Sommige werknemers voldoen vandaag aan de voorwaarden die toegang geven tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (het vroegere 'voltijdse brugpensioen') maar morgen niet meer. Bestaat er een manier om zowel hun rechten als de flexibiliteit van hun werkgever te beschermen?

Sinds 1 januari 2012 is het algemene stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag heel wat strikter: er gelden nu strengere voorwaarden voor leeftijd en beroepsverleden. Een man die tot het stelsel wil toetreden, moet 60 jaar zijn en er een loopbaan van 40 jaar hebben opzitten. Al bestaan er heel wat uitzonderingen. In bepaalde gevallen kan een collectieve arbeidsovereenkomst de voorwaarde voor het beroepsverleden terugbrengen tot 35 jaar. Die uitzondering verdwijnt v...

Sinds 1 januari 2012 is het algemene stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag heel wat strikter: er gelden nu strengere voorwaarden voor leeftijd en beroepsverleden. Een man die tot het stelsel wil toetreden, moet 60 jaar zijn en er een loopbaan van 40 jaar hebben opzitten. Al bestaan er heel wat uitzonderingen. In bepaalde gevallen kan een collectieve arbeidsovereenkomst de voorwaarde voor het beroepsverleden terugbrengen tot 35 jaar. Die uitzondering verdwijnt vanaf 1 januari 2015. Het is dus mogelijk dat een werknemer vandaag voldoet aan de voorwaarden om toe te treden tot het stelsel -- hij is 60 jaar en kan een loopbaan van 35 jaar voorleggen -- maar niet meer vanaf 1 januari 2015, aangezien hij dan 40 jaar moet hebben gewerkt. Als de persoon op 15 januari 2015 wordt ontslagen, kan hij dus niet met brugpensioen, maar wordt hij gewoon werkloos. Om hier een mouw aan te passen en om te vermijden dat bedrijven massaal medewerkers ontslaan om die nog met brugpensioen te laten gaan, werden het Koninklijk Besluit van 20 september 2012 en de cao nr. 107 van 28 maart 2013 goedgekeurd. Er werd een kliksysteem ingevoerd: de werknemer laat door de RVA vaststellen dat hij vandaag voldoet aan de voorwaarden om tot het stelsel toe te treden. Hij heeft dan een 'verworven recht'. Wordt hij later door zijn werkgever ontslagen, dan kan hij dankzij dat RVA-attest toch nog toetreden tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag en heeft hij dus recht op een aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever. Het systeem is voordelig voor de werknemer. Maar ook de werkgever vaart er wel bij: hij kan er belang bij hebben dat de loontrekkende nog enkele maanden of jaren aan de slag blijft. Al moeten er wel een procedure en termijnen worden nageleefd. Wanneer het attest is overgemaakt aan de werkgever die het heeft gevraagd, is deze er ook door gebonden en behoudt de werknemer het voordeel van de bijkomende toeslag wanneer hij later wordt ontslagen. Als de werknemer het attest niet overhandigt aan de werkgever, is het kliksysteem niet tegenstelbaar. Maar vraagt de werkgever niet naar het attest, dan blijft het kliksysteem gelden. Hebt u een juridische vraag voor onze experts? Stuur een e-mail naar benny.debruyne@trends.be.Sophie Berg, advocate sociaal recht bij CMS DeBackerDe werknemer kan zijn 'verworven recht' laten beschermen.