Volvo heeft zijn grootste berline opgefrist. Jawel, de S80. Verwacht dus geen radicaal nieuw model, maar gewoon een verbeterde versie. Dat is inderdaad het meest gebruikelijke predicaat voor zogenaamde facelifts.
...

Volvo heeft zijn grootste berline opgefrist. Jawel, de S80. Verwacht dus geen radicaal nieuw model, maar gewoon een verbeterde versie. Dat is inderdaad het meest gebruikelijke predicaat voor zogenaamde facelifts. En toch is de Zweedse constructeur bij wat in de autowereld een klassieke vingeroefening is, niet over een nacht ijs gegaan. Voor de ingenieurs en designers aan het werk gingen, werd een brede database aangeboord, vol eigenaars van wat nu de vorige versie is. Om eens op een rijtje te zetten wat ze goed, belangrijk en minder geslaagd aan de auto vinden. En wat nodig is om ook de volgende keer een S80 te kopen. Bleken daar vier dingen boven te drijven. De algemene vormgeving moest eleganter en uitbundiger, zeg maar minder serieus. Het interieur moest meer exclusiviteit ademen, de keuze uit het aantal motoren moest groter, en er was ook nood aan meer keuze voor de afstelling van het onderstel. U voelt het al: hierboven staan de vier aandachtspunten die de Zweden vetjes onderstreepten toen ze aan de slag gingen. En tijdens een eerste test met de vernieuwde S80 konden we vaststellen dat ze inderdaad op alle vier de terreinen progressie hebben gemaakt. De S80 oogt leniger dan zijn voorganger, en het interieur verraadt niet alleen luxe maar ook meer kwaliteit dan ooit. Voor de ophanging is het voortaan kiezen uit twee versies: comfort of sport. Inderdaad, het een of het ander. Nogal wat telgen van de gespecialiseerde pers die dat hekelden omdat premiummerken als Mercedes of Audi een knopje in de auto stoppen waarmee de bestuurder de afstelling kiest. Maar zelf vonden we de Zweedse permanente oplossing prima en vooral logisch: 90 procent van de bestuurders, als het niet meer is, vergeet dat knopje al na een week en laat het onderstel altijd in dezelfde stand staan. Wat niet wegneemt dat we de sportieve versie zouden aanraden, want die ligt toch wat beter in het snellere bochtenwerk en levert geen merkbaar comfort in. In het vooronder proefden we van de nieuwe D5 turbodiesel: een vijfcilinder van 2,4 liter die ruim voldoende krachtig genoeg uit de hoek kwam en ook best zuinig bleek. Later moet een voor de fleet zeer interessante 1.6 turbodiesel volgen. Prijzen voor de vernieuwde S80 zijn er nog niet, maar Volvo belooft dat de prijs voor een vergelijkbaar uitgeruste versie niet zal stijgen in vergelijking met de vorige. (T) Jo Bossuyt