector onder 5 procent, maar in 2010 zat hij al weer aan 6 procent. De werkgelegenheid daalt sinds 2001 wel. 5 procent van de Belgische werknemers werkt in de financiële sector, terwijl dat tien jaar geleden nog 6 procent was. Het gemiddelde salaris in de financiële sector steeg dan weer: van 58.000 euro in 2001 naar 70.000 euro in 2008. Sindsdien is er een stagnatie. België is dankzij de hoge spaarquote van zijn burgers een interessante markt voor banken, beklemtoont Thibeault. In de periode 2001-2010 schommelde de spaarquote steevast tussen 15 en 20 procent. Daarmee zit België aan de top in Europa. Enkel Duitsland deed in sommige jaren beter. Dat heeft buitenlandse spelers aangetrokken. Zij controleren de helft van de activa aangehouden door financiële instellingen in België, constateert Thibeault. Uit zijn onderzoek blijkt vooral dat de kleine banken in de jongste tien jaar het best gepresteerd hebben: "We stelden een negatieve correlatie vast tussen het nettorenteresultaat in verhouding tot het balanstotaal en de grootte van een bank." In mensentaal: hoe groter de bank, hoe lager de rentemarge (gemiddeld iets meer dan 1 %). Hoe kleiner de bank, hoe hoger de rentemarge (circa 2 %). In het segment kleine banken - met een balanstotaal tot 7 miljard euro - zitten ook een belangrijk aantal private banks of vermogensbeheerders. Dankzij hun hoge fee- en commissie-inkomsten trekken zij het gemiddelde operationele resultaat omhoog. "Maar dat doet niets af aan de vaststelling dat de kleine banken een operationele marge (operationeel resultaat op balanstotaal) van gemiddeld 3 procent halen, terwijl die van de grootbanken rond 1,5 procent schommelt", zegt Thibeault. De Vlerick-professor wijst erop dat vooral de vier grootbanken (Fortis, KBC, Dexia en ING) slecht presteerden. "Ze namen grote risico's zonder in verhouding tot de groei van hun activa grote operationele winst te boeken." Fortis bengelt onderaan, KBC en Dexia doen het iets beter. Alleen ING België bleef het relatief goed doen. "Van de grootbanken zetten KBC en ING België de beste operationele resultaten neer", zegt Thibeault. "ING bleek de enige grootbank die ook in 2008-2010 een positief resultaat uit financiële transacties bleef puren. Die bank geeft blijk van een goed risicoprofiel en lage volatiliteit op haar tradingactiviteit." Aan de kostenzijde blijkt dat alle banken hun operationele kosten verminderd hebben. Opvallend is dat die kosten het hoogst zijn bij de kleine banken, maar dat komt vooral op rekening van de private banks. De middelgrote banken zijn met een kostenmarge van iets meer dan 0,5 procent de beste leerlingen van de klas. Als de performantie van de banken uitgedrukt wordt in termen van return on equity, staan de grootbanken bovenaan. "Maar dat danken ze niet aan hun goede operationele rendabiliteit ( return on assets), maar aan hun hogere risicobereidheid", concludeert Thibeault. "Zowel de grote als de middelgrote banken bouwden een significant hogere schuldenlast op dan de kleine." Met andere woorden: de grootbanken pompten hun resultaten op, niet door operationeel beter te presteren, maar uitsluitend en alleen door meer schulden aan te gaan. Thibeault zette ook de return on equity van alle onderzochte banken af tegen hun risicobereidheid (de volatiliteit van hun beleggings- en kredietportefeuille en de mate waarin ze schuldenbeladen zijn). Dat levert een leuk lijstje op van de banken met de beste verhouding return/risico. Bovenaan staan Bank Delen en Europabank. Ook Argenta, Bank van Breda, Société Générale Private Banking en Bank Degroof scoren goed. Van de grootbanken haalt enkel ING een behoorlijke score. Onderaan in de lijst staat, niet verwonderlijk, Fortis Bank. De bank was fors geleveraged en doordat de financiële crisis zowat alle waarde wegvaagde is de return negatief. Enkel