Hoeveel percent van het bruto binnenlands product spendeerden de Belgische overheden aan het aankopen van goederen en diensten? Aan lonen voor het eigen personeel? En wat is het belang van directe belastingen aan de kant van de inkomsten? De grafiek geeft een antwoord op deze vragen op drie momenten: 1982, 1999 en 2008. In 1982 bereikte de budgettaire ontsporing een hoogtepunt (of beter een dieptepunt). Met de devaluatie van de Belgische frank werd toen het roer omgegooid. In 1999 werd weer aangeknoopt met ee...

Hoeveel percent van het bruto binnenlands product spendeerden de Belgische overheden aan het aankopen van goederen en diensten? Aan lonen voor het eigen personeel? En wat is het belang van directe belastingen aan de kant van de inkomsten? De grafiek geeft een antwoord op deze vragen op drie momenten: 1982, 1999 en 2008. In 1982 bereikte de budgettaire ontsporing een hoogtepunt (of beter een dieptepunt). Met de devaluatie van de Belgische frank werd toen het roer omgegooid. In 1999 werd weer aangeknoopt met een evenwicht op de begroting. Na een lange periode van besparingen. Uit de grafiek komen een aantal keuzes naar voren. Zo werden de budgetten voor overheidspersoneel, subsidies en sociale uitkeringen afgebouwd. Volgens de theorie van de niet-keynesiaanse effecten een verstandige keuze. Minder verstandig is de halvering van het budget voor investeringen en het optrekken van de fiscale en parafiscale lasten. De 'gemakkelijke' weg op korte termijn, met negatieve gevolgen op de langere termijn. Als we tot slot de situatie in 2008 bekijken, dan merken we dat de meeste hervormingen teruggedraaid zijn: het budget voor lonen stijgt opnieuw, de sociale uitkeringen zitten weer op hun oude niveau en ook de subsidies nemen toe. Bovendien is er een zeer sterke groei in de overheidsconsumptie. Jammer genoeg blijven de investeringen op een zeer laag niveau. Aan inkomstenkant is er een stabilisering merkbaar sinds 1999. Ten opzichte van 1980 is het belang van de directe belastingen aanzienlijk gedaald. De stijging bij de indirecte belastingen en, vooral, de sociale bijdragen overcompenseert deze afname. BRON: EIGEN BEREKENINGEN OP BASIS VAN DE OESO Schuldgraad en spaarquote In de grafiek wordt de Belgische schuldgraad afgezet tegen het percentage van hun beschikbaar inkomen dat Belgische gezinnen gemiddeld opsparen. De spaarquote evolueert in dezelfde zin als de schuldgraad: gezinnen sparen meer op het moment dat de schuldgraad stijgt, en ontsparen zodra de sanering op toeren komt. Dat is een eerste indicatie dat mensen er rekening mee houden dat de schulden van vandaag, de belastingen van morgen zijn. Het betekent ook dat de overheid niet langer succesvol zal zijn als ze de economie wil ondersteunen met haar begrotingsbeleid: wat de overheid extra uitgeeft, wordt extra gespaard door de bevolking. Of nog: als de overheid bespaart op de eigen uitgaven, verzachten de gezinnen de negatieve impact op de economische activiteit. Het overheidsbudget en het gezinsbudget worden communicerende vaten. BRON: EIGEN BEREKENINGEN OP BASIS VAN OESO EN NBB