De bestaande rulingpraktijk werd met de wet van 24 december 2002 aanzienlijk uitgebreid. Hoewel de wet zegt dat een belastingplichtige een vraag mag indienen over de toepassing van alle belastingwetten, wordt een ruling onderworpen aan veel beperkingen.
...

De bestaande rulingpraktijk werd met de wet van 24 december 2002 aanzienlijk uitgebreid. Hoewel de wet zegt dat een belastingplichtige een vraag mag indienen over de toepassing van alle belastingwetten, wordt een ruling onderworpen aan veel beperkingen. Een ruling wordt niet gegeven wanneer de aanvraag betrekking heeft op situaties of verrichtingen "die op fiscaal vlak al uitwerking hebben gehad". Er mag over die situatie ook geen administratief bezwaar of proces tussen de fiscus en de aanvrager hangende zijn. Wat met de uitdrukking "die op fiscaal vlak uitwerking hebben gehad" wordt bedoeld, zouden we kunnen afleiden uit de memorie van toelichting. Die stelt dat een voorafgaande beslissing de fase van de vestiging van de belasting moet voorafgaan. Maar volgens sommigen zou die uitdrukking betekenen dat de aanvraag nog vóór de aangifte moet worden ingediend. Anderen beweren dat een ruling moet worden aangevraagd zelfs vóór de belastbare periode wordt afgesloten. Volgens een nog strengere visie moet de aanvraag zó vroeg in de belastbare periode worden ingediend, dat de voorafgaande beslissing nog voor de afsluiting van de periode kan worden genomen. Dat er ook geen ruling kan worden verleend voor "een project dat geen economische substantie" heeft, is nog zo'n onduidelijke beperking. Tenzij de wetgever gewoon wil vermijden dat er louter theoretische vragen worden gesteld zonder dat er enig verband met een economisch project bestaat. De uiteenlopende interpretaties tonen aan dat er een grote nood bestaat aan duidelijke richtlijnen over al deze praktische aangelegenheden als de ruling de rechtszekerheid wil scheppen die ervan verwacht wordt. Een werkgroep probeert nu een antwoord op al deze vragen te formuleren. Het valt echter nog te bezien of de werkgroep alle leemten kan invullen en of ze daarvoor de ervaring zal gebruiken die men met de ruling zal opdoen. Het is het ministerie van Financiën uiteraard verboden een voorafgaande beslissing af te leveren die indruist tegen de wettelijke bepalingen. In een koninklijk besluit werden bovendien verschillende materies uitgesloten van een ruling. Onder deze materies vallen om te beginnen de belastingtarieven, de berekening van de belastingen, de bedragen en de percentages ervan, omdat die allemaal in de wet zijn vastgelegd. Ook de bepalingen over voorafbetalingen vallen hieronder. De regering vindt het vanzelfsprekend dat Financiën zich voorafgaandelijk niet kan uitspreken over het bedrag van de belasting dat uiteindelijk verschuldigd zal zijn. De berekening van de nieuw ingevoerde investeringsreserve zal zeker tot problemen leiden, terwijl de belastingplichtige er geen vragen over kan stellen. Dat is betreurenswaardig. Een ruling is ook uitgesloten voor de fiscale aangifte, het onderzoek, de controle, de aanslagprocedure en andere procedurele aangelegenheden. Een ruling kan ook niet afgesloten worden over een materie waarvoor al een specifieke procedure bestaat. Hier geeft de regering zelf het voorbeeld van de regeling van geheime commissielonen. Die mogen fiscaal worden afgetrokken als onkosten als de minister oordeelt dat dit tot de normale praktijk van de onderneming behoort. Er is geen ruling mogelijk voor zaken waarover de minister van Financiën of de belastingadministratie niet bevoegd zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de erkenning van vennootschappen met een sociaal oogmerk. De bepalingen die sancties, boetes, belastingverhogingen en vermeerderingen instellen, zijn onverenigbaar met een ruling. De forfaitaire grondslagen van de aanslag en volledige categorieën van belastingen komen niet voor een ruling in aanmerking, zoals de belasting op spelen en weddenschappen, de belasting op automatische ontspanningstoestellen, de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling van voertuigen, de aanvullende verkeersbelasting, de accijnscompenserende heffing, het zogenaamde eurovignet en de onroerende voorheffing.