Banca Monte Paschi Belgio en Ethias Bank halen eveneens een negatieve return en scoren zelfs nog slechter dan Fortis. En de toekomst? Dat onderzocht Freddy Van den Spiegel, economisch adviseur van BNP Paribas Fortis en gastprofessor van het Vlerick Centre for Financial Services. Volgens hem verteren de Belgische banken nu de nasleep van de crisis. Ze hebben nood aan een nieuwe, duurzame bedrijfsvoering, maar dat is heel moeilijk omdat het financieel systeem nog kwetsbaar is en omdat nog over te veel elementen onzekerheid heerst. En onzekerheid werkt verlammend. Het beeld dat hij schetst is niet echt om blij van te worden. Zo is de kapitaalbasis van de banken fors verzwakt. "Men heeft innovatieve, hybride instrumenten ontwikkeld die onder de Basel II-regelgeving meetelden als kapitaal, maar in werkelijkheid is de reële kapitaalbasis van de banken gedaald van 8 naar 2 procent", verklaart Van den Spiegel. Terwijl het antwoord op de crisis net meer kapitaal is. "De Basel III-regels willen het banksysteem minder risicovol en crisissen beter beheersbaar maken. Daarvoor wordt de kapitaalbuffer ingezet", stelt hij vast. "Die moet omhoog om kredietrisico's in te dekken en faillissementen te voorkomen." De Basel III-regels mikken dus vooral op een sterkere balansstructuur (meer eigen vermogen). Het kapitaal van de banken moet hoog genoeg zijn om verliezen op de krediet- of de effectenportefeuille op te vangen. "Maar ook niet te hoog, anders zouden de banken wel eens de kredietkraan dicht kunnen draaien en dreigt de economie in een zware recessie te vallen", waarschuwt Van den Spiegel. Basel III zal in elk geval zorgen voor een drastische omwenteling. De nieuwe regels zullen leiden tot interne hervormingen en een inkrimping van de kostenstructuur. De meeste businessmodellen zijn door de crisis onaanvaardbaar geworden. Banken moeten zichzelf heruitvinden. Veel instellingen grijpen terug naar hun traditionele rol: de transformatie van spaargeld in kredieten voor lokale particulieren en ondernemers. Dat kan leiden tot een grotere consolidatie of tot meer diversiteit. Om daarop een antwoord te geven, is er nog te veel onduidelijkheid, meent Van den Spiegel. Hij verwijst onder meer naar de plannen in de VS en het VK om de zakenbanken te scheiden van de retailbanken. "Het probleem is dat zowat elke regio plannen en ideeën heeft, maar dat er geen globale coördinatie bestaat. In de EU is het nog erger, daar nemen lidstaten geïsoleerde initiatieven, terwijl tegelijk werkgroepen opgericht worden om structurele ingrepen op het niveau van de hele Unie voor te bereiden. Er dreigt een tsunami van nieuwe regels, die een goed functionerend banksysteem en dus ook de groei van de economie bedreigen." "Op dit moment weten de meeste banken gewoon niet waar ze aan toe zijn", besluit Van den Spiegel. "Dat maakt het moeilijk strategische beslissingen te nemen. Bovendien blijft de macro-economische omgeving zeer onrustig. Dat voorspelt niets goeds voor de overgang die banken moeten maken, om zich aan te passen aan de nieuwe regels en te evolueren naar duurzamere businessmodellen. Het belooft een geaccidenteerd parcours te worden." Maar dat het in de toekomst veel minder zal zijn, staat als een paal boven water. Banken moeten leren leven met een lagere return on equity (8 tot 10 %?), met beperkte groeicijfers (4 % per jaar?) en met een lagere dividenduitkering (de klemtoon zal liggen op het versterken van het kapitaal via winstreservering). Dat lijkt geen leuk vooruitzicht voor de aandeelhouders. Welke investeerder wil zijn centen nu in zo'n onaantrekkelijke branche steken? Lees Nooit meer Dexia, blz. 18 opinie PATRICK CLAERHOUT, FOTOGRAFIE JONAS HAMERS / IGDe grootbanken pompten hun resultaten op, niet door operationeel beter te presteren, maar uitsluitend en alleen door meer schulden aan te gaan.