Alle ouders willen hun kinderen financiële zekerheid bieden. Dat geldt vooral voor ouders van kinderen die een mentale handicap hebben. "Je hebt dan vier problemen", zegt professor en erenotaris Luc Weyts. "Het eerste is dat kinderen met een mentale beperking het vermogen dat ze erven niet oordeelkundig kunnen beheren. Ten tweede is er een erfprobleem: de meeste mensen met een mentale beperking hebben geen wettelijke erfgenamen, zoals een partner of kinderen. Ze zijn meestal ook niet in staat schenkingen te doen of een testament op te maken. Het derde probleem is fiscaal: de erfgenamen zijn vaak broers en zussen, voor wie de successierechten snel oplopen tot 50 of zelfs 65 procent. Ten slotte vrezen de ouders dat de belangen van hun kind niet meer worden verdedigd als de naaste familie is overleden en het in een instelling moet wonen."
...

Alle ouders willen hun kinderen financiële zekerheid bieden. Dat geldt vooral voor ouders van kinderen die een mentale handicap hebben. "Je hebt dan vier problemen", zegt professor en erenotaris Luc Weyts. "Het eerste is dat kinderen met een mentale beperking het vermogen dat ze erven niet oordeelkundig kunnen beheren. Ten tweede is er een erfprobleem: de meeste mensen met een mentale beperking hebben geen wettelijke erfgenamen, zoals een partner of kinderen. Ze zijn meestal ook niet in staat schenkingen te doen of een testament op te maken. Het derde probleem is fiscaal: de erfgenamen zijn vaak broers en zussen, voor wie de successierechten snel oplopen tot 50 of zelfs 65 procent. Ten slotte vrezen de ouders dat de belangen van hun kind niet meer worden verdedigd als de naaste familie is overleden en het in een instelling moet wonen." De Belgische private stichting biedt een oplossing voor die vier problemen. Ouders kunnen in die juridische structuur het deel van hun vermogen onderbrengen dat bestemd is voor hun mindervalide kind. "Het beheer van het vermogen van een private stichting wordt waargenomen door haar raad van bestuur, die minimaal uit drie leden bestaat en bij gewone meerderheid van stemmen kan beslissen", zegt professor en erenotaris Johan Verstraete. "Doorgaans zetelen de ouders en broers of zussen in de raad van bestuur. Als dat mogelijk is, is het raadzaam het kind met een mentale beperking mee te benoemen. Dat er minimaal drie bestuurders moeten zijn, biedt meer garantie op een objectief beheer." De oprichters van de stichting -- meestal de ouders -- kunnen ook voorschrijven wie als vervanger van een bestuurder in aanmerking komt, en aan welke voorwaarden die moet voldoen. De private stichting is een structuur die de ouders kan overleven en de continuïteit van het goede beheer moet garanderen. Een private stichting zorgt ervoor dat het vermogen kan worden beheerd zonder dat een bewindvoerder hoeft te worden benoemd en het kind het statuut van een juridische onbekwame krijgt. Bovendien vermijdt die structuur de inmenging van een derde -- een professionele bewindvoerder -- in het beheer van goederen van de familie. Het erfrechtprobleem kan worden opgelost door in de statuten te bepalen naar wie het restvermogen van de stichting gaat bij het overlijden van het kind -- bijvoorbeeld naar de oprichters of, na hun overlijden, naar hun erfgenamen. Een fiscale ruling heeft in 2012 uitgewezen dat daarop de voordeligste successierechten tussen ouders en kinderen van toepassing zijn, en niet de hogere tarieven tussen broers en zussen. De ouders kunnen de fiscale factuur nog verlichten door een restschenking te doen aan de private stichting, waarvan de resterende tegoeden bij de ontbinding van de structuur worden doorgeschoven naar de broers of zussen van het kind met een mentale beperking. Een private stichting is ten slotte een garantie voor de ouders dat de rechten van hun mentaal gehandicapte kind optimaal worden gevrijwaard. "De private stichting vertegenwoordigt het kind in het juridische en maatschappelijke verkeer. Ze blijft het kind volgen. Na de ontbinding wordt de bestemming van het resterende vermogen gecontroleerd door de rechtbank van eerste aanleg", aldus Luc Weyts. Vanaf 1 september kan een private stichting worden benoemd tot de bewindvoerder over een onbekwame persoon. Volgens Dirk Coveliers, de directeur vermogensplanning bij Petercam, is dat het sluitstuk in de puzzel van de beschermingsmaatregelen. "De private stichting kan een privé-initiatief van de familie zijn, zonder dat het kind door de vrederechter geheel of gedeeltelijk onbekwaam wordt verklaard. De wetgever stimuleert zo'n buitengerechtelijke bescherming. Toch kan elke belanghebbende -- ook een derde -- zich nog tot de vrederechter wenden om het kind onder bewind te plaatsen, als daar redenen voor zijn en de noodzaak daarvan wordt bevestigd door een medisch verslag." "Als de bewindvoerder geen bestuurder van de private stichting is, kan daardoor een conflictsituatie ontstaan. Dat kan worden voorkomen door de private stichting aan te wijzen als bewindvoerder. Die oplossing is niet alleen interessant voor kinderen met een mentale handicap, maar voor alle meerderjarige onbekwame personen. Een private stichting -- privé of als bewindvoerder -- kan ook een goede bescherming bieden voor vermogende particulieren die dementeren en langzaamaan juridisch onbekwaam worden." Tot nog toe werden weinig private stichtingen opgericht voor kinderen met een mentale beperking. Volgens Johan Verstraete ligt de oorzaak wellicht in het erfrecht. "Een mindervalide kind heeft altijd recht op een aandeel in de erfenis