Boston Consulting Group (BCG) schat de Belgische interneteconomie op 8,6 miljard euro. BCG berekende dat cijfer op basis van de totale bestedingen in afgewerkte goederen en diensten. Het resultaat komt voor een niet-onbelangrijk deel (57 %) op het conto van de consumptie via het internet. Die kunnen we opsplitsen in de e-commerce die zich op de consumentenmarkt richt (3,2 miljard euro) en de uitgaven van consumenten voor diensten op het internet en voor apparatuur zoals computers of smartphones (1,7 miljard euro). De Belgische consumenten spenderen met andere woorden meer geld zodra ze online zijn, dan ze hebben besteed om online te raken. Toch geeft de Belg relatief weinig uit op 'binnenlandse' sites. Per internetgebruiker gaat het om een gemiddelde jaarlijkse uitgave van 400 euro. Nederlanders spenderen gemiddeld 600 euro, Britten 1200 euro en Denen zelfs 1700 euro.
...

Boston Consulting Group (BCG) schat de Belgische interneteconomie op 8,6 miljard euro. BCG berekende dat cijfer op basis van de totale bestedingen in afgewerkte goederen en diensten. Het resultaat komt voor een niet-onbelangrijk deel (57 %) op het conto van de consumptie via het internet. Die kunnen we opsplitsen in de e-commerce die zich op de consumentenmarkt richt (3,2 miljard euro) en de uitgaven van consumenten voor diensten op het internet en voor apparatuur zoals computers of smartphones (1,7 miljard euro). De Belgische consumenten spenderen met andere woorden meer geld zodra ze online zijn, dan ze hebben besteed om online te raken. Toch geeft de Belg relatief weinig uit op 'binnenlandse' sites. Per internetgebruiker gaat het om een gemiddelde jaarlijkse uitgave van 400 euro. Nederlanders spenderen gemiddeld 600 euro, Britten 1200 euro en Denen zelfs 1700 euro. De resterende 43 procent van de 8,6 miljard euro is afkomstig van investeringen, overheidsuitgaven en netto-invoer. De status van 'importeur' die ons land heeft, is een andere duidelijke indicator van het nog onbenutte potentieel. Tegenover elke euro e-commerce goederen en diensten die België uitvoert, staat 2,8 euro invoer. Google liet de studie niet enkel in ons land uitvoeren en dat levert interessante vergelijkingen op met de ons omringende landen. In het Verenigd Koninkrijk werpt de interneteconomie 7,2 procent van het bbp in de schaal en ook enkele Scandinavische landen scoren goed: Zweden haalt 6,8 procent, Denemarken 5,9 procent. "Onze achterstand heeft veel te maken met de lagere uitgaven van consumenten op het internet", zegt Filiep Deforche, senior partner en managing director bij BCG in Brussel. "Ook het algemene gebruik van het internet is lager dan in de toplanden, maar voor infrastructuur doen we het dankzij onze breedbandpenetratie wel goed." BCG becijferde dat onze interneteconomie zonder extra duwtje in de rug een groeiritme van 9 procent per jaar zal aanhouden. Dat is vergeleken met de verwachte bbp-groei van 3,8 procent niet slecht, maar onvoldoende om de kloof te dichten. Deze groei zou resulteren in een aandeel van 3,5 procent van het bbp in 2015, minder dan wat bijvoorbeeld Nederland nu al haalt (4,3 %). "De Belgische interneteconomie kan een belangrijke drijfkracht worden voor onze naar groei zoekende economie", zegt Filiep Deforche. "Krikken we het groeiritme op naar 15 procent per jaar, dan kan de interneteconomie 19,6 miljard euro vertegenwoordigen in 2015 (of 4,6 % van het bbp). Maar dan moeten de juiste ondersteunende initiatieven worden genomen." De vraag blijft echter welke ondersteunende maatregelen op termijn een verschil zouden kunnen maken. BCG ziet dat breed, maar denkt zeer sterk in de richting van de kmo's. "Zowel individuen, bedrijven als beleidsmakers moeten in actie treden", verklaart Filiep Deforche. "De