Wie een nieuwe wagen koopt, doet er goed aan in heel Europa te shoppen. Een vergelijkend onderzoek van de Europese Commissie wees Groot-Brittannië bij 61 van de 72 modellen aan als het land met de duurste autoprijzen. Nederland (35 modellen) en Portugal (14) zijn het vaakst de goedkoopste landen. België is een goede middenmoter: nooit de duurste, maar je koopt hier wel de goedkoopste Renault Clio, Seat Toledo, Mazda 323, Toyota Starlet, ...

Wie een nieuwe wagen koopt, doet er goed aan in heel Europa te shoppen. Een vergelijkend onderzoek van de Europese Commissie wees Groot-Brittannië bij 61 van de 72 modellen aan als het land met de duurste autoprijzen. Nederland (35 modellen) en Portugal (14) zijn het vaakst de goedkoopste landen. België is een goede middenmoter: nooit de duurste, maar je koopt hier wel de goedkoopste Renault Clio, Seat Toledo, Mazda 323, Toyota Starlet, Suzuki Swift, Nissan Primera en net niet de laagst geprijsde Mitsubishi Carisma van de Unie. Zegt Dirk Van der Sluys van Mitsubishi-invoerder Moorkens Car Division: "De prijsbepaling hangt vooral af van de positionering in de markt. Een familiebedrijf als het onze heeft meer zeggenschap op de Belgische markt dan Mitsubishi-dochters met een sterke band met het moederbedrijf." Waarom er vooral in het segment van de kleinere wagens heel concurrentiële prijzen geboden worden? "Het segment is uiterst belangrijk voor de concurrentiepositie," zegt Carl Schuybroeck bij Renault Import België, "want het vertegenwoordigt 25% van de markt en het aandeel groeit nog. Daarom is de druk op de prijzen ook zeer groot." De prijsverschillen in Europa zijn enorm, ondanks een Europese richtlijn die bepaalt dat ze maximaal 12% mogen bedragen. Maar een VW Polo kost in Engeland 54% méér dan in Portugal, een Ford Escort 45,4% en een Ford Mondeo 35,9%. Constructeurs en invoerders wijten de grote prijsschommelingen aan de wisselkoersen en de invloed van de BTW op de basisprijzen. Ze voorzien dat de euro en een uniform BTW-regime de scheefgegroeide situatie enigszins kunnen rechttrekken. Concessiehouders in landen waar de taksen hoger liggen, proberen de basisprijs zoveel mogelijk te drukken, bijvoorbeeld door te besparen op de standaarduitrusting van de wagen. "Op die prijsverschillen mag je je daarom niet blindstaren," zegt woordvoerder Philippe Casse van Volkswagen-invoerder d'Ieteren. "Een Belgische Golf verschilt sterk van een Deense of een Franse Golf, omdat het pakket standaardopties aangepast is aan de plaatselijke markt. Dat maakt prijsvergelijkingen zo goed als onmogelijk." Toch is het zeker bij particulieren nog niet in om over de landsgrenzen een wagen aan te kopen. De wagen transporteren is moeilijk, het is ook een heel gedoe om bij de concessionarissen in eigen land de wettelijke Europese garantie te claimen. Constructeurs vermijden immers liever dat klanten over de grens gaan inkopen, om de geprivilegieerde relatie met de exclusieve verdelers niet te schenden. Volkswagen kreeg in het begin van het jaar trouwens nog een boete van 4 miljard frank - VW ging tegen de beslissing in beroep -, omdat het bedrijf Italiaanse verdelers adviseerde om geen wagens aan (bepaalde) Duitse en Oostenrijkse klanten te verkopen.