Met 145 miljoen euro was Belwind in 2010 de grootste investeerder in West-Vlaanderen. En dat was maar een peulschil in vergelijking met 2009, toen het drievoudige op tafel werd gelegd.
...

Met 145 miljoen euro was Belwind in 2010 de grootste investeerder in West-Vlaanderen. En dat was maar een peulschil in vergelijking met 2009, toen het drievoudige op tafel werd gelegd. Belwind is, na de eerste zes turbines van C-Power, het eerste volledig operationele windmolenpark in zee. Eind 2010 werd het park op het stroomnet aangesloten, en hoewel het aantal werknemers volgens de jaarrekening beperkt is tot twee, hebben toch zowat zeventig mensen een dagtaak met het onderhoud van het park, schat Frank Coenen, de CEO van Belwind. Stilzitten doen Coenen en de zijnen allerminst. De financiering en aanbesteding van een volgend windpark, Northwind, slorpen al hun aandacht op. Dat park moet in 2013 klaar zijn, een jaar later gevolgd door Belwind II. De link tussen beide parken is de grootwarenhuisketen Colruyt, die in beide projecten participeert. Coenen: "Northwind is een investering van 900 miljoen euro, en de twee fases van Belwind zijn telkens goed voor 650 miljoen euro. Dus in vijf jaar tijd spreek je over 2,2 miljard euro. Northwind kreeg 80 miljoen eigen kapitaal mee, alleen om het tot de fase van financiering te brengen." "Wat me vooral plezier doet, is dat zich een Belgische industrie ontwikkelt rond die parken. Bedrijven van bij ons die onderhoud doen, onderdelen leveren, en hun ervaring kunnen gebruiken om ook in het buitenland projecten mee te pikken." Al blijft Coenen veiligheidshalve wijzen op de risico's bij zulke gigaprojecten. Naast de beheersbare technische risico's, is de financiering in het huidige onstabiele klimaat geen lachertje. "Ook het politieke risico is vergroot. Iedereen spreekt over Griekenland, maar ook België moet miljarden euro's besparen, en dus is er onzekerheid over de grote beslissingen en welke richting ons land uitgaat." Dat de offshoreparken te duur zouden zijn, betwist Coenen. "De federale energieregulator CREG heeft dat onderzocht, en geconcludeerd dat de subsidies amper voldoende zijn voor een minimumrendement. Als alles twintig jar goed gaat, dan spreek je over een projectrendement van 9 procent. Een aandeelhouder die 11 of 12 procent haalt, heeft goed geboerd. Maar ik begrijp de kritiek van de chemiesector en de grootverbruikers van energie wel. Iedereen betaalt mee voor de offshore. In de buurlanden staat daar voor de grote energieverbruikers een maximum op, en in België niet. Dus daar zit een stuk concurrentiebenadeling." L.H.