Arme Guy Quaden. De directeur van de Nationale Bank heeft het niet onder de markt wanneer hij het mag gaan uitleggen op vergaderingen van de Europese centrale bankiers in Frankfurt . Want een inflatie (de prijsstijging gemeten over de jongste twaalf maanden) van 3,4 procent, terwijl de rest van de eurozone die beperkt kan houden tot 2,2 procent, daar worden vooral de Duitsers niet vrolijk van.
...

Arme Guy Quaden. De directeur van de Nationale Bank heeft het niet onder de markt wanneer hij het mag gaan uitleggen op vergaderingen van de Europese centrale bankiers in Frankfurt . Want een inflatie (de prijsstijging gemeten over de jongste twaalf maanden) van 3,4 procent, terwijl de rest van de eurozone die beperkt kan houden tot 2,2 procent, daar worden vooral de Duitsers niet vrolijk van. Het verschil in inflatie is immers geen onschuldig gegeven: zeker in een monetaire unie kan dat rechtstreeks impact hebben op het concurrentievermogen. Bij ons is die impact zelfs directer, doordat de loonkosten aan de inflatie zijn gekoppeld, via de indexering. De stijging van de loonkosten is dan ook de hoofdoorzaak van onze gecumuleerde inflatiehandicap: sinds 1996 is de inflatie in ons land 5 procent sneller gestegen dan in de buurlanden. Geen wonder dat de index bij de recente onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord een zwaar discussiepunt vormde tussen vakbonden en werkgevers. Uiteindelijk werd besloten het indexmechanisme te behouden, maar komen er bovenop de indexsprongen slechts beperkte loonstijgingen. Bovendien heeft Quaden nog wel wat meer uit te leggen aan zijn Europese confraters. De inflatie gedraagt zich bij ons veel wispelturiger dan elders. Stijgende of dalende prijzen van voedsel en energie duwen de inflatie fors hoger of lager, en dat doen ze in België meer dan in onze buurlanden. Opvallend daarbij is de rol van onze energievoorziening. Gas maakt 2,3 procent van de consumptieprijsindex uit, elektriciteit is goed voor 2,9 procent, en samen zijn ze volgens Electrabel goed voor ongeveer 10 procent van de indexwijziging tussen 2006 en 2010. Maar in juni 2009 bijvoorbeeld, lag de inflatie bij ons 1,5 procentpunt lager (het werkt wel degelijk in de twee richtingen) dan in de drie buurlanden, een verschil dat volgens de Nationale Bank volledig toe te schrijven was aan de energiesector. Waarom vertaalt een gestegen grondstofprijs zich in België sneller in een hogere consumptieprijs voor gas en elektriciteit? Dat komt door een aantal factoren, concludeert de Nationale Bank in een artikel in haar Economisch Tijdschrift. Zo verbruiken wij Belgen meer energie dan onze Europese buren. Ook liggen de accijnzen op energie hier lager en, vooral, we zetten die grondstofprijzen een pak sneller om in consumptieprijzen van gas en elektriciteit. Want hoewel de energieprijs op jaarbasis nog min of meer in lijn ligt met de ons omringende landen, komt de snellere omzetting er doordat de consumptieprijzen van gas en elektriciteit elke maand opnieuw worden berekend. In andere landen gebeurt dat minder frequent, en in Frankrijk en Nederland is er zelfs nog steeds een vorm van prijsregulering, terwijl de energieleveranciers op de Belgische markt hun tarieven vrij kunnen vastleggen. Maar, vragen de onderzoekers van de Nationale Bank zich bijna terloops af, geven de tariferingsformules die de energieleveranciers hanteren, een getrouw beeld van hun reële kosten? In elk geval niet helemaal, zo blijkt. Neem elektriciteit. Terwijl voor industriële klanten doorgaans een tarief wordt gehanteerd dat gebaseerd is op de marktprijs, het totale verbruik, en het tijdstip van verbruik, blijkt dat voor de residentiële markt - particuliere huizen zoals dat van u