van zijn ouders. Die wettelijke reserve is van dwingend recht. Als goederen die voor hem bestemd zijn, werden ingebracht in een aparte rechtspersoon -- een private stichting -- zitten die niet meer in de erfenis van de ouders. Het kind kan dus nog een deel van de nalatenschap van zijn ouders in natura opeisen, boven op het vermogen dat in de stichting is ondergebracht. Maar dat is een beperkt risico, omdat het kind zijn deel in natura voor de rechtbank moet opeisen. Het is helemaal niet zeker dat de rechter hem daarin zal volgen." Om een oplossing voor dat probleem te vinden, is in de Kamer een wetsvoorstel ingediend waardoor een private stichting onder bepaalde voorwaarden zogenoemde certificaten kan uitgeven aan de ouders in ruil voor de ingebrachte goederen. De ouders schenken die certificaten vervolgens aan hun gehandicapt kind, waardoor het niet wordt onterfd, maar zijn erfdeel krijgt in de vorm van die deelbewijzen. Om misbruiken bij de certificering van de tegoeden te voorkomen, voorziet het wetsvoorstel in een toezicht door de vrederechter. "Die controle is een bijkomende garantie voor de ouders dat het bestuur en het beheer van het ingebrachte vermogen goed worden opgevolgd na hun overlijden", aldus Luc Weyts. Een ander pijnpunt zijn de hoge registratierechten op de inbreng in een private stichting, namelijk 5,5 procent in Vlaanderen, 7,7 procent in Wallonië en 7 procent in Brussel. "Maar ook daar kan de certificering een oplossing bieden, omdat de inbreng dan enkel onderworpen is aan een vast registratierecht van 50 euro", zegt Dirk Coveliers. "Het is jammer dat het wetsvoorstel geen kans meer heeft gekregen om te worden aangenomen voor de ontbinding van het parlement. In de laatste maanden van deze legislatuur blokkeerden de regeringspartijen elk valabel initiatief om electorale redenen", aldus Luc Weyts. Dit is een concreet stappenplan voor de oprichting en het beheer van een private stichting, overeenkomstig het nieuwe wetsvoorstel. STAP 1. De ouders richten een private stichting opEen private stichting kan enkel worden opgemaakt voor een notaris. Er hoeft geen minimumkapitaal te worden gestort. Grosso modo belopen de volledige kosten rond 1500 à 2000 euro, naargelang van de duur van de besprekingen en de aanpassingen van de algemene bepalingen. STAP 2. De ouders doen een inbreng van goederenOp een gewone inbreng van roerende of onroerende goederen in een private stichting, zonder certificaten in ruil te krijgen, is een registratierecht van 5,5 procent in Vlaanderen, 7,7 procent in Wallonië en 7 procent in Brussel verschuldigd. Doorgaans wordt -- vanwege die registratierechten -- een beperkt kapitaal ingebracht en wordt de rest van de roerende goederen geschonken aan de stichting door een bankoverschrijving of voor een buitenlandse notaris. Bij een inbreng in ruil voor certificaten moet enkel een vast recht van 50 euro worden betaald. Het wetsvoorstel verbiedt de inbreng van onroerende goederen in private stichtingen die exclusief dienen om het vermogen van een gehandicapt kind te beheren en die in ruil daarvoor certificaten uitgeven. De bedoeling van die maatregel is fiscale misbruiken met vastgoed te voorkomen. Toch gaan er stemmen op om de gezinswoning die het kind betrekt, toch in te brengen in een private stichting. STAP 3. In ruil voor hun inbreng, krijgen de ouders certificatenCertificering is een techniek waarbij een splitsing wordt gemaakt tussen de juridische eigendom van het vermogen dat in de private stichting zit, en de economische vermogensrechten die in ruil aan de inbrengers worden gegeven. De eigenaars die het vermogen in de private stichting inbrengen, krijgen titels of certificaten in ruil. Momenteel voorziet het Belgische recht enkel in een certificering voor effecten van een nv, een commanditaire vennootschap op aandelen en een bvba. In de praktijk wordt de certificering dus vooral gebruikt bij de opvolging in een familiale onderneming. De indieners van het wetsvoorstel willen die techniek uitbreiden naar financiële tegoeden van een private stichting die exclusief is opgericht om het vermogen van een onbekwame persoon te beheren. Deze certificaten kunnen op naam zijn of gedematerialiseerd. De dematerialisatie brengt echter bijkomende kosten met zich, en is in feite overbodig. STAP 4. De ouders schenken de certificaten aan hun kindSchenken de ouders voor een Belgische notaris, dan zijn in het Vlaams en het Brussels Gewest 3 procent schenkingsrechten verschuldigd. In Wallonië bedragen die rechten 3,3 procent. De certificaten kunnen via een restschenking worden geschonken aan de broers en zussen, als het gehandicapte kind voor hen overlijdt. STAP 5. De private stichting blijft bestaan als de ouders overlijdenDe stichting blijft voortbestaan na het overlijden van de ouders, tot haar doel is verwezenlijkt. Die continuïteit na hun overlijden kan de ouders gemoedsrust bezorgen. Als het gehandicapte kind overlijdt voor de andere kinderen, is het interessant te werken met een restschenking. Met die techniek valt het vermogen van de stichting toe bij de broers en zussen van het gehandicapte kind, alsof het afkomstig is van hun ouders. De schenkingstarieven tussen ouders en kinderen blijven daardoor van toepassing. Zonder terugname of restschenking gaat het resterende vermogen in principe naar een stichting of een vzw met een soortgelijk doel. JOHAN STEENACKERSEen private stichting is een garantie voor de ouders dat de rechten van hun mentaal gehandicapte kind optimaal worden gevrijwaard.