interesse en het vertrouwen van de consument in e-commerce en andere e-diensten kan verder worden aangewakkerd. Bedrijven, en vooral kmo's, moeten de onlinemogelijkheden beter begrijpen en durven te investeren in e-business. Ten slotte kunnen beleidsmakers de consumenten en bedrijven beter informeren, opleiden en ondersteunen in het gebruik van internet." Dat BCG en Google de kmo-markt accentueren, heeft veel te maken met een simpele rekenoefening. Kmo's vertegenwoordigen meer dan 50 procent van de Belgische bedrijfsomzet en stellen 69 procent van de Belgische werknemers in de privésector tewerk. Toch is twee derde daarvan slechts beperkt op het internet aanwezig. Om de internetactiviteiten van de kmo's beter te begrijpen, voerde BCG een onderzoek uit bij 429 kleine en middelgrote ondernemingen. "Veel kmo's in België beseffen nog niet hoe het internet hen kan helpen. Zij die het potentieel wel benutten, zijn veel succesvoller", vat Deforche de belangrijkste conclusie samen. "Ondernemingen die online goederen en diensten verkopen en promoten, groeiden in de periode 2007-2010 ongeveer viermaal sneller: gemiddeld 3,7 procent tegenover 0,8 procent voor de bedrijven zonder website of met een site die weinig actief is. De online actieve kmo's exporteren bovendien beduidend meer." In het buitenland benutten kmo's het internet veel meer. In Nederland gaat het om 46 procent van de kmo's, in het Verenigd Koninkrijk om 68 procent. Ook de zelfstandigenorganisatie Unizo onderzocht onlangs de e-commerce-activiteiten van kmo's en bevestigt de resultaten. "Wij onderzochten de allerkleinste bedrijven, van minder dan 20 werknemers", vertelt gedelegeerd bestuurder Karel Van Eetvelt. "We stelden vast dat slechts een op de acht aan e-commerce doet. Het beperkte aanbod is volgens ons de reden waarom de consumentenbestedingen laag blijven. De Belgische onlineshopper vindt zijn gading momenteel op buitenlandse webshops. Maar met het consumentenvertrouwen in e-commerce is niets mis." Daarmee gaat Unizo in tegen aanbevelingen zoals het verkorten van de leveringstermijnen om de consument over de streep te trekken. "Onze modellen zijn niet anders dan in Nederland waar de consumptie wel hoger ligt." Google en BCG hoeden er zich voor om de verantwoordelijkheid voor het lage internetgebruik volledig in de schoenen van de ondernemingen zelf te schuiven. De studie sensibiliseert de kmo-markt voor de voordelen van het internet (toegang tot grotere markten, kostenefficiënt werken met bijvoorbeeld onlinereclame...), maar legt de bal tegelijk in het kamp van de overheden en de sectororganisaties. "Ondernemen is momenteel top of mind bij veel beleidsmakers, maar het internet staat daarbij te weinig op de radar", zegt Julien Blanchez, head of marketing Belux bij Google. Met het rapport in de hand roept Google op om kmo's te steunen bij het ontdekken van het internet. "Dat betekent zorgen voor verbeterde informatie en ondersteuning", zegt Blanchez. "Bovendien is er behoefte aan kant-en-klare bouwstenen zoals logistieke modules, en aan een flexibele logistiek." Google wil met de studie de bedrijven duidelijk maken dat de consument alleen maar meer online zal beginnen te winkelen en dat het geen optie is om het kanaal links te laten liggen. "Het is goed dat deze studie objectief op de economische groei via internet wijst", zegt Karel Van Eetvelt. "Het is belangrijk dat bedrijven de meerwaarde van internet inzien en rekening houden met de moderne consument. Die wil snel en zonder veel inspanning bediend worden. De fysieke winkels moeten daarnaast meer beleving aanbieden om de consument te blijven lokken." WOUTER TEMMERMANDe Belgische consumenten spenderen meer geld zodra ze online zijn, dan ze hebben besteed om online te raken.