Na de financiële crisis van 2008 ontwikkelden zich in Europa allerlei vormen van alternatieve financiering. Sommige banken gingen op de rem staan en in bepaalde landen werd het voor ondernemingen erg moeilijk geld te lenen. Noodgedwongen zochten ze een alternatief.

Institutionele investeerders zoals vermogensbeheerders, overheidsfondsen, durfkapitalisten, verzekeraars en pensioenfondsen roken een kans. Ze brachten de middelen aan voor leen- en kredietfondsen die rechtstreeks geld lenen aan ondernemingen. Dat fenomeen kende de voorbije jaren een hoge vlucht in Europa. Vooral bij buy-outs, fusies en overnames dook het steeds meer op. In België zijn de bekendste fondsen die van Kartesia en Tikehau.

Uit de Alternative Lender Deal Tracker die de consultant Deloitte elk kwartaal publiceert, blijkt dat de voorbije zes jaar 67 alternatieve financieringsfondsen betrokken waren bij 1753 deals. Vier op de tien vonden plaats in het Verenigd Koninkrijk, een kwart in Frankrijk en één op de tien in Duitsland. Die landen lopen duidelijk voorop in de ontwikkeling van direct lending.

België loopt achter. Terwijl direct lenders in Nederland al 101 transacties op hun conto kunnen schrijven, telt België er slechts 23. Vorig jaar was er in ons land amper één. 2019 begon dan weer fantastisch, met de grootste Belgische deal ooit: de overname van Combell door het durfkapitaalfonds Hg ( zie kader).

"In België blijven kleine en middelgrote ondernemingen voor hun financiering vooral een beroep doen op hun bankier", stelt Sebastiaan Preckler, Head of Debt & Capital Advisory bij Deloitte België. De kredietverstrekking van de banken aan ondernemingen steeg vorig jaar met nog eens 10 miljard euro, om eind 2018 een totale kredietomloop van 157,4 miljard euro te bereiken. Een record. En dat heeft zijn redenen. In de eerste plaats zijn de voorwaarden voor bedrijfsleningen en -kredieten in België uiterst gunstig. "Er is een hevige concurrentie tussen de vier grootbanken", legt Preckler uit. "Ze zitten op een berg deposito's, die ze liever omzetten in kredieten dan dat ze een strafrente betalen om het geld bij de centrale bank te parkeren. In de meeste Europese landen is er minder concurrentie en zijn bankleningen voor bedrijven een stuk duurder dan in België."

In de meeste Europese landen van Europa zijn bankleningen voor bedrijven een stuk duurder dan in België

Bovendien staan de banken in België dicht bij hun klanten en profileren ze zich als relatiebankiers. Logisch dus dat ze de bevoorrechte partner van de ondernemingen zijn, concludeert Preckler.

Hoger risico, hogere vergoeding

Maar wat niet is, kan nog komen. " Direct lending kan, aanvullend aan de bankfinanciering, interessant zijn voor volwassen kmo's met groeiambities", beklemtoont Preckler. Direct lenders zijn bereid meer risico's te nemen: "Ze zijn toleranter voor een hoge schuldgraad. Schuldfinancieringsfondsen kunnen leven met een nettoschuld die oploopt tot vijf of zes keer de operationele cashflow. Banken hebben daar moeite mee en bovendien moeten ze meer kapitaal aanhouden voor hogere risico's."

"Belgische ondernemingen zijn financieel redelijk conservatief. Ze zien schulden vaak als iets negatiefs. In andere landen ligt de focus meer op de waardecreatie, de groei en de internationale ambities die een bedrijf met geleend geld kan realiseren", aldus Sebastiaan Preckler.

Tegenover de hogere schuldgraad die leen- en kredietfondsen tolereren, staat een hogere vergoeding. Preckler schat dat hun rentes 1,5 tot 2 procentpunt boven het tarief van de klassieke banken liggen.

Kredietaversie

De specialist van Deloitte ziet een aantal situaties waarin direct lending, ondanks de hogere kosten, nuttig kan zijn: "Voor bedrijven die snel en agressief willen groeien, bijvoorbeeld nadat ze overgenomen zijn door een private-equityspeler, zijn bankiers op hun hoede. De deal rond Combell is daar een mooi voorbeeld van. Of voor ondernemers die andere aandeelhouders willen uitkopen om de controle over een bedrijf te verwerven."

Er zijn ook sectoren waarvoor de banken een groter dan gemiddelde kredietaversie hebben. Preckler: "Retailers, bouwbedrijven of onlinecasino's liggen niet bepaald in de bovenste schuif bij de banken. Voor zulke bedrijven kan alternatieve financiering een oplossing zijn. Ook voor bedrijven die al eens problemen kenden."

Ten slotte zal moeten blijken of de Belgische banken even goedkoop kmo's blijven financieren. De goedkope kredietverstrekking weegt op hun marges en rendabiliteit. "Wat zal gebeuren als de economie stokt, of als de renteomgeving wijzigt?" vraagt Preckler zich af. "Zullen de Belgische banken dan hun voorwaarden zo extreem gunstig houden? Of evolueren ze op termijn naar de gemiddelde Europese kredietcondities?"

Dat betekent niet dat direct lenders voor om het even welk bedrijf een optie zijn. "Je moet als ondernemer heel goed weten met wie je in zee gaat", waarschuwt Preckler. "Het gaat om rationele investeerders, die op zoek zijn naar een hogere return. Je moet zeker zijn dat je voldoende waarde kunt creëren met de extra schulden en dat de cashflow groot genoeg zal zijn om de hogere financieringskosten te dragen."

Combell: De grootste Belgische deal

Direct lending blijft een moeilijk verhaal in ons land. Misschien brengt 2019 een kentering. Bij de overname van het Gentse internethostingbedrijf Combell door de durfkapitaalgroep Hg waren leenfondsen betrokken die de toekomstige expansie van Combell moeten financieren. Het gaat om veruit de grootste direct-lendingdeal in België. Combell wil de komende jaren in een snel tempo via overnames blijven groeien. Volgens Sebastiaan Preckler van Deloitte kregen de direct lenders de voorkeur op de banken door hun flexibiliteit om die agressieve groeistrategie te ondersteunen, en voor de snelheid waarmee ze de financiering van de overname rond kregen.