en ik - veel minder het geval. Drie van de vijf operatoren - Electrabel, Essent en Nuon, samen goed voor ruim 75 procent van de residentiële markt - hanteren voor hun particuliere klanten nog steeds de Nc-formule, een berekening van de kostprijs van de brandstoffen die gebruikt zijn voor de stroomproductie. Daarnaast is er nog een Ne-parameter, die de evolutie van de lonen en materialen weergeeft. Bovenop de Nc en Ne komt dan een indexberekening. Daardoor treedt er een dubbel effect op: energiekosten dalen/of stijgen, waardoor de inflatie in dezelfde richting meebeweegt en op haar beurt de energieprijzen doet dalen of stijgen. Dat de Nc-formule wellicht niet meer het geschikte instrument is om de productiekosten te berekenen, lijkt duidelijk. De parameter dateert van voor de liberalisering van de energiemarkt. Toen werd hij gebruikt om de kosten te berekenen voor de elektriciteitsproductie. De producenten kregen dat bedrag terugbetaald, plus een rendement. Maar de parameter houdt geen rekening met de evolutie van het productiepark. In 2002 lag het aandeel van gasgestookte centrales bijvoorbeeld flink lager dan nu. Ook is het productiepark van Electrabel niet te vergelijken met dat van Nuon of Essent. Dat van die laatste bijvoorbeeld bevatte, tot voor de overname door het Duitse RWE, slechts een klein deel nucleaire capaciteit, met name een deel van de productie van de kerncentrale in het Nederlandse Borssele. "Het is ook een kwestie van afstemmen op de tarieven van de marktleider", klinkt het bij Essent. Bovendien houdt de Nc-formule geen rekening met hernieuwbare brandstoffen. Die worden nu al apart gefactureerd via de groene bijdrage, maar dat is vooral een manier om de investeringen te vergoeden. De brandstofkosten van wind- en zonnepaneleninstallaties zijn, eenmaal operationeel, immers nagenoeg nul, al geldt dat dan weer niet voor biomassa. Wanneer hernieuwbare energiebronnen in de Nc zouden zijn opgenomen, zou de gemiddelde brandstof- prijs voor de totale energieproductie in elk geval lager moeten liggen. De federale energieregulator CREG kondigde begin december aan dat vanaf februari 2012 de berekening van de Nc, Ne en Iem (die wordt gebruikt door Luminus) wordt stopgezet. "Wij bekijken nog wat we dan gaan doen. In principe kunnen we de Nc zelf berekenen, maar dat is nog geen uitgemaakte zaak", verwoordt woordvoerster Lut Van de Velde van Electrabel het standpunt. Voor gas stelt het probleem zich minder, omdat in de meeste gevallen de leveranciers dezelfde formule - gebaseerd op de prijzen van gas, olie en een inflatieparameter - zowel gebruiken voor hun gasaankopen, als voor de verkoop op de markt. Sommige marktspelers, zoals Octa+, Essent en Lampiris, zijn voor hun prijsberekeningen zelfs overgeschakeld op een formule die enkel nog rekening houdt met de gasprijs op de Nederlandse beurs. Overigens hebben de energieleveranciers misschien minder tijd dan ze denken om hun formules aan te passen. Het Derde Energiepakket - twee Europese richtlijnen en drie reglementen - moet tegen maart in Belgische wetten zijn omgezet. Een voorstel van de CREG aan aftredend federaal minister van Energie Paul Magnette (PS) is dat de regulator een controle ex-ante zou mogen doen op de gehanteerde formules. Indien de minister het voorstel goedkeurt, moeten nieuwe of aangepaste tariefformules vier weken voor de inwerkingsstelling worden goedgekeurd door de regulator. Die zou dan zelfs een maximumprijs kunnen vastleggen. Wat betekent dat de stijgingen van de energieprijs worden beperkt. En dus ook de inflatieopstoten. Het zal Guy Quaden als muziek in de oren klinken. LUC HUYSMANSDe consumptie-prijzen van gas en elektriciteit worden elke maand opnieuw berekend.